Nuissl maakte pareltje van theater

Joost Nuissl vertrekt als directeur van de Kleine Komedie in Amsterdam, het belangrijkste cabaret-theater van Nederland. Vivienne Ypma volgt hem op.

“Waar ik erg trots op ben, is dat de Kleine Komedie een kwaliteitsmerk is geworden. Ik ben erin geslaagd van de puinhoop waar ik in 1986 binnen kwam - qua organisatie en qua gebouw - een pareltje te maken. Een theater dat gespecialiseerd is in inhoudelijk cabaret en het amusementscabaret links laat liggen. Dat hoop ik nu zo goed mogelijk over te dragen.“

Joost Nuissl (60) gaat per 1 oktober met pensioen. Zijn opvolgster is Vivienne Ypma, die jarenlang voor Paul de Leeuw werkte en daarna onder meer directeur was van de nu door Joop van den Ende gerunde Theaterfabriek in Amsterdam. Nuissl blijft voorlopig als adviseur bij de Kleine Komedie betrokken: “Dat wil zeggen dat ik ter beschikking blijf voor advies. Het directeurschap van dit theater is een complexe baan. Maar als er geen behoefte aan mijn adviezen is, merk ik dat vanzelf wel.“

Nuissl begon zijn carrière als luisterliedjeszanger en scoorde in 1975 zelfs een hit met het meezingnummer Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben. Sinds de jaren tachtig was hij directeur van diverse theaters. Bij de Kleine Komedie werd hij in de loop der jaren een pater familias voor cabaretiers, met een felbegeerd podium. Wie immers bij hem mocht optreden, had het gemaakt. Ook was Nuissl mede-initiatiefnemer van de cabaretprijzen, die sinds vier jaar worden uitgereikt. De foto's van de winnaars hangen als een portrettengalerij in zijn theater.

“Dat ik nu met pensioen ga, is vooral een strategische beslissing“, zegt de scheidende directeur. “Eigenlijk zou het pas in 2007 zo ver zijn, maar dat zou betekenen dat mijn opvolger al meteen een nieuw meerjarenbeleidsplan voor de nieuwe raadscommissie zou moeten schrijven. En het is beter als die opvolger volgend jaar al enigszins beslagen ten ijs kan komen.“ Met de benoeming van Vivienne Ypma heeft hij geen bemoeienis gehad. “Die keuze heeft de raad van toezicht gemaakt. Ik geloof niet dat het goed is om je met je eigen opvolging te bemoeien.“

Nuissl heeft intussen aangekondigd zijn memoires te zullen schrijven. “Daar verheug ik me op“, zegt hij. “Het mooie is dat ik dan eindelijk weer eens kan oefenen in het improductieve denken, zoals ik dat noem. Normaal gesproken is alles wat we denken, erop gericht om een conclusie of een stellingname te bereiken. Maar in memoires hoeft dat niet. En schrijven heb ik de afgelopen twintig jaar alleen maar gedaan ten behoeve van brochures, jaarverslagen en beleidsplannen. Het lijkt me buitengewoon prettig als ik dat straks niet meer hoef te doen.“

    • Henk van Gelder