Maar is dat niet te vaag?

Sociologie is een speurtocht naar individualisering en globalisering.

Dat is niet te vaag. De Nederlandse sociologie is praktischer dan de Duitse.

Anno 2000 voorspelde de nestor van de Nederlandse sociologen, Jacques van Doorn, dat de sociologie aan betekenis zou verliezen in sterk geïndividualiseerde samenlevingen. Van Doorns voorspelling lijkt achteraf op de millenniumbug in computers: het valt reuze mee. De studentenaantallen stijgen. De instroom van nieuwe studenten sociologie steeg van 347 in 1999 naar 580 in 2004, zo valt te lezen in het deze week gepresenteerde eindrapport van de Verkenningscommissie Sociologie. Met verkenningen als deze wil de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) richting geven aan ontwikkelingen in een wetenschapsgebied.

Een levendige sociologische gemeenschap bevolkt de onlangs verschenen bundel Balans en toekomst van de sociologie onder redactie van Godfried Engbersen en Jos de Haan. De sociologie lijkt uit het dal te klimmen. Dat is overigens geen Nederlands dal. In de jaren negentig dreigde de halve afdeling sociologie aan de Amerikaanse Yale University te verdwijnen.

De neergang van “The Big Five', noemt de Amerikaanse sociologie-watcher Irving Louis Horowitz dit dal in het maart/april-nummer van het populaire sociaal-wetenschappelijke tijdschrift Society. Horowitz ziet de twintigste eeuw als de eeuw van de vijf grote sociaal-wetenschappelijke disciplines: sociologie, antropologie, politicologie, economie en psychologie. De 21ste eeuw is voor “The Little Five': communicatiewetenschap, milieukunde, stadsstudies, criminologie en beleidsstudies.

De vraag is wat de moederdiscipline sociologie precies te bieden heeft. Wat is haar kern? Welke ontdekkingen doet zij? De verkenningscommissie schrijft: “Wat de speurtocht naar elementaire deeltjes en de structuur van het heelal is voor de natuurwetenschappen, is die naar globalisering en individualisering voor de sociologie.“ Is dat niet veel te breed en te vaag, individualisering en globalisering? De hoogleraren Werner Raub van de Universiteit Utrecht en Jan Willem Duyvendak van de Universiteit van Amsterdam reageren op de onderzoeksagenda. Raub vindt de thema's niet te breed: “De prangende kwesties veranderen en het is juist zaak ze te koppelen aan de hoofdvraagstukken van de sociologie.“ Die vraagstukken blijven voor Raub de honderd jaar oude klassieke vragen van de sociologie: wat bindt en scheidt ons (sociale cohesie); wie krijgt wat (sociale ongelijkheid); hoe rationeel handelen mensen en instituties (rationalisering) en wie zijn we (identiteit). Raub vindt de Nederlandse sociologie veel praktischer dan de Duitse: “Sociologie in Duitsland blijft te vaak bij freischwebende theorie.“

“De sociologie gaat vaak tegen de intuïtie van mensen in“, zegt Jan Willem Duyvendak. “Individualisering is geen natuurgegeven. Hoe kan het dat je zó in het leven staat dat je denkt dat er zoiets is als een authentiek zelf?“ De sociologische blik is niet “in'. Duyvendak: “Het denken in bredere structuren, bredere samenhangen, staat onder druk.“ In de boekhandel “is de socioloog een bedreigde soort. De esoterie neemt meer ruimte in dan de sociologie.“ Maar wat biedt de sociologie? Duyvendak: “Een bijdrage aan het zelfbegrip van Nederland, zoals de ontzenuwing van de idee dat er alom sprake is van toenemende diversiteit. In onze gedragingen, opvattingen en voorkeuren, in de aankoop van huizen bijvoorbeeld, zijn we eerder uniformer geworden.“

Wat denkt de toekomst zelf over de toekomst? Frank van Tubergen promoveerde vorig jaar aan de Universiteit Utrecht en hij is één van de jonge onderzoekers die deelnam aan de in 2004 gehouden workshop “Jong Talent' van de Verkenningscommissie Sociologie. Van Tubergen: “Als wetenschapper zeg ik: de vooruitgang in de sociologie is enorm.“ Bijzonder is de sprong voorwaarts in de analysetechnieken en de dataverzameling. Van Tubergen kon voor zijn onderzoek naar migratie beschikken over gegevens van 200.000 migranten uit 19 landen.

De 29-jarige onderzoeker is optimistisch over theoretische vooruitgang in de sociologie. Als voorbeeld noemt hij de human capital-theorie van Nobelprijswinnaar Gary Becker uit de jaren zestig. Volgens Becker leiden investeringen in menselijk talent aan het begin van de levensloop tot hogere beloningen later. Uitgebreid tot migratie vond Van Tubergen dat landen met een grotere inkomensongelijkheid, zoals de Verenigde Staten, de hoger opgeleide immigranten trekken. Daar krijgen talenten meer terug voor hun investeringen dan in landen als Nederland en Denemarken. “Dat is de rol van de sociologie“, zegt Van Tubergen, “theorieën ontwikkelen en op andere gebieden toepassen.“ En het einde van de Big Fiver, waaronder de sociologie? Van Tubergen: “Als je goed kijkt, blijken veel theorieën in de criminologie afkomstig te zijn uit de sociologie. Net als bij de nu populaire communicatiewetenschap is de invloed van de sociologie enorm.“

Lees het volledige rapport: www.knaw.nl/publicaties/pdf/20041067.pdf

    • Ellie Smolenaars