Alarm tsunami werkte niet

Het centrale alarmsysteem voor tsunami's, dat na de aardbeving en daaropvolgende vloedgolf in de Indische Oceaan van eind 2004 is ontwikkeld om risicogebieden tijdig te kunnen waarschuwen, werkt niet goed. Dat bleek gistermiddag, toen in de Stille Oceaan ten noordoosten van Nieuw-Zeeland een zware aardbeving plaatsvond.

Het epicentrum van de schok, met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter, bevond zich nabij het eilandenstaatje Tonga (115.000 inwoners). Mede door de lage bebouwing in Tonga bleef de schade beperkt tot een forse stroomstoring, wat gebroken ruiten, en uit de boom geschudde kokosnoten. Ook een vloedgolf bleef uit.

Omdat direct na de aardbeving onduidelijk was of de schok een tsunami tot gevolg zou hebben, gaf het Pacific Tsunami Warning Center Honolulu (Hawaï) via zijn satellietsysteem een alarm af aan Nieuw Zeeland en de eilanden die volgens berekeningen van het centrum in theorie door een tsunami zouden kunnen worden getroffen.

Door de stroomstoring bereikte dat bericht de eilandenstaat echter niet. Ook op de Fiji-eilanden, die bijzonder vaak door kleine aardbevingen worden getroffen, werkte het alarmsysteem slecht. Alleen het grootste eiland werd ingelicht; de 110 andere bewoonde eilanden bleven verstoken van informatie.

In Nieuw Zeeland kwam de melding wel aan. Daar werd ze echter overstemd door onjuiste berichten in de media, die meldden dat er daadwerkelijk een tsunami op komst was. Honderden mensen aan de oostkust van Nieuw Zeeland vluchtten uit hun huizen, ook al hadden de autoriteiten hier niet toe opgeroepen.

Honolulu trok de melding twee uur na de aardbeving weer in. Inmiddels groeit de twijfel over het functioneren van het systeem in het geval van een echte tsunami zoals die in 2004, waarbij zeker 216.000 mensen omkwamen. De ervaringen van gisteren zullen aan de orde komen bij de tsunami-oefening die over twee weken in 23 landen aan beide kanten van de Stille Oceaan staat gepland. (AP)