De Talibaan en Al-Qaeda zijn overal in Uruzgan Dorpen steunen Talibaanstrijders

Steeds meer Talibaan-strijders strijken neer in de dorpen van Uruzgan. The New York Times bezocht de Afghaanse provincie, waar 1.400 Nederlandse militairen naartoe gaan.

Tarin Kowt, 3 mei. - Voortbouwend op een wintercampagne van zelfmoordaanslagen en sluipmoorden, en de wetenschap dat er Amerikaanse troepen gaan vertrekken, lijken de Talibaan een nieuwe fase van hun opstand in te gaan, waarin zij het zuiden van Afghanistan overspoelen met wapens en manschappen.

Ieder voorjaar, wanneer het warmer wordt, breekt hier het nieuwe geweldsseizoen aan, maar Afghanen en buitenlandse functionarissen maken zich ditmaal veel meer zorgen dan andere jaren over de aantallen strijders en hun buitengewoon drieste optreden.

“De Talibaan en Al-Qaeda zijn overal“, zei Haji Saifullah, een winkelier, tegen luitenant-generaal Karl Eikenberry, de bevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten in Afghanistan, toen die een ommetje maakte door de bazaar om met mensen te praten. “In de stad gaat het wel, maar buiten de stad zijn ze overal, en de mensen moeten hen helpen. Ze hebben geen keus.“

De wetenschap dat Amerikaanse troepen zich in de komende maanden uit zuidelijk Afghanistan terugtrekken en de zaak overdragen aan vredeshandhavers van de NAVO, die herhaaldelijk hebben laten weten dat zij niet tegen de terroristen gaan vechten, heeft de opstandelingen een hart onder de riem gestoken en de vrees van de Afghanen vergroot.

Generaal Eikenberry riep op tot geduld en steun. “Er is onvoldoende aandacht geschonken aan Uruzgan“, zei hij in een toespraak tot de oudsten van de provincie Uruzgan, die bijeen waren in het huis van de gouverneur in de provinciehoofdstad Tarin Kowt. “Ik denk dat de leiders, de Afghaanse regering en de internationale gemeenschap zich dat realiseren. Hervormingen komen eraan, dat zult u dit jaar zien.“

Tarin Kowt is een piepklein plaatsje in het hart van het gebied van de Talibaan, en de inwoners van het stadje hadden weinig goeds te melden. De komst van grote aantallen Talibaan - rijkelijk voorzien van geld en wapens - heeft het vertrouwen van het publiek in de regering, dat door gebrek aan tastbare vooruitgang en ergernis over corrupte leiders toch al was ondermijnd, sterk aangetast.

Uruzgan, de provincie waar president Hamid Karzai in de maanden na “11 september' het eerst steun tegen de Talibaan op de been bracht, bevindt zich thans, vier jaar later, opnieuw in de greep van de moslimextremisten. Lokale en Amerikaanse autoriteiten geven toe dat steeds meer gebieden rond de provinciehoofdstad in handen van de Talibaan zijn gevallen.

De nieuwe gouverneur, Maulavi Abdul Hakim Munib (35), heerst slechts over een “luchtbel' rond Tarin Kowt, zei een Amerikaanse officier. In de rest van de provincie wemelt het zozeer van de opstandelingen dat op Amerikaanse militaire kaarten alle districten oranje of rood zijn ingekleurd.

Uruzgan is altijd een probleemgebied geweest, maar volgens deze kaart is de toestand verslechterd sinds vorig jaar. “De veiligheidssituatie is niet goed“ zei gouverneur Munib op een bijeenkomst met stamoudsten tot generaal Eikenberry en een groep ministers. Ook Helmand en Kandahar zijn dit jaar overspoeld door strijders. Naar verluidt trekken groepen Talibaan over het platteland, waar zij dorpelingen intimideren, vanuit hinderlagen voertuigen overvallen en loeren op kansen om de strijd aan te gaan met militairen. Opstandelingen hebben ook vrij spel in delen van de provincies Zabul, Ghazni en Paktika in het zuidoosten.

De regering-Bush is zeer verontrust, aldus een westerse veiligheidsfunctionaris uit de naaste omgeving van de regering. Hij zei dat terwijl de toestand in Irak niet zo slecht is als hij in de pers wordt afgeschilderd, in Afghanistan de toestand juist slechter is dan doorgaans wordt bericht.

Een van de zorgwekkendste ontwikkelingen is dat zo'n 200 Talibaan het district Panjwai in Kandahar zijn binnengetrokken, op niet meer dan twintig minuten rijden van de stad Kandahar. Ook na een treffen met politie en coalitietroepen twee weken geleden zijn de Talibaan teruggekomen: zij lopen gewapend en wel openlijk in de dorpen rond, en zitten onder de bomen moerbeien te eten, meldt een inwoner van het district.

Deze inwoner, die uit angst voor represailles niet genoemd wil worden, zei dat de Talibaan voedsel, onderdak en zakat, de islamitische belasting, eisen.

Voor het eerst heeft de Afghaanse regering 500 man van het onlangs opgeleide leger naar de verwaarloosde provincie gestuurd. De officiële politiemacht van Uruzgan telt 347 man, van wie er in elk van de vijf districten 45 worden ingezet. In de praktijk verschijnen er echter veel minder op hun werk. Amerikaanse functionarissen schatten het aantal gewapende Talibaan in de provincie op 300 à 1.000 man. De gouverneur schatte dat er in elk district 300 gewapende opstandelingen waren.

De Talibaan waarschuwen de bevolking dat ze meer aanvallen kan verwachten, zei winkelier Saifullah tegen Eikenberry. Een ander zei dat zijn broer door Amerikaanse militairen was gearresteerd, en dat de huiszoekingen de jonge mannen de heuvels indreven, waar ze zich bij de strijders aansloten. “Als u mijn broer laat gaan, zullen de stamoudsten de jonge mannen overreden om naar huis te gaan.“

In hun onzekerheid over de kracht en de gevechtsbereidheid van de komende NAVO-strijdkrachten - met Britse, Canadese, Nederlandse en Australische contingenten - hebben Afghaanse provinciale functionarissen, die als eersten in de vuurlinie van de Talibaan komen, geëist dat president Karzai hun honderden extra politieagenten verschaft.

In een recente strategische heroverweging heeft Karzai toegezegd de sterkte van de overheid in de frontprovincies te zullen opvoeren, liet zijn chef-staf weten. Een onderminister van Binnenlandse Zaken zei dat de regering 200 à 250 politiemensen naar elk district van Uruzgan wil sturen.

Generaal Eikenberry maande op dit punt tot behoedzaamheid; hij waarschuwde dat er niet genoeg opgeleide politiemensen waren om in het gebied in te zetten en niet genoeg goede bevelhebbers om die politietroepen te leiden.

Uruzgan gaat gebukt onder de aanhoudende aanwezigheid van Talibaan, terwijl bovendien het ontoegankelijke terrein de veiligheidshandhaving en het bestuur buitengewoon bemoeilijkt, met als gevolg verwaarlozing door de centrale regering, zei hij. De politie was hier tot nu toe niet op nieuwe leest geschoeid of opgeleid, zei hij, het leger was er afwezig en ontwikkeling was er vrijwel niet.

Generaal Eikenberry hoopt daar dit jaar met nieuwe, betere plaatselijke leiders verandering in te brengen. “Wij zien nu een hoop van die omstandigheden veranderen“, zei hij. Zo'n 500 militairen zijn ingezet, en de politie zou beter worden toegerust.

De hoop is nu gevestigd op Munib, een ontwikkeld, vroom man uit het oosten, die onder het Talibaanbewind minister van Stamzaken was. Hij begint bij nul, want de vorige gouverneur heeft alle voertuigen verkocht, ook de politieauto's, en alle wapens en munitie die de provincie bezat.

Munibs verleden vormt een extra complicatie, want hij staat, als oud-leider van de Talibaan, op de lijst van gezochte personen van de sanctiecommissie van de VN-Veiligheidsraad, wat het voor elke regering theoretisch onmogelijk maakt om Uruzgan financieel, technisch of militair te steunen.

Dit is een ingekorte versie van een artikel in The New York Times.

    • Carlotta Gall