Op het slechte pad? Geef je oma de schuld

De oorzaak van crimineel gedrag kan al ver voor de bevruchting zijn ontstaan.

Een kinderpsychiater ging op zoek naar het begin van “het slechte pad'.

Komen jongeren op het verkeerde pad, dan kunnen ze terechtkomen in de particuliere justitiële jeugdinrichting Harreveld. Foto Sake Elzinga Nederland -Harreveld (Gld) 14-04-2004 Jeugdgevangenis (detentie) Harreveld. Afdeling voor zedendelicten. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Andries Korebrits (42) was vroeger psychiater in een selectie-instituut voor tbs'ers. Daar zag hij hoe de levensgeschiedenissen van de mannen op elkaar leken. De mishandeling en de verwaarlozing die ze vanaf hun geboorte hadden ondergaan. De verkeerde vrienden die ze kregen. De drugs, de alcohol, de diefstallen, het geweld. Waar het verkeerde pad eindigde, was hem wel duidelijk. Maar waar begon het? Kon het vervolg voorspeld worden?

Andries Korebrits is nu forensisch kinderpsychiater en werkt in de justitiële jeugdinrichting Het Keerpunt in Cadier en Keer. Hij is ook kinderpsychiater in het Academisch Ziekenhuis van Maastricht en sinds een jaar hoogleraar forensische psychiatrie aan de rechtenfaculteit van de Radboud Universiteit Nijmegen. Vorige week sprak hij zijn oratie uit, Op zoek naar het bewijs van goed gedrag.

Het doel van zijn wetenschappelijke leven, zegt hij, is om gefundeerd onderscheid te kunnen maken tussen kinderen die crimineel zullen worden en kinderen die dat niet zullen worden. En dan gaat het om kinderen die voor ze vier zijn gedragsproblemen ontwikkelen. Ze zijn hyperactief, impulsief, dominant, agressief.

Met één op de drie loopt het slecht af. Dat worden de onbehandelbare veelplegers. Maar met de andere twee gaat het goed. Het begin van de problemen wordt door psychiaters en hersenonderzoekers de afgelopen decennia steeds vroeger gelegd. Kinderen kunnen in de baarmoeder al beschadigd raken door stress die het gevolg is van angst of ondervoeding of sigaretten of drugs. Korebrits gaat nog verder. Hij zegt dat het begin van de problemen er al ver voor de bevruchting kan zijn.

De omgeving van mensen, zegt hij, heeft invloed op het mechanisme waardoor het DNA een gen aan of uit kan zetten. En die imprinting, zoals dat heet, kan terugkomen in het nageslacht. “Wat jouw oma heeft meegemaakt, of jouw vader, wordt zo aan jou doorgegeven.“ Dat kan liefde zijn, of agressie en mishandeling, welvaart en rust, of oorlog en angst.

Wat Korebrits nu weet, is dat imprinting en omgeving elkaar versterken. Kinderen met ouders en grootouders die veel stress hadden en die zelf ook nog eens veel stress ondervinden, hebben vaker gedragsproblemen dan kinderen bij wie dat niet zo is. Een vroeg begin van stoornissen, zegt Korebrits, is dus erfelijk bepaald. “En in theorie wordt dat effect in opeenvolgende generaties steeds groter. Met het genetische model zou verklaard kunnen worden waarom het geweld onder jongeren toeneemt en ook ernstiger wordt. Een hardere, minder coherente samenleving leidt tot meer agressief gedrag en dat gedrag wordt ook nog doorgegeven.“

Het goede nieuws is, zegt hij, dat het echt iets kan uitmaken als de omgeving waarin kinderen opgroeien verandert. Alleen: wat moet er veranderen? “Je komt dan al snel in een Balkenende-achtig debat.“ Een samenleving die gebaseerd is op het “ouderwetse, veilige model van gezin en sociale cohesie“ en van “rust en regelmaat“ zou voor kinderen, denkt hij, wel eens beter kunnen zijn dan een samenleving waarin het ieder voor zich is, en waarin kinderen al heel jong worden blootgesteld aan televisie, internet, en de “wisselende pedagogische aanpak“ van hun ouders en de crècheleidsters.

Blijft staan dat twee op de drie kinderen ondanks hun erfelijke belasting geen stoornissen ontwikkelen. Alle kinderen testen op het consultatiebureau zou Orwelliaans zijn. “Het is onethisch.“ En overdreven, omdat het om een relatief kleine groep gaat.

    • Jannetje Koelewijn