Franse eigenaar verlangt inzage in dossier dood paard

Heeft de Fransman Xavier Marie met Poëtin vorig jaar een kampioenspaard of een ziek dier gekocht? Om dat te weten eist hij bij de rechtbank inzage in dossiers van de ING Bank.

Wist de ING Bank dat zij vorig jaar een ziek dressuurpaard liet veilen? Op die vraag wil de koper, de Fransman Xavier Marie, antwoord. Drie maanden na de aanschaf moest de nieuwe eigenaar het dier, waarvoor hij 900.000 euro had betaald, laten inslapen. Om die reden vroeg Marie gisteren de Amsterdamse rechtbank de ING Bank, die het paard per executie had verkocht, te dwingen hem inzage in de medische dossiers van het paard te geven.

Het verhaal van Poëtin gaat terug naar december 2003 toen Peter en Patty van der Zwan van stoeterij De Keizershoeve in het Limburgse Kessel het paard kochten op een veiling in Duitsland. De toen zesjarige Poëtin was dat jaar wereldkampioen bij de jonge dressuurpaarden geworden. Een prestatie die deed vemoeden dat er sprake was van een toppaard.

De ING Bank verstrekte de stoeterij een lening voor de koopsom van tweeënhalf miljoen miljoen euro. Toen de Van der Zwans hun verplichtingen tegenover de bank niet meer konden nakomen, werd er beslag gelegd op het als onderpand afgegeven paard. Maar op het moment van inbeslagname stond Poëtin niet in de stallen van de stoeterij. Een reden zou kunnen zijn, dat de Van der Zwans het paard op die manier aan de beslaglegging wilden onttrekken. Na een zoektocht vond de Duitse politie Poëtin, waarna het dier alsnog kon worden overgebracht naar landgoed Balkenschoten in Nijkerk om geveild te worden.

Vanaf dat moment lopen de lezingen van de bank en Marie uiteen. Volgens de Fransman was de merrie al eerder door de bank getraceerd in de dierenkliniek te Kerken van veterinair Beckers. Het paard zou daar door de familie Van der Zwan naar toe zijn gebracht om behandeld te worden voor een peesblessure. Op last van een Duitse rechtbank moest Beckers de merrie op 25 augustus afgeven. Het gevolg van de inbeslagname was dat de behandeling werd stopgezet. Poëtin moest vervolgens op de veiling onder het zadel haar beste (dressuur)beentje voorzetten om een zo hoog mogelijke prijs op te brengen.

Volgens Xavier Marie, die voor de Amsterdamse rechtbank werd vertegenwoordigd door advocaat Blackstone, heeft het stopzetten van de behandeling in combinatie met te zware belasting tijdens de veiling er toe geleid, dat het paard Poëtin dusdanig zwaar geblesseerd raakte dat genezing onmogelijk werd en hij gedwongen was het paard te laten inslapen.

Met de medische dossiers van veterinair Beckers hoopt Marie te kunnen aantonen, dat in de veilingpiste met medeweten van ING doelbewust een verkeerde indruk is gewekt over de gezondheid van het paard. Poëtin werd voorgesteld als een dressuurpaard dat nog met de geringste krachtsinspanningen de zwaarste onderdelen aankon. In werkelijkheid was Poëtin volgens Marie dermate verdoofd door een medicijnenbehandeling, dat zij zich in Nijkerk zwaar heeft geforceerd.

Goosman van de ING Bank melde voor de rechter, mevrouw Poelmann, dat hij bij zijn weigering blijft om de medische dossiers te verstrekken. Hij heeft daar twee redenen voor. “In de eerste plaats zijn er geen dossiers. En als die er zouden zijn, hebben we principiële bezwaren tegen vrijgave, omdat het gaat om een executoriale verkoop. Maar het is zeker niet zo dat wij iets te verbergen hebben“, zei Goosman.

Hij wilde wel toegeven dat er bij de inname van Poëtin rapport is opgemaakt door een veterinair. “Als we een paard innemen voor een executieverkoop dan handelen we dat op dezelfde wijze af als bij de veiling van bijvoorbeeld ingenomen auto's. We maken digitale foto's van de auto. In het geval van Poëtin zijn evenwel geen röntgenfoto's gemaakt. De rapporten zijn dan ook summier, mede omdat we niet te veel willen weten“, verklaarde Goosman.

Dat ontlokte rechter Poelmann, die door haar vraagstelling de indruk wekte veel van paarden te weten, de opmerking: “Wat houdt de ING Bank eigenlijk tegen om openheid van zaken te geven? Ik kan mij niet voorstellen dat een dierenarts die een paard in behandeling krijgt niet bij de zijn collega die het paard daarvoor onder zijn hoede had, naar de voorgeschiedenis informeert om te weten welke behandeling het paard heeft ondergaan.“

Daarop antwoordde Goosman: “Poëtin stond in die kliniek, omdat het een vluchtadres betrof. Onze veiling betrof een executieverkoop. En wij hebben op die veiling alle informatie verstrekt die bij ons bekend was, namelijk dat Poëtin herstellende was van een peesblessure.“

Waarop rechter Poelmann zei: “De eerste vraag waarop een antwoord moet komen is: was Poëtin kreupel? En vervolgens: wist de ING dat het paard kreupel was? Maar de bank lijkt mij duidelijk niet bereid deze informatie te verstrekken.“

De uitspraak is op 18 mei.

    • Jacob Melissen