Hef taboe rond Hitlers boek Mein Kampf op

In Nederland rust een taboe op het lezen en uitgeven van Adolf Hitlers Mein Kampf.

Het slecht geschreven boek krijgt daardoor meer eer dan het toekomt.

Deze week gedenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Een goed moment om de autobiografie van Adolf Hitler opnieuw uit te geven. Immers, de gebeurtenissen van zo'n zestig jaar geleden zijn onbegrijpelijk zonder inzicht in Hitlers motieven. Maar op het lezen en uitgeven van Mein Kampf rust een taboe. Dat dit moet sneuvelen, maakte de discussie rond de Britse amateur-historicus David Irving duidelijk.

Een Oostenrijkse rechtbank veroordeelde Irving in februari tot een gevangenisstraf voor het bagatelliseren van de Holocaust. Onnodig, want de vrijheid van meningsuiting had moeten prevaleren, betoogden velen. De massamoord op zes miljoen joden door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog is een onomstotelijke en majeure historische gebeurtenis die geen juridische bescherming behoeft. Die bescherming geeft onterecht een geheimzinnig aura aan de holocaust, die complottheorieën van ontkenners alleen maar steunt. Laat de ontkenners zich maar belachelijk maken.

Om dezelfde reden is het de hoogste tijd voor een nieuwe Nederlandse uitgave van Adolf Hitlers boek Mein Kampf. Laten we ook dat boek ontdoen van zijn mystieke waas en een frisse Nederlandse herdruk uitbrengen. Een uitgave in de nieuwe spelling zou de leesbaarheid van de geautoriseerde vertaling uit 1939 zeer ten goede komen.

Het historisch belangrijke werk is praktisch niet in het Nederlands te krijgen. In 1974 verbood de regering nog een herdruk. Deze censuur is het gevolg van onze verkrampte visie op Hitler als de personificatie van het kwaad, die het onmogelijk maakt de Duitse tiran als “gewoon' historisch personage te zien.

Natuurlijk, de holocaust was ongeëvenaard macaber. Het is het morele ijkpunt van deze tijd. Maar dat betekent niet dat de wens om kennis te nemen van Hitlers denkbeelden verwerpelijk is. Het nationaal-socialisme heeft de geschiedenis verstrekkend beïnvloed. Waarom zou een boek van de leider van die stroming dan verboden literatuur moeten zijn?

Bovendien is de propagandistische waarde nihil. Alsof het openslaan van Mein Kampf een weldenkende burger doet veranderen in een oorlogszuchtige racist. Niets daarvan. Het is een dik, slecht geschreven boek waar de moderne lezer nauwelijks doorheen komt. Voor hij begint met zijn toekomstvisie heeft Hitler al meer dan vijfhonderd bladzijden nodig om vermoeiend gedetailleerd en met veel saaie metaforen, zijn jeugd, de begintijd van de partij en de falende Duitse politiek rond de Eerste Wereldoorlog te schetsen.

Natuurlijk is het boek doordrenkt met wantrouwen, haat en antisemitisme. Maar Hitlers woede is zo karikaturaal en gedateerd dat Mein Kampf weinig overtuigend is. Neem bijvoorbeeld zijn visie op de linkse pers. “Voor de marxistische leugenkranten is het liegen een even onoverwinnelijke eigenschap als het muizen voor de kat; het is immers hun taak om het volk in volks- en nationaal opzicht de ruggegraat te breken, om het rijp te maken voor het juk van het internationale kapitalisme, en van zijn meesters, de joden.'

Verder zijn wantrouwen, haat en antisemitisme al lang verhuisd van de boekenplank naar internet. Een scholier kan op internet wel beter leesbare extremistische teksten vinden dan Mein Kampf. Het internet is immers een geschikt publicatiemedium, ook voor racistische blanke mannen.

Rinze Benedictus is wetenschapsjournalist