Teutoonse held

Mijn Duitse Radsportfreunde blijven onverbiddelijk als het over Jan Ullrich gaat. Der Jan zal de Tour niet winnen, dit jaar niet, volgend jaar niet, en over twee jaar ook niet. Zij hebben het wel gehad met Jan, en ze onderstrepen hun woorden met het bekende wegwerpgebaar dat in één vloeiende beweging overgaat in het nog bekendere signaal voor “kelner', opdat de volgende ronde lokaal gebrouwen witbier kan doorkomen.

Ik neem het woord. “Schämt euch, dat jullie deze Teutoonse geweldenaar als grof vuil aan de straat zetten. Der Jan verdient besser“. Ik sta versteld van de kracht van het witbier, ik druk me uit in perfect Duits. Op dit punt van het samenzijn gebeurt er iets merkwaardigs. Genoot ik tot op dit moment, als kenner van het metier, nog een onaantastbare autoriteit, nu daalt dezelfde spot op me neer die Jan Ullrich ten deel viel.

Of ik kon uitleggen waarom Der Jan beter verdient. Omdat Armstrong bang voor hem was, zeg ik. Het wetenschappelijk instituut Armstrong hield rekening met één onzekere factor en dat was Jan Ullrich. Jan is immers een veel groter atleet dan Armstrong.

Ha, ha, ja, Jan had inderdaad een veel grotere omvang. Het probleem was dat híj angst had voor Armstrong. En die angst vrat hij weg. Jan zette zichzelf in de winter al buitenspel. Het begon er verdacht veel op te lijken dat hij per se van Armstrong wilde verliezen. Der Jan claimde maar één titel: schlemiel van de natie worden.

Ik werp tegen dat Jan op tijd zijn overtollige kilo's kwijt was, in juli stond hij scherp. Hoongelach. Jan zorgde er wel voor dat hij pas in topvorm was voor het criterium op de Champs-Elysées.

Jan is goed bezig, zeg ik. In januari reed hij op training zijn ploegmaten aan gort. Hij is van zijn Armstrong-complex verlost.

Maar nu is het weer een pijnlijke knie die hem uit het zadel houdt. Hoeveel koersen heeft Jan dit jaar gereden? Nul. In de Ronde van Romandië zal hij voor het eerst opstappen. Dat is de goden verzoeken. In de cols van Romandië zal hij dat knietje van hem definitief de das om doen. Nog zo'n talent van Jan: op het verkeerde moment op de verkeerde plaats opduiken. Stort hij zich niet door de achterruit van een auto, dan is het een xtc-pilletje dat hem dwarsboomt. Of hij stuurt het ravijn in, of hij wordt geveld door een hongerklop. En ís hij eens op het juiste moment op de juiste plaats, dan vergeet hij dat hij wielrenner is. Wat deed Jan toen Armstrong achter het tasje van een toeschouwer bleef haken? Hij wachtte, och arm, de dreumes.

Dan wordt Jan's grootse ondeugd onthuld. Hij gelooft in zichzelf als merk. Vier miljoen incasseert hij per jaar. Vier miljoen! En waarvoor? Om een paar wielerliefhebbers in een kroeg aan de praat te houden. Daar trappen we mooi niet meer in. Ik volgde het merk vorige week in de cols van Romandië. Als het wegdek maar eventjes opliep, was Jan gelost. Maar hij loste stijlvol. Ik vond dat een goed begin.