Meer troepen

Hun werk moet nog beginnen, maar nu al liggen de Nederlandse militairen die naar Afghanistan gaan onder vuur. Dit keer is het minister Kamp (Defensie, VVD), die de troepen en de bondgenoten opzadelt met slecht getimede opmerkingen over de haalbaarheid van de Nederlandse missie in Zuid-Afghanistan, voordat deze goed en wel begonnen is. Voor de televisie zei hij dat het besluit kan vallen de militairen uit Uruzgan terug te trekken als het voor de Nederlanders onmogelijk is om ter plaatse aan veiligheid en wederopbouw te werken. “Het kan zijn dat als we het idee krijgen dat we onze opdracht niet uit kunnen voeren, dat we dan zeggen: “we stoppen ermee'. Dat kan“, aldus Kamp.

De verslechterende situatie in Uruzgan is er de oorzaak van dat de bewindsman het kennelijk nodig vond een eventuele aftocht nu al publiekelijk te dekken. Maar hij zaait er vooral onrust mee en vergroot de onzekerheid voor de honderden militairen die nog moeten vertrekken. Zij zouden meer gebaat zijn bij de toezegging dat er NAVO-versterkingen naar de provincie komen. Op wankelmoedigheid in een laat stadium zit niemand te wachten. De Tweede Kamer besloot begin februari circa 1.500 militairen naar Uruzgan te sturen om onder NAVO-bevel de wederopbouw te bewerkstelligen. Aan dat besluit moet niet nu al worden getornd. Niet alleen Nederland, maar ook de NAVO zet zich ermee te kijk. Kamps ongetwijfeld welgemeende opmerkingen getuigen weliswaar van openhartigheid, maar soms kan een minister beter zwijgen. De fase van troepenopbouw, waarin Nederland nu verkeert, is zo'n moment.

Kamp heeft een punt met zijn zorg over het toenemende geweld in Zuid-Afghanistan. Maar aangenomen mag worden dat het op z'n minst was ingecalculeerd dat de situatie kon verslechteren. Nederland dient zich nu eerst volgens planning in Uruzgan te installeren. Eind dit jaar zal er meer bekend zijn over de haalbaarheid van de missie. In de tussentijd kan worden gewerkt aan extra beveiligingen voor de militairen en aan internationale troepenversterkingen. Terecht besloot onlangs het ministerie van Defensie naar aanleiding van de Zuid-Afghaanse veiligheidssituatie meer manschappen te sturen (150) en meer en zwaarder materieel (pantserhouwitsers en -voertuigen, nachtzichtapparatuur en onbemande verkenningsvliegtuigjes).

Deze verhoogde Nederlandse inzet kan ertoe leiden dat ook Australië, dat de komende tijd een paar honderd man naar Uruzgan wilde sturen, meer troepen zendt. Ze zouden uiterst welkom zijn, maar het is veelzeggend dat een niet-NAVO-lidstaat dit moet doen. De meeste NAVO-landen willen hun handen niet branden aan de gevaarlijke, tijdrovende en dure klus in het zuiden. Het is tekenend voor de verdeeldheid binnen het bondgenootschap.

Nederland wil vrede in Uruzgan, maar moet zich helaas op oorlog voorbereiden. Het is een oeroude wetmatigheid die niets van haar kracht verloren heeft. Minister Kamp doet er goed aan de veiligheidssituatie in het zuiden af te wachten voordat hij over terugtrekken begint. De NAVO moet anticiperen op verdere verslechtering en Nederland hulp bieden in de vorm van meer troepen.