Een tennisbal tegen je hoofd

Bij letsels of blessures door sport gelden andere regels voor aansprakelijkheid dan in het gewone leven.

Iets om over na te denken bij het warmlopen.

Thomas (12) had op de training van de voetbalclub de bal in zijn handen, klaar om weg te schieten, toen een medespeler hem wegschopte. Net iets te vroeg. Thomas had de bal nog niet losgelaten en brak twee vingers.

Eén op de twee Nederlanders doet wekelijks aan sport. Daarbij gaat er nog wel eens wat mis. Een kwart van alle sportblessures ontstaat door contact met de tegenspeler, zo blijkt uit informatie van NOC*NSF. Als daarbij sprake is van verwijtbare schade kan de veroorzaker aansprakelijk worden gesteld. Vaak wordt het onderling geregeld. De ouders van Thomas' medespeler gaven hem naast een grote zak drop een vergoeding voor de sportkleding die bij het aanbrengen van het gips moest worden stukgeknipt.

Soms moet de rechter er aan te pas komen. Als iemand een ander opzettelijk letsel toebrengt, kan hiervan aangifte worden gedaan bij de politie. Voor het indienen van een schadeclaim dient de weg naar de civiele rechter te worden bewandeld. De rechter beoordeelt of er sprake is van een zogenoemde onrechtmatige daad. Advocaat Floor de Groof van advocatenkantoor CMS Derks Star Busmann is gespecialiseerd in sportzaken en geeft aan dat op het sportveld meer wordt toegestaan dan in het gewone leven. Het hoogste rechtscollege oordeelde enige jaren geleden dat spelers zich tijdens het sporten blootstellen aan gevaarlijk gedrag waartoe sport uitnodigt en dat ook te verwachten is. De Groof: “Door de sport te beoefenen en deel te nemen aan het spel aanvaard je een bepaald risico dat er iets gebeurt. Denk aan risico's die zijn te verwachten bij normale sportuitoefening, zoals bijvoorbeeld de kans dat je een tennisbal tegen je hoofd aan krijgt.“

Als gevolg daarvan is er veelal geen sprake van aansprakelijkheid als twee spelers tijdens een hockeywedstrijd per ongeluk tegen elkaar op botsen. Wie door de veroorzaakte hersenschudding een belangrijke opdracht mist, heeft pech. Wel schrijft de wet voor dat spelers zorgvuldigheid in acht moeten nemen. De speler die bij diezelfde hockeywedstrijd, gefrustreerd vanwege de gemiste kans, zijn stick weggooit en daardoor het hoofd van zijn tegenstander raakt, handelt wel onrechtmatig.

Voor kinderen liggen de zaken genuanceerder. Zij kunnen de consequenties van een bepaalde handeling minder goed inschatten. Volgens de wet kan het gedrag van een kind tot 14 jaar niet als een onrechtmatige daad worden gezien. Wel rust op de ouders een risicoaansprakelijkheid, ze moeten de schade vergoeden als hun kind met opzet een medespeler met een stick een tand uit de mond mept.

De schade die kan worden geclaimd is overigens, zeker tussen particulieren, relatief beperkt. De Nederlandse rechters zijn niet zo happig om hele hoge schadevergoedingen toe te kennen, weet De Groof. “Het moet gaan om schade die (in)direct voortvloeit uit de onrechtmatige handeling, kosten die je alleen hebt gemaakt vanwege het voorval. Denk aan kosten voor een ziekenhuisopname.“

Om die reden betwijfelt de advocaat of de claim van de moeder van Thomas kans van slagen heeft: ze overweegt een vergoeding te vragen van de weekhuur van een chalet in een Franse ski-plaats. De familie zou in februari gaan skiën, maar besloot daar vanaf te zien vanwege de twee gebroken vingers van Thomas.

Aansprakelijkheid geldt niet alleen voor personen; ook een sportvereniging kan aansprakelijk worden gehouden voor geleden schade. Uitgangspunt is de zorgplicht: je moet bij een vereniging veilig kunnen sporten. Veel sportverenigingen hebben overigens tegenwoordig een aansprakelijkheidsverzekering die de schade dekt.