Tavares is klein, krachtig talent

Ze is een echte zangeres, geen meisje dat angstig mee-mimede met een studio-cd. Het zijn dan ook haar stembanden die trillen, niet haar borsten en billen.

De in Lissabon opgegroeide Sara Tavares is een ideale artiest voor het nieuwe Muziekgebouw aan het IJ, waar behalve de kunst ook de zeden op niveau zijn. Zwaaien met uw armen doet u maar thuis en waag het niet uit uw zetel te komen, want dan bakt de brandweer u bruin.

Onder zulke strenge condities leek Tavares minder spontaan dan afgelopen maart op het Amsterdamse Podium Mozaïek, maar dat was niet erg. Ook in het uitverkochte Muziekgebouw voegde ze zonder ophef heel veel toe aan haar fraaie, vorig jaar verschenen cd Balanc?. Want binnen de degelijke arrangementen - haar trio past haar als een lichtgewicht maatpak - improviseert ze dat het een lieve lust is. Ze zingt in het Portugees, Engels en Criolla, de volkstaal van haar Kaapverdische geboortegrond, maar vervangt de teksten vaak door lichtvoetige “scat'. Ze imiteert Ella Fitzgerald of Sarah Vaughan niet, maar scat en passant zoals een keukenprinses een maaltijd bereidt; is er geen kousenband voorhanden, dan nemen we sperziebonen.

Tavares heeft geen “grote' stem maar wel een prima techniek en dito timing. Haar vaak van kleur verschietende geluid lijkt op dat van niemand. Haar verschijning doet nog wel denken aan haar Amerikaanse collega Cassendra Wilson, maar die heeft een lagere stem.

Als componiste is Tavares de laatste verre de baas. De fraaie melodielijnen van Guisa en het even langzame Novidado zijn strelend voor lichaam en ziel. Taveres is een krachtig, klein talent. Geen mens voor stadions en festivals maar heel overtuigend in het middenveld.

Het weelderig meanderende Lisboa Kuya doet je smelten als een ijsje. Gelukkig is dat één van de weinige dingen waar de Amsterdamse brandweer geen bezwaar tegen heeft.

Concert: Sara Tavares. Gehoord : 2/5 Muziekgebouw aan het IJ, Amsterdam. Verder: 28/5 Dunya Festival, Rotterdam.