Van Siddeburen naar Salta “Wij proberen alles netjes te doen'

Jacob en Tini Wijpkema verruilden drie jaar geleden hun Groningse eengezinswoning voor een 2.200 hectare groot landgoed in Argentinië. Nu fokken ze koeien in het land waar de president net een exportverbod voor vlees heeft afgekondigd.

Tini en Jacob Wijpkema, op duizend meter hoogte op het terras voor hun Argentijnse huis. Foto Marcel Haenen Haenen, Marcel

Terwijl de inzittenden bij tijd en wijle tegen het dak stuiteren, ploegt Jacob Wijpkema onverstoorbaar de pick-uptruck door zijn ruige Argentijnse landgoed. Het gras staat ruim een meter hoog, de cactussen zijn langer dan lantaarnpalen en voor de voorruit grijnzen onheilspellend grote wespen. “De meeste Nederlandse boeren die op bezoek zijn geweest, vinden het hier een enorme rotzooi. Die zijn hun gazonnetjes gewend. Maar ik vind dit juist gewoon leuk“, zegt Wijpkema en crost verder.

Na een uur wordt het zuidelijkste punt van zijn boerenland bereikt. Wijpkema stapt uit en loopt, de venijnige stekelplanten trotserend, in een noodtempo voorop. Op een heuvel toont hij de restanten van een eeuwenoude indiaanse nederzetting. Links zijn 2.300 meter hoge bergen te zien en voor ons in de diepte klettert de grensrivier die deze provincie Salta scheidt van de provincie Tucuman. En om er toch echt zeker van te zijn dat het de bezoeker niet ontgaat, vat Wijpkema het met zijn zwaar Groningse tongval nog één keer samen: “Ja, het landschap ziet er hier toch echt heel anders uit dan in die Hollandse rotstuintjes.“

Jacob (54) en Tini (48) Wijpkema vielen op elkaar als studenten in 1976. Daarna werkten ze allebei in de papierfabriek De Eendracht Karton in Appingedam. Hij zat op de technische dienst en zij deed personeelszaken. Het Groningse stel is een bewust kinderloos echtpaar. Het leven is immers al rijk genoeg gevuld met werken en met reizen. Jacob en Tini zijn natuurliefhebbers en trekken desnoods de hele wereld over om een foto te kunnen maken van een witkeelkolibrie in Zuid-Amerika of een Banded Pitta op Sumatra.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw bezochten ze voor het eerst Argentinië. Het was liefde op het eerste gezicht. “We dachten meteen dat we hier wel eens zouden willen wonen. In dit land is alle mogelijke natuurschoon te zien en de mensen zijn ontzettend vriendelijk. Gesloten deuren bestaan hier niet en iedereen maakt tijd voor je“, zegt Tini. “Er deugt natuurlijk ook van alles niet aan deze mensen, maar in het algemeen kunnen we het redelijk goed met ze vinden“, vertelt Jacob.

Van Siddeburen naar Salta. Drie jaar geleden ruilden de Wijpkema's die Groningse woonplaats in voor een 13.000 kilometer verwijderde, meer exotische woonomgeving. Hun “basale Groningse huis“ met tuin bracht genoeg op om in Argentinië, dat de grootste economische crisis uit zijn bestaan doormaakte, het landgoed El Molino te kopen. De daar oorspronkelijk gevestigde kikkerkwekerij was geen rendabele onderneming en dus kwam het landgoed van 2.200 hectare (twee bij elf kilometer) in de verkoop. “Een kleine gemeente groot“, noemt Jacob het.

De boerderij ligt 1.200 kilometer ten noordwesten van hoofdstad Buenos Aires. In het zuiden van Salta moet je op de weg naar het dorpje La Candelaria bij elektriciteitspaal 204 rechts afslaan, de beek doorrijden en dan na twee kilometer de rotsige heuvel beklimmen. Daar zitten de Wijpkema's op duizend meter hoogte op het terras voor hun weliswaar eenvoudige woning maar met een spectaculair groen uitzicht. In het dal staat het vee te slurpen uit het eigen meer.

Op hun boerenbedrijf grazen zo'n 750 beesten: ruim vijfhonderd koeien, 180 kalveren, 75 ossen, 8 paarden en 2 veulens. Na drie jaar boeren is het de Groningers inmiddels wel duidelijk dat er van de verkoop van vleeskoeien nauwelijks valt te leven. Een normale koe levert de boer zo´n tweehonderd euro op, een stamboek koe achthonderd en een stamboek fokstier ongeveer vijftienhonderd euro. “De verkoop van koeien wordt pas profijtelijk als je meer dan tweeduizend koeien kunt houden“, zegt Jacob.

En zelfs onder die omstandigheden is het moeilijk boeren in het huidige Argentinië. De populistische president Néstor Kirchner heeft in april een exportverbod afgekondigd voor vlees voor een periode van 180 dagen. Hij wil daarmee de vleesboeren verplichten hun producten in grotere hoeveelheden aan te bieden voor de nationale markt zodat de prijs daalt.

“Het is een rampzalige maatregel. Het exportverbod is maar tijdelijk maar de buitenlandse markt is voor tien jaar kapot gemaakt omdat de Argentijnen nu in het buitenland te boek staan als onbetrouwbare leveranciers. De hele infrastructuur gaat eraan. De boeren in de omgeving zijn begonnen hun kinderen van de universiteit te halen omdat ze het collegegeld niet meer kunnen betalen.“

De Wijpkema's verkochten vorige week vijftig koeien voor een prijs van 2,8 peso per kilo (1 euro is 3,85 peso). “Dat was vorig jaar nog 3,5 peso per kilo. De actie van de president heeft dus wel gewerkt. Het zal het enthousiasme voor de veehouderij enorm reduceren hetgeen uiteindelijk mogelijk tot nog hogere vleesprijzen zal leiden.“

Het is een kwestie die tekenend is voor wat Wijpkema zijn grootste probleem noemt. “De fundamentele onbetrouwbaarheid van het bestuur. Je probeert hier als buitenlander zo goed mogelijk naar de regels van de wet te leven. Maar van de een op de andere dag kan de politiek de regels volledig veranderen.“

Het is daarom zaak de lokale autoriteiten goed te vriend te houden. De Wijpkema's hebben er bijvoorbeeld voor gezorgd dat ze aan de (investerings)voorwaarden voldeden zodat ze een permanente verblijfsvergunning kregen. “Voor zakenrelaties is het goed om te weten dat je van plan bent hier te blijven“, zegt Tini. “En in tegenstelling tot de meeste andere mensen hier betalen wij ook altijd op tijd onze rekeningen.“

En om echt vrienden te maken, laten de Groningers de notabelen uit de omgeving die van oudsher in hun meer een hengeltje werpen om op pejerrey te vissen nog steeds toe. “Mensen hebben mij verteld dat ik dat beter kan blijven goed vinden. Dat kan altijd nog eens van pas komen.“

De Wijpkema's hopen via het fokken van vee uiteindelijk toch een goede boterham te verdienen. Via een uitgekiend fokprogramma, kunstmatige inseminatie en hormonale behandeling van de beesten moet het mogelijk zijn winst te maken, zo is de hoop. “Door een gedetailleerde boekhouding bij te houden van alles wat je uit voert, welke stier het met welke koe doet en wanneer een koe tochtig is, hopen we efficiënt te kunnen werken. Want er is hier wel een markt voor normale stieren“, zegt Jacob.

De Groningse boer zit daarom in zijn Argentijnse woonkamer een groot deel van de dag achter zijn laptop gegevens in te voeren. “Aan dit soort dingen hebben Argentijnen een enorme hekel. Daar moeten we van kunnen profiteren.“

Naar goed Argentijns gebruik beginnen de Wijpkema's pas laat op de avond de warme maaltijd te bereiden. Tini snijdt de groenten in de keuken en Jacob grilt flinke biefstukken op een roostertje in de open haard. Op de schouw hangt een houten bod met de spreuk: Opdat Christus door het geloof in uw harten woning maakt.

Het Groningse echtpaar is praktiserend protestants. Een kerk waar ze met hun geloofsovertuiging terecht kunnen, is in de wijde katholieke omtrek echter niet te vinden. Maar gebeden wordt er wel veel. Voor en na het eten bijvoorbeeld. “Heer help ons deze mensen te begrijpen“, bidt Tini voor de avonddis.

Het blijkt uit het hart gegrepen. Een van die dingen waar een Groninger in Argentinië maar moeilijk aan went, is dat een afspraak in Zuid-Amerika een relatief begrip is. “Het kan wel samengaan hoor, een Groninger in Salta. Dat zitten we toch mooi te bewijzen. Maar je moet wel goed je periferie kiezen. Contacten leggen met mensen die je kunt vertrouwen“, zegt Tini.

Nog een afwijkende gewoonte, is het plattelandsgebruik om veel dingen te ruilen. Er is niet veel geld in omloop in Salta. Een vette koe ruil je voor kalveren en als vergoeding voor een dienst is het niet raar om voor een ander te ploegen. “Probleem is ook dat eigenlijk al onze leveranciers zwart betaald willen worden. En wij proberen alles netjes te doen.“

Voor de Argentijnen is het trouwens eveneens vaak schrikken. De Wijpkema´s werken namelijk zelf ook. “Argentijnse vrouwen gaan het liefste de hele dag zitten babbelen of winkelen“, zegt Tini. “Maar ik steek graag de handen uit de mouwen. Als je hier alleen maar zit te genieten dan geniet je niet meer.“

“Bij de meeste Argentijnse boerenbedrijven woont de eigenaar in de stad. Hij komt alleen af en toe kijken. Maar ik denk dat het oog van de meester het paard vet maakt“, aldus Jacob. “Als ik er niet zou zijn, gaat het hier met de knollen de pot in.“

Maar boven alles gaat het de Wijpkema's toch echt om het leven en werken in de natuur. “Het doel is niet om rijk te worden“, verzuchten ze herhaaldelijk. Als het boeren niet lukt, overwegen ze om buitenlandse toeristen mee te gaan nemen naar ongebruikelijke plekken om vogels te bekijken. “Er zijn op ons landgoed meer verschillende vogels te zien dan de ongeveer vierhonderd vogelsoorten die in heel Nederland voorkomen“, verzekert Jacob.

“En we hopen bij te dragen aan de werkgelegenheid“, zegt Tiny. “Vroeger gaf je aan goede doelen via het werelddiakonaat. Nu onderhouden we via onze medewerkers drie gezinnen.“

    • Marcel Haenen