“Vrijwel elke regering ontkent betaling van losgeld'

Wie betaalde het losgeld voor Arjan Erkel? In Genève ruziën Nederland en Artsen zonder Grenzen daarover. Gijzelingsexpert Cochetel: “NGO's hebben geen geld.“

“Als er internationale hulpverleners op de Kaukasus gegijzeld worden, bied ik de hulporganisatie waarvoor zij werken, aan om te helpen. Ik weet iets van het mechanisme van onderhandelen met ontvoerders. Ik praat met families van gijzelaars. Van mijn eigen familie weet ik wat zij doormaken. En ik heb nog contacten in de regio, die op het spoor kunnen komen van de ontvoerders. Daarom heb ik Artsen zonder Grenzen benaderd toen Arjan Erkel in 2002 werd ontvoerd.“

De Fransman Vincent Cochetel (1961) werd in 1998, toen hij hoofd was van UNHCR, het hoge commisssariaat voor vluchtelingen van de VN, 317 dagen gegijzeld in de noordelijke Kaukasus. Gisteren werd hij gehoord in de rechtszaak die de Nederlandse staat bij een Zwitserse rechtbank tegen Artsen zonder Grenzen (AzG) heeft aangespannen. Beide partijen kunnen het niet eens worden over het losgeld dat in april 2004 is betaald voor de vrijlating van Erkel.

Cochetel, die nog steeds voor UNHCR werkt, weet niet of de Nederlandse regering destijds de miljoen euro aan AzG heeft “voorgeschoten', zoals Den Haag volhoudt. Of dat AzG gelijk heeft als zij stelt dat de bevrijding van Erkel een Nederlands initiatief was, waarvan AzG niets wist en dat nooit is afgesproken dat AzG daarvoor de rekening gepresenteerd zou krijgen. Maar omdat Cochetel zijn persoonlijke trauma blijft verwerken door zich te bemoeien met ontvoeringszaken op de Kaukasus, heeft hij wel inzicht in wat er op het sinistere gebied van losgeld-betalingen zoal gangbaar is.

“Humanitaire organisaties spelen een beperkte rol bij ontvoeringszaken“, zegt de kalende Cochetel, vader van twee dochters, zacht maar gedecideerd in een klein zaaltje van het Palais de Justice in Genève. “Ze kunnen alleen doen wat AzG voor Erkel ook deed: lokale contacten aanboren en informatie overhandigen aan de autoriteiten van het land waar de gijzelaar vandaan komt en van het land waar de gijzeling plaatsheeft. Die autoriteiten moeten de zaak oplossen. NGO's en VN-organisaties hebben weinig invloed op ontvoerders: ze zijn niet rijk en hebben politiek geen gewicht.“

Tijdens eerdere zittingen verhoorde de rechter Nederlandse diplomaten en AzG'ers, die gedetailleerd vertelden wat ze tijdens de Erkel-zaak besproken hadden en hoe de losgeldruzie was begonnen. Met Cochetel had hij ineens iemand voor zich die hem een context kon geven. De rechter, die zich voorheen gedroeg als de vader van ruziënde kinderen, luisterde geboeid. Hij leek te beseffen dat de uitspraak die hij na de zomer in de zaak-Erkel velt, repercussies heeft voor de wijze waarop regeringen en hulporganisaties voortaan ontvoeringszaken afhandelen. De rechtszaak wordt daarom scherp in de gaten gehouden. “Hoe ging dat bij u?“, vroeg de rechter aan Cochetel. “Wat deed de Franse regering, wat deed UNHCR?“

“De Fransen hadden contacten op het hoogste niveau“, zei Cochetel. “Met president Jeltsin, Russische geheime diensten. Parijs stuurde mensen naar de ambassade in Moskou om zich met mijn zaak bezig te houden. Ze analyseerden de informatie, onderhandelden, wogen opties om me vrij te krijgen. Dit alles achter de schermen. UNHCR kon openlijk druk uitoefenen op de Russische regering, campagnes organiseren. Diplomaten kunnen dat niet.“ Daardoor, zei hij, kan de indruk ontstaan dat de humanitaire organisatie de vrijlating regelt, niet het land van de gijzelaar.

Een bewindvoerder in Vladikavkaz zei later dat er vier miljoen dollar voor Cochetel is betaald. De Franse regering heeft dat categorisch ontkend. Vrijwel elke regering ontkent dat in vrijwel elke ontvoeringszaak, om geen precedent te scheppen - behalve de Nederlandse regering in de zaak-Erkel. “Tijdens mijn vrijlating, waarbij sommigen het leven lieten, zag ik een doorzichtige zak vol geld. Er is dus betaald. Maar ik weet dat dit geld niet van UNHCR kwam.“

“Is de rolverdeling altijd zo?“, vroeg de rechter nog eens.

Cochetel antwoordde dat het Rode Kruis in 1999 voor een Braziliaanse hulpverlener deed wat UNHCR voor hem had gedaan. Meer niet. Ook was er een Fransman van AzG die in 1997 in de Kaukasus was ontvoerd. “AzG werkte daar met ons. Ik heb hen aan lokale contacten geholpen. Maar de regering onderhandelde. Begin jaren negentig betaalden humanitaire organisaties vaak losgeld. Dat waren kleine bedragen. Na 1995 werden de bedragen hoger en de politieke belangen groter. Tussen 1995 en 1997, toen ik er zat, zijn daar zeker twintig buitenlandse hulpverleners ontvoerd. Velen kwamen vrij in ruil voor losgeld. Maar er is bij mijn weten geen humanitaire organisatie geweest die betaald heeft. Steeds hadden zij een ondersteunende rol. Het enige waar ze wel eens voor betaalden, waren diensten van informanten. Toen ik eens een teken van leven mocht geven, één minuut op cassette, is er 30.000 dollar betaald voor de informant die dat regelde. Maar het echte losgeld, daar hebben die organisaties de middelen niet voor.“

Cochetel koos geen partij in het geschil rond het losgeld voor Arjan Erkel. Maar AzG had hem voor deze zitting op de verhorenlijst gezet. Het was niet moeilijk om te begrijpen waarom.