Nóg goedkoper dan China

Vietnam probeert de economische koers van zijn noorderbuur te kopiëren.

Maar China ligt nog ver voor op het land dat vooral afhankelijk is van landbouw.

In Vietnam gemaakte kleding in een winkel van GAP in de VS. Foto AFP ARLINGTON HEIGHTS, IL - MAY 13: A "Made In Vietnam" identifier tag is shown on a piece of clothing from a Gap clothing store May 13, 2004 in Arlington Heights, Illinois. Gap Inc. has acknowledged that many of its worldwide factory workers making the company's clothing have been mistreated. (Photo by Tim Boyle/Getty Images) *** Local Caption *** AFP

Onverstoorbaar loopt Nuong alle frutsels van het lingeriesetje langs. Het lijkt een pesterij van de ontwerper, speciaal bedoeld voor haar en haar vijf collega's: eindeloos veel kanten verzinsels waar zij een kritisch oog langs moet laten gaan. Nuong ziet dat de set in orde is en het prijsje, 43,95 euro, kan erop.

Haar toewijding wint het gemakkelijk van haar nieuwsgierigheid voor een vreemde pottenkijker aan haar tafel. Onverstoorbaarheid en automatisme maken de dienst uit in deze bloedhete fabriekshal bij Ho Chi Minh Stad, voor de communistische machtsovername bekend als Saigon.

Opwinding is er daarentegen op de gang des te meer, want dit staatsbedrijf Legamex wordt geprivatiseerd. Het is onderdeel van een grootscheeps privatiseringsprogramma, waartoe de Vietnamese communistische partij al enige tijd geleden heeft besloten. Voor Legamex gaat dat als volgt: 51 procent blijft staatseigendom, 15 procent gaat naar een investeerder en 34 procent is voor het personeel - met extra aandelen naar gelang dienstjaren en hiërarchie. Die personeelsaandelen zijn het gesprek van de dag. Je kunt ervoor lenen, maar het is ook een gok.

Gezeten voor een buste van de grote voorman van het Vietnamese communisme, Ho Chi Minh, vertelt de directeur van Legamex, de veertiger Van Dung, over het bedrijf. Er werken 4.200 mensen, 80 procent van de textiel- en schoenenproductie is voor de export, met klinkende merken als Triumph en Walt Disney. Nee, het is helemaal geen gok. Want het personeel krijgt bij de aandelen 40 procent korting. Maar korting op wat?

Een delegatie van staatsaccountants heeft de fabriek bezocht en vastgesteld dat Legamex 74 miljard Vietnamese dong waard is, dat is 4 miljoen euro. De directeur weet hoe dit bedrag tot stand is gekomen, zegt hij, maar kan die informatie niet delen: omzet en winst bijvoorbeeld over vorig jaar? “Dat is bedrijfsgeheim.“

Vietnam is in de greep van economische dynamiek. Een kleine 7 procent groei heeft het 85 miljoen inwoners tellende land al enkele jaren achter de rug en voor dit en volgende jaren staat minimaal 8 procent in de prognoses vermeld. De communistische machthebbers hebben de koers van hun Chinese noorderburen gekopieerd. Kapitalisme krijgt de ruimte, privatisering is het toverwoord en iedereen praat over geld en groei.

De werkelijkheid is echter ook dat Vietnam ver achterloopt bij China. Het inkomen van de bevolking is nog niet de helft van dat van China. Landbouw is nog altijd 56 procent van de economie, in China nog maar 14. Bijna 20 procent van de Vietnamezen leeft onder de armoedegrens en wie de stad uit rijdt, ziet dat ook.

Lonen liggen in Vietnam 30 tot 40 procent lager dan in China. Toen de Vietnamese overheid recentelijk per decreet liet weten dat het minimumloon 47,50 euro per maand zou gaan bedragen, brak er in een textielbedrijf vlakbij Ho Chi Minh Stad een staking uit. “Het was een spontane staking“, zo vertelt een hoge ambtenaar van het ministerie van Industrie, “niet om die 931.000 dong, maar omdat de Taiwanese eigenaren dat nogal veel vonden“. Het is een uitzonderlijke ontboezeming, want Vietnam gaat prat op arbeidsrust en discipline.

De zeer lage lonen in combinatie met toegewijde arbeidskracht hebben de laatste jaren textiel- en schoenindustrie naar de productiehallen van Vietnam gedreven. Anders dan in China gaat het nog niet om technologische producten van betekenis, maar om oude industriegoederen. Maar de eerste stappen zijn gezet met Sony, Samsung en Intel.

Voor dit type investeringen zijn lage lonen maar één aspect in de afweging. Infrastructuur, vervoer, opleidingsniveau en betrouwbaarheid van de overheid tellen allemaal mee. De leergierigheid van Vietnamees personeel wordt alom geprezen, maar de achterstand is nog groot. De Vietnamese overheid is daarom druk doende om gevluchte Vietnamezen van de afgelopen twee decennia tot terugkeer te bewegen. Jarenlang golden die 2,5 miljoen mensen als verraders van de natie, maar hun kennis en dollars zijn nu meer dan welkom.

In Vietnam is grote onrust ontstaan nu de Europese Unie een extra heffing van 7,9 procent op leren schoeisel heeft gezet wegens dumpingpraktijken van het land. In oktober volgt nog zo'n heffing, als Vietnam de dumping niet staakt. Bij Legamex is de zorg over deze heffing groot. Op de boekhoudafdeling, waar de meeste bureaus nog computerloos zijn, rekent iemand voor dat een schoen voor een Europees merk per paar voor 5 euro de fabriek verlaat. “Kijk“, zegt de afdelingsmanager schoeisel, “als dat 1 euro duurder wordt, zijn we de klant misschien kwijt.“

Deze angst is ook de prijs die Vietnamese productiebedrijven betalen voor jarenlange reclame met de laagste lonen in Azië. Ze hebben daarmee eerst de B-merken en prijsvechters aangetrokken en toen alom de tevredenheid groot was, meldden de betere merken zich ook voor diezelfde goedkope tarieven. Want zes dagen per week, 11 uur per dag stevig doorwerken bij Legamex voor een maandloon van tussen de 68 en 75 euro is ook voor een A-merk verleidelijk.