Publicatieverbod krant “persbreidel'

Voormalig vleesverwerker Benedik eist honderdduizend euro van De Limburger. De krant zou een publicatieverbod hebben geschonden.

Het geld is nog niet overgemaakt, en de krant is ook niet van plan het over te maken. Dat zegt waarnemend hoofdredacteur van Dagblad de Limburger Henk Driessen telefonisch vanuit Sittard. Van zijn krant wordt honderdduizend euro geëist door de oud-directeuren van Benedik, een inmiddels failliet vleesverwerkingsbedrijf uit Landgraaf.

Volgens de oud-eigenaren, de broers J. en G. Benedik, heeft de krant een publicatieverbod van de rechter geschonden. Vrijdag publiceerde De Limburger over pensioenpremies die door het bedrijf niet zouden zijn afgedragen. Daarom zou de krant een door de rechter opgelegde dwangsom moeten betalen, zegt de advocaat van de oud-directie. Maar de krant zegt: “De rechter heeft ons niet verboden ons werk te doen.“

Het geschil gaat over het vonnis dat rechter H.J. Laumen van de rechtbank in Maastricht uitsprak op 7 april. Een “zeer ongelukkig vonnis“, zegt Thomas Bruning van de Journalistenvakbond NVJ. “Hopelijk wordt het gecorrigeerd in hoger beroep.“ En de advocaat van de krant, J. Koster, zegt: “Dit vonnis gaat in tegen de jurisprudentie. Het is persbreidel.“

De advocaat van de gebroeders Benedik is wel tevreden met het vonnis. Zij kregen gelijk van de rechter. Vier artikelen die De Limburger had willen publiceren over vermeende misstanden bij het vleesconcern, mochten de krant niet in. De krant liet de broers de artikelen voor publicatie lezen. De artikelen hadden koppen als: “Pensioenpremies Benedik weg' en “De beerput van Benedik'.

Volgens de broers Benedik bevatten de artikelen onjuistheden, waren ze tendentieus en grotendeels gebaseerd op anonieme bronnen. Ook zou het weerwoord van Benedik “niet, onjuist of onvolledig“ zijn opgenomen, betoogde de advocaat van het bedrijf tijdens het kort geding. De krant zegt dat anonieme bronnen alleen “ondersteunend' zijn gebruikt.

Dat door de rechter volledige artikelen bij voorbaat zijn verboden, noemt Thomas Bruning “opmerkelijk“. “Het zou kunnen dat er onjuistheden in het stuk staan, maar dat weten we nu niet omdat de rechter het niet expliciet heeft willen maken. Omdat het nu zo breed is, kun je als journalist bijna niet meer werken. Want wat is nu precies verboden?“

De krant heeft volgens de rechter niet aannemelijk gemaakt dat nu een algemeen belang werd gediend met de publicatie. Want, zei de rechter, het bedrijf is al meer dan een half jaar failliet. In zijn vonnis stelt de rechter ook dat De Limburger “thans geen waakhondfunctie heeft te vervullen“ omdat het faillissement al onderzocht wordt, door de curatoren. Ook de fiscale opsporingsdienst Fiod zou een (voor)onderzoek gestart zijn. Deze personen en een instantie zijn volgens de rechter “meer gespecialiseerd en gekwalificeerd dan een verslaggever van de krant“. Ook al omdat zij beschikken over documentatie van Benedik, zei de rechter. Volgens Bruning zegt de rechter daarmee dat “journalisten niet geëquipeerd zijn voor dit soort onderzoek“. Dat gaat “veel te ver“, vindt hij. “Journalisten kunnen wel degelijk deskundig zijn, of die deskundigheid via bronnen in huis halen.“

De Limburger zegde toe zich aan het vonnis te zullen houden, en gaat met spoed in hoger beroep. Maar vrijdag publiceerde de krant toch een bericht over premies die niet afgedragen zouden zijn door Benedik. Hoofdredacteur Driessen: “We hebben nieuwe bronnen, het is een nieuwe publicatie.“ Hij sluit verdere publicaties niet uit “als de feiten daartoe aanleiding geven“. Benedik eist dat De Limburger de dwangsom van 50.000 euro betaalt. En Benedik eist datzelfde bedrag nog een keer omdat de krant zich over de zaak zou hebben uitgelaten in andere media.

Het kort geding heeft nieuwe publiciteit veroorzaakt voor Benedik. Vrijdag besteedde het televisieprogramma De Leugen regeert er aandacht aan. De woordvoerder van de advocaat van Benedik wil niet op de inhoud ingaan en zegt dat zijn cliënten “met geen enkel bericht over de zaak blij zijn“. “Wij willen dat eerst de feiten op tafel liggen. Tot die tijd zullen wij van elke publicatie bekijken of de naam van onze cliënten zonder reden wordt geschaad.“

www.nrc.nl: vonnis