Filosofie heeft wél zin

Oké, meneer 't Hart, filosofie bevredigt geen primaire levensbehoeftes.

Maar zij vervult wel het verlangen naar betekenis in een wereld vol onzin.

Illustratie Daisy Erades Erades, Daisy

Het thema van de maand van de filosofie, “waarheid', heeft sommigen kennelijk niet weten te inspireren om aan waarheidsvinding te doen. In nrc.next van 20 april beweert Maarten 't Hart op zeer ondoordachte wijze dat het vak filosofie op de middelbare school volstrekt overbodig is. Ondanks het feit dat filosoof Coen Simon op dezelfde pagina op een aantal drogredenen in het betoog van 't Hart wijst, is het noodzakelijk duidelijk te maken wat filosofie als schoolvak inhoudt. Men is kennelijk onvoldoende op de hoogte van wat er nu daadwerkelijk gebeurt op scholen waar filosofie wordt aangeboden.

Kort samengevat is het betoog van 't Hart ronduit kinderachtig en uit niets blijkt ook maar enige welgemeende interesse. Zijn stelling dat we zonder filosofie prima kunnen leven, is zeer makkelijk te verdedigen, namelijk op een manier waarmee je alles wel onderuit kan halen. Gedacht vanuit noodzakelijke levensvoorwaarden is filosofie inderdaad een overbodige luxe, maar dat geldt eveneens voor een groot deel van onze andere culturele verworvenheden en technische vindingen. Dat neemt niet weg dat veel van deze verworvenheden, zoals wetenschap, techniek, literatuur, kunst en filosofie, evenals het onderwijs in het algemeen, wel degelijk de kwaliteit van het menselijk leven kunnen vergroten.

Door de muziek van Bach is men ook niet tot de uitvinding van de gloeilamp gekomen, maar die muziek laat ons wel intenser voelen en denken, zoals goede filosofie dat ook doet. Alles wat waardevol is in het leven laat ons in ieder geval beseffen hoe belangrijk al het waardevolle is. Maar 't Hart heeft het helaas niet eens over dit waardevolle, terwijl onze jongeren een fundamenteel verlangen hebben naar betekenis in een wereld waarin toch al veel onzin op hen afkomt, ook binnen het onderwijs. Sterker nog: alles te willen beoordelen aan het criterium van nut, zoals 't Hart doet, is een voorbeeld van een instrumenteel denken dat de geest doodt. Het ondermijnt bovendien het bestaansrecht van zijn eigen opinie: hebben we daar nu zo veel aan in het dagelijks leven?

Als klap op de vuurpijl komt hij met ondersteunende voorbeelden. Maar voorbeelden zijn natuurlijk nog geen argumenten. Grote denkers als Hegel en Heidegger hebben duistere teksten geschreven waar je na het lezen niets aan zou hebben. Toegegeven, er bestaan heel wat moeilijke teksten. Waar het om gaat, is dat leerlingen op de middelbare school dergelijke moeilijke teksten helemaal niet hoeven te lezen, rekening houdend met wat ze aankunnen. Het lezen van Symposium van Plato, toch ook een van de grootste denkers, is wel een onderdeel van de verplichte stof geweest en heeft menig jong gemoed beroerd en te denken gegeven.

Als het filosofie-onderwijs op de middelbare scholen iets tracht, dan is het wel leerlingen zelfstandig te laten nadenken over vooronderstellingen en principes in het eigen denken en dat van anderen. Dit kan door veel verschillende denkwijzen uit de traditie te leren begrijpen. Een andere manier is, binnen de klas en met elkaar, herkenbare en concrete vraagstukken te analyseren, gedachten te vormen, helder te formuleren en argumenten te wegen. Morele vraagstukken, vragen met betrekking tot de geldigheid van kennisclaims, denken over het samenleven en de aard van de mens, zijn voor een ieder relevant. Daar heb je inderdaad geen Hegel voor nodig.

Verwondering, kritisch denkvermogen en creativiteit zijn een begin en voor veel jonge mensen de motor van hun leven, zelfs essentieel voor een vitale cultuur in het algemeen. Behalve op havo en vwo hebben filosofielessen op verschillende vmbo-scholen in Den Haag en Amsterdam duidelijk gemaakt dat het helemaal niet gaat om nutteloze abstracte vraagstukken, maar dat leerlingen genieten van serieus en gestructureerd samen nadenken. En dat ze zich realiseren dat het wel degelijk uitmaakt wat en hoe je denkt. Een antwoord op de vraag of filosofie overbodig is, kan daarom het best door de leerlingen zelf gegeven worden.

Philippe Boekstal is docent filosofie aan het Montessori Lyceum in Amsterdam en voorzitter van de Vereniging Filosofiedocenten in het Voortgezet Onderwijs.

    • Philippe Boekstal