Een echte Europudding op zijn akeligst

Ze lijken op elkaar zoals aardbeien op elkaar lijken; de een iets groter dan de ander; de ander iets roder dan de een, maar toch vooral: aardbei. Zo is het ook met de meisjes in The Fine Art of Love. Ze lijken niet speciaal op elkaar, ze zijn blond, rossig, donker, met krullend of steil haar, mollig, dun of dunner, maar allen toch vooral: meisjes. De hoeveelheid nivelleert, net als de vrijwel identieke kleren die ze dragen. Het is soms alsof al die meisjes door die weelderige hoeveelheid uit elkaar vallen in afzonderlijke delen, geen meisjes meer, maar hier een paar armen en daar een enkel, een krul langs een oor, een neusje, een knie, een sleutelbeen. Het is bijna jammer dat ze in de loop van de film namen krijgen en personages worden, zo betoverend is deze zwerm. Het is dezelfde griezelige betovering die uitgaat van soldaten en Bushby Berkely balletten, hier nog versterkt omdat deze verzameling eenlingen geen lang leven beschoren is. Het gaat om meisjes vlak voor ze volwassen worden.

De film heeft voor elk van hen een eigen geschiedenis in petto, veel meer dan het boek van de Duitse schrijver Frank Wedekind waarop het is gebaseerd; Mine-Haha Of Over de lichamelijke opvoeding van jonge meisjes. Deze novelle uit 1903 gaat over een vreemde kostschool, waar meisjes onderwezen worden in dans, muziek en verder niets; er wordt hun, denk ik, niet eens lezen geleerd. Vlak voor ze volwassen worden moeten ze in een theater half naakt dansen voor een joelend publiek.

De novelle van Wedekind doet niet aan uitleg. Naar het waarom en waartoe mag je gissen. De beschrijvingen zijn daarentegen uiterst gedetailleerd. Smalle gewrichten, kersenlipjes en -neusjes, alinea na alinea wordt het uiterlijk van de meisjes geschetst. Ze heten Hidalla, Irene, Pamela, Blanka, Kairula, Melusine, bijna allemaal namen eindigend op een a, en dus wel verschillend maar toch hetzelfde. Ook een uniform.

Het is de kracht van dit boek die het door de film heen blijft schemeren, want The Fine Art of Love is geen geïnspireerde bewerking. Deze Italiaanse productie met een Britse regisseur en enkele Britse actrices, bijna helemaal opgenomen in Tsjechië, verdient het akelige predikaat Europudding in alle opzichten, tot en met de belabberde Engelse nasynchronisatie van de Italiaanse acteurs.

Maar het ergst is dat alles wat Wedekind impliciet wilde houden, nu expliciet wordt gemaakt. Exit allegorie, entrez platheid. De makers lijken eerder verwant met het publiek in het theater dan met Wedekind. En toch blijft ook in deze versie Mine-Haha overeind. Het is net als met een mooie melodie die met een vinger op de piano wordt gespeeld en dan mooi blijft.

The Fine Art of Love. Regie: John Irvin. Met: Jacqueline Bisset, Hannah Taylor-Gordon, Mary Nighy. In: Cinerama, Rotterdam; Verkadefabriek, Den Bosch; Cinemariënburg, Nijmegen.
    • Bianca Stigter