Laat Paleis op de Dam toch met rust, Beatrix

Een 17de-eeuwse trap zal de restauratie van het Paleis op de Dam niet overleven.

Het koninklijk huis heeft blijkbaar meer behoefte aan een vijfde dienstlift.

Illustratie Tomas Schats Schats, Tomas

Een dienstlift! Met de 69 miljoen kostende “restauratie' van het Paleis op de Dam in Amsterdam wordt - tegen het advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in - een monumentale 17de-eeuwse “keizerlijke' trap gesloopt ten behoeve van een volstrekt overbodige dienstlift.

Het gebouw had oorspronkelijk aan twee zijden “keizerlijke' trappen, waarvan er één reeds in de jaren zestig van de vorige eeuw is gesneuveld. Het kenmerk van een dergelijke trappenopstelling is dat ze zigzaggend omhooggaan; door de in het midden gecreëerde ruimte wordt daardoor een bijzondere lichtinval verkregen. Met de sloop van de laatste trap verdwijnt niet slechts het 17de-eeuwse materiaal, maar gaan ook het gehele concept en de belevingswaarde van het trappenhuis verloren.

Hoewel het paleis al vier liften heeft, staat de koningin erop dat er nog een dienstlift bijkomt. Dat monumentenbelangen hier moeten wijken voor de wensen van het koninklijk huis moge duidelijk zijn. De opknapbeurt van het als stadhuis ontworpen classicistisch barokke gebouw van Jacob van Campen is inmiddels in gang gezet en heeft plaats achter gesloten deuren.

Het zou de belevingswaarde en de sociale controle van de Dam en omgeving ten goede komen, als de Oranjes het gebouw zouden verlaten en het gebouw teruggeven aan de gemeente Amsterdam, om er een zinvoller bestemming aan te kunnen geven.Er zijn nogal wat monarchisten die van mening zijn dat door de huidige gebruiker het gebouw eerder op een zorgvuldige wijze zal worden beheerd. Dat het tegendeel nu het geval is, tonen de recente ontwikkelingen aan.

Een groot voordeel van de teruggave aan Amsterdam en het geven van een passende bestemming aan dit voormalige stadhuis is dat eventuele aanpassingen van het monument in openbaarheid kunnen geschieden en dat de te verstrekken vergunning niet meer - onder het mom van het staatsgeheim - in achterkamertjes wordt afgewikkeld.

Wanneer je - als gewone burger - de geringste wijziging in een monumentale carréhoeve in een Limburgs gehucht of in een 16de-eeuwse grachtengevel aanbrengt, heb je een groot probleem met de overheid. In het onderhavige geval wordt een monumentale trap vernietigd met goedkeuring van de overheid. Dat is meten met twee maten.

Bestuurders, ambtenaren en gemeenteraad van Amsterdam kan worden verweten dat zij onvoldoende alert zijn geweest om dit monumentale gebouw afdoende te beschermen. Bovendien is een precedent geschapen door een sloopvergunning voor de trap te verstrekken - tegen het advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in. Waar veel eigenaren van monumenten nu geen toestemming krijgen voor het bouwen van een lift, dreigt dit, onder verwijzing naar het Paleis op de Dam, wel mogelijk te worden, waarbij tevens naar believen kan worden gesloopt. Immers, met welke rechtsgrond kan de bestuursrechter dat nog beletten?

De sloop van de trap kan juridisch gezien niet meer worden voorkomen, omdat de sloop- en bouwvergunningen zijn verstrekt. De koningin zou derhalve met een appèl op morele en cultuurhistorische gronden tot het inzicht moeten worden gebracht alsnog af te zien van de sloop van de monumentale trap.

Wat kun je van burgers nog aan respect voor het cultureel erfgoed verwachten, als een koningin en verantwoordelijke bestuurders zo nonchalant omspringen met één van de belangrijkste gebouwen uit onze architectuurgeschiedenis? Hoe komt het toch dat wij in allerlei opzichten ons cultureel erfgoed vernielen? Dat zal ons opbreken. Want een samenleving zonder tastbare geschiedenis is een samenleving zonder identiteit.

Leo Q. Onderwater is architect.

    • Leo Q. Onderwater