De prijs voor Bolivia

Energieveiligheid is niet langer alleen een zaak voor westerse en Aziatische landen. Brazilië, vaak genoemd als een van de toekomstige sterspelers van de wereldeconomie, sloeg gisteren alarm nadat buurland Bolivia maandag de gasvelden nationaliseerde. De buitenlandse oliemaatschappijen worden, volgens het plan, gedegradeerd tot contractanten. De grootste verliezer is het Braziliaanse Petrobras. Brazilië haalt rond de helft van zijn gasbehoefte uit Bolivia, dat de op één na grootste gasreserves heeft van het continent.

Met de actie loste de Boliviaanse president, Evo Morales, zijn verkiezingsbelofte in om de natuurlijke rijkdommen van zijn land meer ten goede te laten komen aan de eigen bevolking. Die gedachte is nog te rechtvaardigen, maar de uitvoering niet. De wereld is bezig aan een ronde van nationaliseringen, in geest of in praktijk. Venezuela, onder president Hugo Chavez, brak eerder al contracten open met oliemaatschappijen en oefent nu absolute controle uit. Ecuador heronderhandelde over de winstafdracht van oliemaatschappijen. Rusland onteigende in de praktijk het Yukos-concern en bracht de olieactiviteiten onder bij het door de staat gecontroleerde Rosneft.

De combinatie van zeer hoge grondstoffenprijzen en nationaliseringen doet sterk denken aan de jaren zestig en zeventig in de vorige eeuw. Ook toen maakte zich een nieuw bewustzijn meester van de olie- en gasproducerende landen, met onder meer de macht van OPEC als gevolg. Hoewel elk land uiteraard recht heeft op de opbrengsten van zijn eigen bodemschatten, moet een nationalisering volgens Boliviaans recept worden veroordeeld als deze in strijd is met het geldende recht. Oliemaatschappijen, waaronder niet alleen Petrobras maar ook het Spaanse Repsol, het Franse Total en de Britse bedrijven BP en British Gas, hebben de afgelopen jaren 3,5 miljard dollar in Bolivia geïnvesteerd. Dergelijke investeringen verdienen niet alleen rechtszekerheid, ze zouden zonder die zekerheid niet worden gedaan.

Daarin zit een van de grote gevaren van het Boliviaanse precedent. De energieprijzen zijn de laatste jaren fors gestegen. De prijs van olie bereikte gisteren een nieuw record. Daar zijn verschillende redenen voor: de opkomst van nieuwe gebruikers in Azië en de politieke instabiliteit in de regio's waar de olie vandaan komt. Derde reden zijn de onderinvesteringen die vooral het gevolg zijn van de lage olie- en gasprijzen in het grootste deel van de jaren negentig. Er is kapitaal en kennis nodig om nieuwe energiebronnen te vinden en de bestaande beter te benutten. Maar als oliemaatschappijen steeds minder zekerheid hebben over het eigendom van die investeringen op de lange termijn, zal de toekomstige productiecapaciteit te ver achterblijven. Dat geldt niet alleen wereldwijd, maar ook lokaal. Want hoewel Bolivia nu de vruchten kan plukken van het herwonnen gasbezit, is het maar de vraag wie straks nog het risico wil nemen om kennis en kapitaal in het land te steken en de productie op peil te houden. President Morales denkt zijn bevolking een goede dienst te bewijzen - maar de prijs komt later.