“Losgeld komt nooit van hulporganisatie'

Wie betaalde het losgeld voor Arjan Erkel? In Genève ruziën Nederland en Artsen zonder Grenzen daarover.

Een gijzelingsexpert vindt betaling door AzG onlogisch.

Op 12 augustus 2002 werd Arjan Erkel, coördinator van Artsen zonder Grenzen in de Russische deelrepubliek Dagestan, ontvoerd uit het ouderlijk huis van zijn vriendin, bij de stad Machatsjkala. Foto Oleg Klimov The house, where was stolen Arjan Erkel 7 months ago. Makhachkala, Dagestan. 30.03.2003 Photo by oleg klimov Klimov, Oleg

“Als er internationale hulpverleners op de Kaukasus gegijzeld worden, bied ik de hulporganisatie waarvoor zij werken aan om te helpen. Ik weet iets van het mechanisme van onderhandelen met ontvoerders. Ik praat met families van gijzelaars, ik weet wat zij doormaken. En ik heb nog contacten in de regio, die op het spoor kunnen komen van de ontvoerders. Daarom heb ik Artsen zonder Grenzen benaderd toen Arjan Erkel in 2002 werd ontvoerd.“

In 1998, toen hij hoofd was van het VN-hoge commissariaat voor de vluchtelingen (UNHCR) in de noordelijke Kaukasus, werd de Fransman Vincent Cochetel 317 dagen gegijzeld. Gisteren werd hij gehoord in de rechtszaak die de Nederlandse staat bij een Zwitserse rechtbank tegen Artsen zonder Grenzen heeft aangespannen. Beide partijen kunnen het niet eens worden over het losgeld dat in april 2004 is betaald voor de vrijlating van Erkel. Cochetel, die nog voor UNHCR werkt, weet niet of de Nederlandse regering destijds de één miljoen euro aan AzG heeft “voorgeschoten', zoals Den Haag volhoudt. Of AzG gelijk heeft als zij stelt dat de bevrijding van Erkel een Nederlands initiatief was, waar AzG niets van wist en dat nooit is afgesproken dat AzG daarvoor de rekening gepresenteerd zou krijgen, kan Cochetel evenmin beoordelen. Maar omdat hij zijn persoonlijke trauma blijft verwerken door zich te bemoeien met andere ontvoeringszaken op de Kaukasus, weet hij wel wat er rond losgeld-betalingen zoal “gangbaar' is.

“Humanitaire organisaties spelen een beperkte rol bij ontvoeringszaken“, zei Cochetel gisteren zacht maar gedecideerd in een zaaltje van het Palais de Justice. “Ze kunnen alleen doen wat AzG voor Erkel ook deed: lokale contacten aanboren en informatie overhandigen aan de autoriteiten van het land waar de gijzelaar vandaan komt en van het land waar de gijzeling plaatsheeft. Die autoriteiten moeten de zaak oplossen. Humanitaire en VN-organisaties hebben weinig invloed op ontvoerders: ze zijn niet rijk en hebben politiek geen gewicht.“

Tijdens eerdere zittingen verhoorde de rechter Nederlandse diplomaten en AzG'ers, die vertelden wat ze tijdens de Erkel-zaak besproken hadden, en hoe de losgeld-ruzie was begonnen. Met Cochetel had hij ineens iemand voor zich die hem een context kon geven. De rechter, die zich voorheen wel gedroeg als een ouder van ruziënde kinderen, luisterde geboeid. Hij leek te beseffen dat de uitspraak die hij na de zomer velt, gevolgen zal hebben voor de manier waarop regeringen en hulporganisaties voortaan ontvoeringszaken afhandelen. Belanghebbenden houden deze rechtszaak daarom scherp in de gaten. “Hoe ging dat bij u?“ vroeg hij Cochetel. “Wat deed de Franse regering, wat deed UNHCR?“

“De Fransen hadden contacten op het hoogste niveau“, zei Cochetel. “Met president Jeltsin, Russische geheime diensten. Achter de schermen was “Parijs' zeer actief. UNHCR kon openlijk druk uitoefenen op de Russische regering, campagnes organiseren. Diplomaten kunnen dat niet.“ Daardoor, zei hij, kan de indruk ontstaan dat de humanitaire organisatie de vrijlating regelt, niet het land van de gijzelaar.

Een bewindvoerder in Vladikavkaz zei later dat er vier miljoen dollar voor Cochetel is betaald. De Franse regering heeft dat categorisch ontkend. Vrijwel elke regering ontkent dat in vrijwel elke ontvoeringszaak, om geen precedent te scheppen - behalve de Nederlandse regering in de zaak-Erkel. “Tijdens mijn vrijlating, waarbij sommigen het leven lieten, zag ik een doorzichtige zak vol geld. Er is dus betaald. Maar ik weet dat dit geld niet van UNHCR kwam.“

Cochetel vervolgde in algemene zin. “Begin jaren negentig betaalden humanitaire organisaties vaak losgeld. Dat waren kleine bedragen. Na 1995 werden de bedragen hoger en de politieke belangen groter. Tussen 1995 en 1997, toen ik er zat, zijn daar zeker twintig buitenlandse hulpverleners ontvoerd. Velen kwamen vrij in ruil voor losgeld. Maar er is bij mijn weten geen humanitaire organisatie geweest die betaald heeft. Steeds hadden zij een ondersteunende rol. Het enige waar ze weleens voor betaalden, waren diensten van informanten.“

Cochetel koos geen partij in het geschil rond het losgeld voor Erkel. Maar AzG had hem voor deze zitting op de verhorenlijst gezet. Waarom ze dat deden, was aan het einde van de zitting niet moeilijk te raden.

    • Caroline de Gruyter