Fischers beelden speels en wreed

Parijs 1919 - het doet niet onmiddellijk een belletje rinkelen. Bij het vredesoverleg, dat het einde van de Grote Oorlog regelde, wordt hier niet zo vaak stilgestaan, waarschijnlijk omdat Nederland tijdens WO I neutraal was. Net als Zwitserland, vaderland van kunstenaar Urs Fischer (1973).

“Untitled (Bread House)' (2006, brood, hout, schroeven, pur, siliconen)

Fischer gaf zijn solotentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen de titel Paris 1919. Het is een eerbetoon aan Dada, de stroming waaruit Fischer zijn inspiratie put en die zijn hoogtepunt beleefde tijdens het Interbellum. Hedendaagser is de verwijzing naar John Cale's album Paris 1919, die uitkwam in Fischers geboortejaar.

Paris 1919 is ook de titel van een van de kunstwerken op de tentoonstelling - een beeld van hout, teer en metaal. Een skelet hangt landerig om een lantaarnpaal, als een dronkelap die onvast op zijn benen staat. De laag teer geeft het werk het aanzien van vernietiging. Het is een melancholisch beeld, een verwijzing naar wat oorlog overlaat van de wereld. De sculptuur wordt vele malen weerkaatst door enorme spiegels die de museumwanden van onder tot boven bedekken als een visuele echo van de Spiegelzaal waar de Vrede van Versailles werd getekend.

De expositie, eigenlijk meer een immense installatie, telt twintig recente sculpturen van onverwachte materialen als lippenstift, kaas, brood en teer. Ze zijn vrolijk en zwaarmoedig tegelijk, net als het beeld Paris 1919. Middenin de zaal, je ruikt het eerder dan je het ziet, staat een meer dan manshoog vakwerkhuisje van brood (Breadhouse, 2005). Grote baguettes bedekken de balken, muren zijn van ronde broden. Kruimels verspreiden zich over de vloer, het verval is gaande. Het verwijst innemend en speels naar wrede kindersprookjes en teloorgang.

Fischer, die afwisselend in New York en Zürich woont en opgeleid werd aan de Ateliers in Amsterdam, noemt zich een tekenaar die niet kan tekenen. Snelle schetsen vormen de basis van zijn sculpturen, die altijd anders worden dan gedacht. Fischer is een kunstenaar met snelle associaties en een vindingrijke geest. Alles wat tijdens het werken voorvalt, beïnvloedt de uitkomst. Zelf spreekt hij van “ongelukken' die zijn werk vormgeven. Wat materiaalgebruik betreft doet zijn werk denken aan dat van die andere bekende Zwitser, Thomas Hirschhorn. Maar Fischer is lichtvoetiger. Zo laat hij een metalen kanonnetje balanceren op een draad boven een bureaustoel. Het is een onmogelijk beeld, surreëel en komisch. Maar ook hier is weer die dreiging: het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat het wapentuig ter aarde zal storten.

Fischers werk wordt wel vergeleken met de arte povera, die vanuit een poëtisch oogpunt eenvoudige, alledaagse materialen gebruikt. Ook is hij verwant aan het surrealisme en het absurdisme van Dada. De kunstenaar maakt bizarre combinaties van elementen, zoals de manshoge teddybeer die voor het museum op straat staat, met een lampenkap als hoofd. Het is vooral deze ideeën-rijkdom die imponeert. Dat niet al het werk even sterk is, komt door de merkbare snelheid van zijn gedachtegang. Een keramieken konijntje met een onderbroek tussen de oren is vooral melig. Maar de theatraal ingerichte tentoonstelling veegt dat puntje van kritiek met een groots gebaar zo van tafel.

Tentoonstelling: Urs Fischer, Paris 1919. T/m 21 mei in Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Di-zo, 11-17 u. Inl: 010-441 9400; www.boijmans.nl
    • Machteld Leij