Beroemd dankzij MySpace

Community-website MySpace heeft al 72 miljoen gebruikers.

Bands als de Arctic Monkeys en Fall Out Boy danken er volledig hun succes aan.

Illustratie Rik van Schagen Schagen, Rick van

Voor wie het nog niet wist: we leven in het MySpace-tijdperk. MySpace.com is de naam van een community-website waar inmiddels 72 miljoen gebruikers hun eigen profiel-pagina hebben aangemaakt. Iedereen die een liedje kent, kan het in streaming-audio op zijn pagina zetten.

Behalve een muzikaal netwerk ontstaat zo ook een “sociaal' netwerk van mensen die een muzikale smaak delen, en elkaar nieuwe muziek onder de aandacht brengen. Mensen verbinden zich tot “smaak-gemeenschappen'. Voor hippe Amerikaanse tieners is de vraag “Wat is je MySpace?' tegenwoordig interessanter dan “Wat is je telefoonnummer?'.

Het opvallendste succes van MySpace was vorig jaar de doorbraak van de Britse Arctic Monkeys: vier tieners uit Sheffield die dankzij de verspreiding van hun liedjes op MySpace door fans, al zo'n grote aanhang hadden dat ze, nog voor er een officiële single uit was, voor uitverkochte zalen stonden. En er zijn meer voorbeelden. De Amerikaanse punkrockband Fall Out Boy speelde onlangs in een bomvolle Max/Melkweg vóór er een single op de radio gedraaid was. Alle kaartjes voor het concert van Panic! At The Disco vanavond in het Utrechtse Tivoli, waren al uitverkocht voor hun cd in Nederland te krijgen was.

Wil dit zeggen dat de macht van de platenindustrie nu eindelijk terugloopt? Is het de achterban zelf die inmiddels bepaalt welke band wereldwijd uitgebracht moet worden? De recente roem van “alternatieve' bands als Arcade Fire en Magic Numbers, zou erop kunnen wijzen. Maar de overzichtelijke bundeling van muzikaal talent (en semi-talent) op MySpace, biedt ook de platenindustrie voordelen. Platenmaatschappijen kunnen op makkelijke manier nieuw talent scouten, en en passant onderzoeken wat er leeft onder “de jeugd'.

Voor degenen die zich de laatste tijd tegen MySpace keren, is dit de voornaamste kritiek: dat de site eigenlijk gewoon een handig marketing-instrument is. Ook de overname door mediamagnaat Rupert Murdoch, vorige zomer, zou de autonomie aantasten. Voor een bedrag van 580 miljoen dollar kocht Murdoch de in Los Angeles gevestigde site van oprichters Chris DeWolf en Tom Anderson. Maar voor de aankoop heeft Murdoch moeten toezeggen dat hij het karakter van deze community-site niet zal aantasten. Sinds de overname is de techniek verbeterd, maar het uiterlijk is nog altijd “basic'.

Behalve Arctic Monkeys was er onlangs nog een band die verrassend snel doorbrak: Clap Your Hands Say Yeah. Deze vier nerdy mannen uit Brooklyn, New York, trokken in Nederland uitverkochte zalen voordat hun cd verkrijgbaar was. In hun geval was het succes te danken aan een recensie op het Amerikaanse web-magazine Pitchforkmedia.com. Pitchforkmedia gaf het titelloze debuut een 9. Daarna raakte de eerste oplage van 25.000 exemplaren, die via de website van de band verkrijgbaar waren, binnen een paar weken uitverkocht. Clap Your Hands Say Yeah kreeg meteen een platencontract aangeboden, en kon op zegetocht langs volle zalen in West-Europa.

Pitchforkmedia is het geesteskind van Ryan Schreiber (30), die er tien jaar geleden mee begon. De site biedt vijf tot zeven cd-recensies per dag, plus nieuws en interviews. De besproken muziek valt onder de noemer “underground' of alternatief, van bekende bands als Flaming Lips en Yeah Yeah Yeahs tot obscuurdere voorbeelden als Booka Shade of Fat Worm Of Error. Ook Nederlandse acts als Solex, Foreign Exchange en Bettie Serveert werden er besproken.

Schreiber noemt zichzelf een “idealist'. Anders dan de oprichters van MySpace is Schreiber wel per telefoon aanspreekbaar. ,,Ik ben ooit begonnen in mijn slaapkamer, thuis bij mijn ouders“, zegt hij vanuit zijn kantoor in Chicago. ,,Toen ik van Minneapolis naar Chicago verhuisde moest ik wat gaan verdienen, daarom heb ik adverteerders gezocht. Er zijn nu wel eens aanbiedingen van bedrijven die mijn site willen overnemen, maar dat zijn altijd mensen die Pitchfork als investering zien, en niet als muziekbolwerk.“ Schreiber werkt inmiddels met een staf van zeven mensen, en 53 freelance-auteurs. Zelf bepaalt hij nog altijd de inhoud. ,,We zijn er voor de alternatieve muziek. Dat betekent dat het vaak gaat om cd's die via onafhankelijke platenmaatschappijtjes worden uitgebracht, of via internet. In Amerika is het onderscheid tussen onafhankelijke platenmaatschappijen en de gevestigde maatschappijen groter dan in West-Europa. Er zijn er hier ook veel meer. Een artiest die op die onafhankelijke manier zijn muziek uitbrengt kan door een goede recensie plotseling veel meer verkopen dan hij ooit had gedacht. Onze site heeft 1,3 miljoen unieke hits per maand.“

Hiermee schetst Schreiber een nieuw fenomeen: een band kan tegenwoordig door één gelukkig geformuleerd bericht doorbreken. Ergens schrijft iemand een enthousiaste recensie; via een ketting van websites rolt deze informatie door, tot een uitbarsting van publieke adoratie ontstaat. Met als gevolg dat bands tegenwoordig niet zo maar een beetje succes hebben: het gaat van optreden in de kroeg op de hoek, naar een optreden voor 200.000 fans in Brazilië of Australië - binnen één seizoen. Want al zijn het in de eerste plaats West-Europa en Noord-Amerika die in dit circuit meedraaien, uiteindelijk is het de hele wereld die deelneemt.

Een probleem van deze ontwikkeling is wel de opkomst van machtsblokken, van smaakwijzers met internationaal gezag. Nu iedereen toegang heeft tot bijvoorbeeld MySpace en Pitchforkmedia, en zich laat leiden door de recensies, zijn er straks misschien nog maar enkele blokhoofden die de toon zetten. Dan komt een enkeling bovendrijven, als gevolg van de opinie op een toonaangevende website, terwijl de rest in obscuriteit blijft ronddobberen. Wat vindt Schreiber van deze ontwikkeling?

Hij lacht: ,,Een zware last op onze schouders! Wij moeten zorgen dat we er bovenop zitten, dat we alles bespreken voor lezers van over de hele wereld. We zijn de afgelopen paar jaar dan ook internationaler geworden: we bespreken nu net zo goed cd's uit Brazilië, of Australië.

,,Maar je kunt er nu eenmaal niet omheen dat onze wereld door internet steeds kleiner wordt. Op allerlei gebied. Zonder internet hadden wij hier in Chicago nooit de cd's gehoord van Zweedse muzikanten als Dungen, Jens Lekman of The Knife. Vroeger moest je maar afwachten wat er op jouw continent door de platenmaatschappijen werd uitgebracht. Nu is het binnen handbereik.

,,Toch vind ik dat wij te veel eer krijgen voor ons werk. We hebben er misschien voor gezorgd dat sommige bands werden opgemerkt, door over ze te schrijven. Maar meer is het niet. Wij zijn op Pitchfork over veel muzikanten enthousiast, en slechts een klein deel wordt zo succesvol als bijvoorbeeld Clap Your Hands Say Yeah. Dat zegt iets over de kwaliteit van de band: mensen zijn op een idee gebracht en blijken het met ons eens te zijn. Maar aan ons ligt het niet. Als dat zo was, dan hadden we veel meer bands wereldberoemd gemaakt.“

MySpace.com, Pitchforkmedia.com Andere sites met informatie recensies over de alternatieve muziekscene: Dustedmagazine.com; Drownedinsound.com