Ook in Marokko zijn scholen nu minder streng

Sommige allochtone ouders vinden de scholen in Nederland niet streng genoeg.

Ze sturen hun kind naar school in, zeg, Marokko. Maar hun aantal neemt af.

Foto Maarten van Haaff Mohamed El Affari, Amsterdam, 26 april 2006, foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

Politici maken zich er al jaren druk om: allochtone, in Nederland geboren kinderen die langere tijd in het land van herkomst van hun ouders verblijven. Ze gaan er naar school.

Ouders die hun kinderen naar het land van herkomst sturen, vinden vaak dat er te weinig orde en discipline is op Nederlandse scholen. Bovendien willen ze dat hun kinderen onderwijs in de eigen taal en cultuur krijgen en dat het klimaat in Nederland ten aanzien van allochtonen is verhard. Ze doen het niet omdat ze niets te maken willen hebben met de Nederlandse samenleving.

De Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACVZ) schrijft dat in het gisteren openbaar gemaakte advies Terug naar school. De adviescommissie schrijft daarin ook dat de problematiek niet zo ernstig is, dat het slechts “enkele duizenden“ allochtone kinderen zijn, die door hun ouders naar het land van herkomst worden gestuurd.

Volgens een in 2004 aangenomen motie van Tweede-Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) doet hun verblijf in het buitenland “ernstige afbreuk“ aan de integratie in de Nederlandse samenleving. Hij vroeg om maatregelen waarmee kan worden voorkomen dat ouders hun kinderen in Turkije of Marokko naar school sturen.

Naar aanleiding van de motie-Verhagen heeft minister Verdonk (Integratie, VVD) om advies gevraagd bij de commissie die haar over vreemdelingenzaken adviseert.

De adviescommissie baseert zich voornamelijk op gegevens over kinderbijslag van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Het aantal kinderen in het buitenland voor wie kinderbijslag wordt verstrekt, is de afgelopen vijf jaar meer dan gehalveerd. Het precieze aantal allochtone kinderen dat onderwijs volgt in het land van herkomst is onbekend, doordat landelijke registratie ontbreekt.

Volgens de SVB-cijfers waren er in 2000 nog 5.347 kinderen in het buitenland voor wie kinderbijslag werd verstrekt. Hun aantal was vorig jaar afgenomen tot 2.599. Bijna de helft van die kinderen woont in Marokko of Turkije.

Een andere bron waarop de adviescommissie zich heeft gebaseerd, is de gemeentelijke registratie van het aantal kinderen dat van de leerplichtambtenaar een vrijstelling heeft gekregen voor het volgen van onderwijs in Nederland. Het aantal “schoolverklaringen buitenland' is gering, zo blijkt uit navraag bij een aantal gemeenten. In Rotterdam kregen in 2003 twaalf Turkse en elf Marokkaanse leerlingen een vrijstelling voor deelname aan het Nederlandse onderwijs.

De daling van het aantal allochtone kinderen dat tijdelijk in het land van herkomst van hun ouders verblijft, houdt volgens de adviescommissie verband met het feit dat de huidige generatie jonge ouders meer op Nederland georiënteerd is en geneigd is de oplossingen van hun problemen in Nederland te zoeken. Ook speelt nu minder dan voorheen dat kinderen worden teruggestuurd voor een religieuze opleiding. “Mogelijkheden tot religieuze vorming zijn er nu volop in Nederland“, staat in het advies.