Kirgizië: instabiliteit en politieke crisis

In Kirgizië heeft gisteren de regering bij president Koermanbek Bakijev haar ontslag ingediend; de president heeft het echter afgewezen. Kirgizië is al weken onrustig.

Gisteren dienden eerst dertien van de vijftien ministers hun ontslag in; later volgden de twee resterende ministers. Ze trokken de consequenties uit een motie die vrijdag in het parlement werd aangenomen. In die motie werd het werk van de regering “onvoldoende“ genoemd.

De werkelijke reden ligt waarschijnlijk in het grote aantal demonstraties van de afgelopen weken en maanden. Na de “tulpenrevolutie' die vorig jaar maart tot de val van toenmalig president Askar Akajev leidde en president Bakijev en premier Feliks Koelov aan de macht bracht, is er in Kirgizië weinig veranderd voor de gewone burger. Bovendien is het land politiek zeer instabiel gebleven. Zo zijn er sindsdien drie parlementariërs vermoord, is er een langdurige gevangenisopstand geweest en is sprake van een toenemende rol van de maffia. Die blijkt onder meer uit de verkiezing van een bekende maffialeider tot parlementslid. Daarnaast speelt de traditionele machtsstrijd tussen politici uit het noorden en het zuiden een rol. Politici beschuldigen elkaar in koor van banden met de georganiseerde misdaad. Beloofde hervormingen - bijvoorbeeld die van de grondwet - zijn uitgebleven. Bij een demonstratie werd zaterdag president Bakijev uitgejouwd en werd zijn rivaal Koelov toegejuicht; Koelov zei bij die gelegenheid de eisen van de betogers te steunen.

De regering zei gisteren “niet het morele recht te hebben“ aan te blijven na de stemming in het parlement van vrijdag. (AFP, Reuters)