De vrije gelukzoekers van “Little Lon'

Het Australische Melbourne, in 1837 gesticht, trok van heinde en verre goudzoekers. Die streken neer in de achterbuurt “Little Lon', waarvan de veelkleurige geschiedenis nu aan de hand van opgravingen is uitgezocht.

Porseleinen beeldjes - beleggingsobjecten voor de armen van Little Lon - die zijn gevonden in een pandhuis en de pijp van een bordeelbezoeker. Foto's La Trobe University

In 1950 werd “Little Lon', de achterbuurt van Melbourne, met de grond gelijk gemaakt om plaats te maken voor een parkeerterrein. Daarmee verdween in één keer ook de geschiedenis van de buurt. De afgelopen jaren heeft historisch-archeologisch onderzoek die geschiedenis weer aan de stad teruggegeven. “En die blijkt complexer dan gedacht“, vertelde de Australische hoogleraar Tim Murray gisteren tijdens een lezing aan de Universiteit Leiden.

Murray, werkzaam aan La Trobe University, liet zien dat archeologisch onderzoek in combinatie met studie van historische bronnen ook voor de moderne tijd zin kan hebben.

Melbourne, in 1837 gesticht, kreeg binnen twintig jaar te maken met een enorme toeloop van gelukzoekers toen in de omgeving goud werd gevonden. Van over de hele wereld kwamen mensen naar wat toen de rijkste stad van de wereld was. Rond Little Lonsdale Street ontstond een buurt die honderd jaar lang synoniem was voor misdaad, armoe en prostitutie. Hier waren de krotten, bordelen en opiumhuizen.

Na de sloop in de jaren vijftig gebeurde er dertig jaar niets met het terrein. Daarna werd het voor projectontwikkelaars interessant om ter plekke torenhoge kantoorpanden neer te zetten. Voorafgaand aan de bouw van de wolkenkrabbers is toen door een archeologisch bureau onderzoek gedaan. Maar omdat de opgravingen alleen maar het bestaande beeld leken te bevestigen, zijn ze vanwege de kosten nooit verder uitgewerkt.

Dat is de laatste jaren alsnog gebeurd. Verder is er in 2002, toen op de laatste open plek ook een wolkenkrabber gebouwd moest worden, nog een opgraving geweest, waarbij Murray en de historicus Alan Mayne betrokken waren.

Toen ontstond er een genuanceerder beeld van hoe het leven in de achterbuurt geweest moet zijn. Murray: ,,Er was misdaad, er waren bordelen en er was armoede, maar er was meer. In een bepaald huizenblok bijvoorbeeld blijken naast elkaar een familie, een fabriek voor Chinese meubelen en een bordeel gezeten hebben.“

De opgravingen maken ook duidelijk dat de lokale overheid in het begin weinig grip had op de ontwikkeling van de buurt. De plattegronden van de huizen op de officiële kadasterkaarten komen niet overeen met wat Murray heeft opgegraven. ,,De mensen deden wat ze wilden. Pas na 1880 kreeg de overheid de zaak onder controle en vallen de officiële en opgegraven plattegronden samen.“

De opgravingen hebben meer dan een miljoen artefacten opgeleverd, die allemaal nauwkeurig en precies zijn vastgelegd. ,,Net als bij een opgraving van een prehistorische vindplaats“, zegt Murray. Ze geven een goed beeld van het leven in Little Lon. Getuige de resten van flessen dronken de bewoners wijn, gin, port en soms ook champagne. Sommige afvalputten zaten vol met oesterschelpen. Ringen van pessaria geven aan dat er voorbehoedsmiddelen werden gebruikt. Dierenbotten laten zien dat er in Little Lon genoeg mensen waren die zich vlees van de betere delen van een koe of varken konden veroorloven.

Murray wist eerst niet wat hij met de vondst van porseleinen beeldjes aan moest. ,,Tot een collega uit New York me vertelde dat arme mensen ze als investering kochten om ze later bij geldgebrek te kunnen verpanden. Korte tijd later groeven we een pandhuis op en vonden daar veertig van dat soort beeldjes.“

Het onderzoek confronteerde Murray ook met de beperkingen van archeologie. Ondanks de overvloed aan artefacten bleek het vrijwel onmogelijk ze direct te koppelen aan historische gegevens en bepaalde personen. ,,Een uitzondering is een stukje van een saxofoon. Dat vonden we in een huis waarvan we wisten dat er een geëmigreerde Duitse saxofoonband woonde.“ Etniciteit viel op basis van de vondsten al helemaal niet vast te stellen. ,,Uiteindelijk moet het ons kunnen lukken, maar nu nog niet. Dus als een prehistorisch archeoloog nu zegt dat hij op grond van archeologische vondsten familiebanden kan onderscheiden, geloof ik er niets van“, aldus Murray, die zich ook met prehistorisch onderzoek heeft bezig gehouden.

Maar uiteindelijk overheersen de archeologische ambities. De Australische onderzoekers beschikken intussen over een database vol historische gegevens over duizenden voormalige bewoners van Little Lon, zoals familiebanden en adressen waar ze gewoond hebben. Samen met de archeologische vondsten zullen ze gebruikt worden om een wereldwijd beeld te geven van het leven in de 19de- eeuwse stad. ,,We werken daarvoor samen met zes andere, vergelijkbare archeologische projecten: in Californië, San Fransisco en New York, en drie in Sydney. Zo moeten we iets zinnigs kunnen zeggen over bijvoorbeeld het begin van de tijd van massaproductie en massaconsumptie.“