En de rest van de wereld loopt achter

De cartooncrisis is al bijna vergeten - typisch zo'n onderwerp straks bij het eindejaarsoverzicht waarbij een mens beseft hoe snel een jaar omvliegt.

Hier in Jakarta heeft het voor de invloedrijke moslimorganisaties in elk geval één voordeel opgeleverd: er kan in dit grootste moslimland geen westers staatshoofd of regeringsleider meer arriveren of er wordt een paar uur ingeruimd voor het hoofdstukje Dialoog. Naar een islamitisch schooltje, naar een moslimuniversiteit, veel witte hoofddoekjes in de zaal, mooi dialoogplaatje - en telkens staan de islamitische voormannen vooraan en worden zij steeds belangrijker. Strikt genomen is het een vreemde vertoning, want islamitische organisaties zouden met katholieke, protestantse, joodse, boeddhistische, humanistische collega's moeten “dialogiseren', maar zo werkt het natuurlijk niet. Islam is een politiek onderwerp geworden en westerse politici voelen zich geroepen duidelijk te maken dat ze niet de islam bedoelen wanner ze tegen islamitische fundamentalisten van leer trekken.

Indonesië met zijn meer dan 200 miljoen moslims is een adequaat decor en een geschikte plek voor zo'n boodschap, temeer omdat ook het land zelf middenin een worsteling zit: blijft het een seculiere staat of niet?

Door diezelfde cartooncrisis laaide in sommige Europese landen - en zeker in post-Van Gogh-Nederland - de Kulturkampf op tussen hedendaagse rekkelijken en preciezen, tussen hen die een beetje willen schikken en plooien met islamitische heethoofden en degenen die dedemocratische principes in gevaar zien gebracht, mensenrechten geschonden, en daarom geen duimbreed kunnen wijken.

Een voetnoot in de woordenstrijd leverde de Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne. Ze had het over “fundamentalistische secularisten“. Er volgde een nummertje Tumult en Verontwaardiging, de bewindsvrouwe maakte een paar terugtrekkende bewegingen en iedereen ging weer terug in zijn hok. Zo gaat dat wel vaker - een onderwerp blijkt goed voor zoveel emotie en opwinding dat het bruikbaar wordt voor politiek entertainment. Het wordt een soort tennisbal waar babbelshowmasters en politici op de tennisbaan een aantal keren tegen meppen, totdat de bal uit is en een nieuw onderwerp langskomt: new balls, please. Exit fundamentalistisch secularisme.

Dat is jammer.

Voor grote delen van de wereld is het Europese secularisme een raadsel. Voor de overgrote meerderheid van Amerikanen is het een dwaling en niet een volgende trede op de ladder van vooruitgang en beschaving. Ze kennen het van New York en Hollywood - hoewel daar veel bekeerlingen rondlopen de laatste tijd - maar het blijft niet-vertrouwd. De ex-stafchef van Bush over zijn president: “Ik zie hem worstelen met andere wereldleiders die niet geworteld zijn in een of ander geloof. Het maakt de president niet uit wat voor geloof het is, zolang het maar geloof is.“ (New Yorker, 13 februari).

In Azië is het niet anders. Praktisch iedereen gelooft wel in iets. Grote massa's mensen maken er ontzettend veel werk van, elke dag opnieuw. En ook in landen met een grondige heropvoeding in secularisme achter de rug, zoals China en Vietnam, struikel je over geloof. Al zijn het maar die altaartjes in al die huizen, waar met kaarsen de voorouders gunstig worden gestemd. En zelfs wie er niets aan doet, huldigt over het algemeen geen principes hieromtrent, maar het komt er gewoon niet van.

Wie af en toe eens aanschuift bij een “dialoogdag' in Indonesië, valt op hoe radicaal anders iedereen tegen geloof aankijkt. Europeanen die bij religie het vakje “niets' aankruisen, moeten welhaast fundamentalisten van een eigen soort zijn. Hoe kun je anders zo losjes omspringen met een van de weinige houvasten in het leven, namelijk geloof? Hoe kun je anders zo bewust ontheemding aanvaarden van verleden, van gewoonten, van vertrouwde waarden?

Dat moet wel een te radicale stap zijn om die slechts te kunnen verklaren met gemakzucht, slijtage of andere bijkomstigheden van het leven. En zoals een oplettende deelnemer van zo'n sessie zei: “Het is toch geen toeval dat mensen met een geloofsovertuiging kritisch waren over de cartoons. President Bush was kritisch, premier Blair was kritisch. De grote voorvechters van die cartoons waren de ongelovigen, zij hebben niet alleen ietstegen de islam, zij hebben iets tegen geloof.“

Zeker in Nederland is er vanaf de jaren '60 en '70 steeds een koppeling gelegd tussen emancipatie en secularisme. Wie zich bevrijdde van de knellende banden van zijn of haar jeugd met alle rolpatronen van dien, bevrijdde zich ook van religie. Zo eendimensionaal was de redenering. In omvang, hevigheid en gedrevenheid wijkt het ook af van andere Europese landen. In Frankijk bijvoorbeeld noemt 70 procent zich katholiek. Ze doen er verder weliswaar niets aan, maar dopen, trouwen en begraven gaat via de pastoor. Ook in Duitsland vermeldt eenzelfde percentage een godsdienst. Het gedrag in het dagelijks leven wijkt ook daar nogal af, maar ook daar zijn veel vertrouwde rituelen gebleven.

Een begrafenisplechtigheid van een staatsman waarbij elke relatie tot kerk of God ontbreekt, komt in de meeste landen bijvoorbeeld niet voor. Wel bij ons. Zo'n debat in de Tweede Kamer met minister Van Ardenne waarin ook breed getuigenis wordt afgelegd van alle ellende die godsdienst allemaal kan aanrichten - het blijft vrij uniek.

In zoverre is Nederland met zijn expliciete en nadrukkelijke uitingen van secularisme een beetje een eiland. Zeker buiten Europa geldt het als eigenaardig, soms als onbegrijpelijk of verwerpelijk en een enkele keer als subversief en de vrede verstorend. Secularisme wordt er inderdaad als iets vrij fundamenteels gezien, niet als een nevenproduct van tolerantie, maar veelal van verdampend normbesef.

Dat is allemaal niet erg, maar het is handig om te weten. En het helpt ook voor mensen die denken dat Nederland met zijn secularisme vooroploopt in een mars van emancipatie en bevrijding en dat de rest van de wereld achterloopt.

Dat is niet zo, althans nog niet wat de rest van de wereld betreft.

    • Ben Knapen