Hopeloos Tsjaad “geen staat'

President Idriss Déby wint vandaag vrijwel zeker de verkiezingen in Tsjaad.

Minder zeker is of Déby de machtsstrijd wint met de hem vijandige milities in Soedan.

President Idriss Déby van Tsjaad ligt al vele maanden onder vuur van zijn rivalen. Zij wensten, samen met de Verenigde Staten, uitstel van de verkiezingen, vandaag, en een nationale dialoog. Begin vorige maand leek Déby's einde in zicht: rebellengroepen rukten bliksemsnel met steun van Soedan op naar de hoofdstad N'Djamena. Na hevige gevechten slaagden de in het nauw gedreven regeringstroepen erin de aanvallers te verdrijven.

Tsjaad heeft nooit geluk gehad met zijn leiders. Sinds de onafhankelijkheid in 1960 vond er nooit een geweldloze machtswisseling plaats. Jacques Chirac, president van het voormalige koloniale moederland Frankrijk, zegt als hij het over Tsjaad heeft: “Het is geen staat, maar een door buurlanden begrensd gebied gecontroleerd door krijgsheren.“ Tsjaad was in 1900 een van de laatste gebieden die de kolonisten innamen. Geen westerse mogendheid zag het belang in van dit land dat zich uitstrekt over de Sahara, de Sahel en de zuidelijke savannes.

Vanaf 1960 woedde er 23 jaar lang een burgeroorlog. Grote gebouwen in de hoofdstad vertonen hun pokdalige muren als een herinnering aan de vele veldslagen om de staatsmacht. Krijgsheren werden presidenten en weer krijgsheer als ze door concurrerende collega's waren afgezet. Goukouni Oueddei, Hissène Habré en nu Déby vochten zich vanuit de woestijn of de bergen een weg naar de macht in N'Djamena. Geen enkel buurland, noch de toenmalige Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE, voorloper van de Afrikaanse Unie) noch Frankrijk, kon deze strijdtonelen bedwingen. De krijgsheren en plunderaars hadden het voor het zeggen. Een hopeloos land.

“Het geluid van de marcherende legerlaarzen valt overal te horen“, omschreef deze week Tenebaye Massalbaye, het hoofd van een mensenrechtenorganisatie in N'Djamena, de situatie aan de vooravond van de verkiezingen. “Deze verkiezingen zijn een poging voor de internationale gemeenschap een vorm van wettigheid aan dit regime te geven.“ De oppositie boycot de stembusgang. De Afrikaanse en Europese Unie evenals de VS pleitten voor uitstel. Er vonden nog nooit eerlijke en vrije verkiezingen plaats, ook die van vijf jaar terug verliepen zeer frauduleus.

De marcherende soldaten geven de doorslag. De Amerikaanse regering onderschreef vorige week de beschuldiging van Tsjaad dat buurland Soedan de rebellen tegen Déby steunt. De gewapende tegenstanders blijken over goede wapens te beschikken en hebben een indrukwekkend aantal sterke terreinwagens voor vervoer in het mulle zand. Tsjadische rebellenleiders bivakkeren in de Soedanese hoofdstad Khartoum en coördineren hun acties in Geneina, een stadje in het Westsoedanese Darfur. Khartoum wil van Déby af omdat hij de verzetsbewegingen in Darfur helpt.

De 54-jarige Déby behoort tot de Bideyat clan van de kleine maar invloedrijke stam de Zaghawa. De in Frankrijk opgeleide militair is ernstig ziek en zijn regime lijdt al twee jaar onder afvalligheid en ontrouw. In 2004 probeerde zijn clan hem af te zetten en vorig jaar liepen enkele familieleden en grote groepen van zijn Presidentiële Garde over naar de in Darfur gevestigde rebellen. De economie verkeert in een recessie en ambtenaren worden niet of te laat betaald. Door een ruzie met de Wereldbank over een olieproject stroomden er maandenlang nauwelijks inkomsten in de staatskas en kon Déby geen wapens kopen om de aanval van zijn tegenstanders te weerstaan.

De rebellengroepen zijn verdeeld en versplinterd. Een voorname krijgsheer is Mahamat Nour. Hij behoort tot de kleine Tama-stam in Oost-Tsjaad en verblijft regelmatig in Soedan. Zijn opstandelingen zouden in Tsjaad samenwerken met Arabische milities evenals met de Soedanees-Arabische milities de Janjaweed. Tussen 1991 en 1994 was hij een naaste medewerker van Déby, daarna diens tegenstander.

Traditioneel is voor iedere machtsstrijd in Tsjaad doorslaggevend wat Frankrijk doet. Bij de aanval op N'Djamena vorige maand gaven de 1.200 in Tsjaad gelegerde Franse soldaten beperkte logistieke steun aan de manschappen van Déby. Vooralsnog lijkt Parijs Déby te helpen, maar het heeft al gezegd dat wanneer N'Djamena door rebellen wordt ingenomen het niet zal tegenwerken en zich zal beperken tot de bescherming van buitenlanders in Tsjaad.