Blijf in Uruzgan van de papaverteelt af

De Nederlandse missie naar Uruzgan moet zich niet met drugsbestrijding bemoeien, want dat zal tot grote problemen leiden, menen Peter van Hamen Jorrit Kamminga.en Jorrit Kamminga.

Illustratie Milo Milo

Tijdens zijn bezoek aan Sydney gaf minister Kamp (Defensie) aan dat drugsbestrijding een speerpunt zal zijn van de gezamenlijke militaire operatie van Nederland en Australië in de Afghaanse provincie Uruzgan. De minister heeft gelijk wanneer hij beweert dat de aanpak van drugs “een lastig onderwerp is, omdat het moeilijk te scheiden is van terrorisme“. Maar omdat de arme Afghaanse boeren vaak volledig afhankelijk zijn van de papaverteelt, moeten Nederlandse militairen daar niet hun vingers aan branden. Drugsbestrijding in Afghanistan staat zelfs haaks op de doelstellingen van de Nederlandse missie, die gericht is op vredeshandhaving en economische wederopbouw.

Hoewel de uitzending van Nederlandse troepen ongetwijfeld een belangrijke bijdrage zal leveren aan de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan, staat de haalbaarheid van deze door de NAVO geleide militaire operatie ter discussie. Sinds februari is het aantal zelfmoordaanslagen door Talibaanstrijders toegenomen, en wat werd geafficheerd als een wederopbouwklus lijkt nu uit te monden in een vechtmissie. De tweehonderd Australische militairen die onder Nederlands toezicht in Uruzgan gaan opereren zullen zich met name richten op de opbouw van scholen, bruggen en wegen. Maar minister Kamp geeft nu toe dat militaire confrontaties met de Talibaan niet uitgesloten kunnen worden: “In Uruzgan, het thuisland van de Talibaan, zal echt resultaat geboekt moeten worden.“

Maar wil Nederland succesvol zijn, dan moet het zich juist niet met de papaverteelt en drugshandel in Uruzgan gaan bemoeien. Wederopbouw en drugsbestrijding staan elkaar in de weg. Uruzgan behoort tot de provincies met de meeste papaverteelt. Ruim twee miljoen Afghanen zijn afhankelijk van de opiumproductie. Het gaat hierbij vooral om arme boerengemeenschappen die wegens gebrek aan alternatieve inkomstenbronnen net het hoofd boven water kunnen houden door middel van dit illegale gewas. Zij zitten vaak diep in de schulden en zijn mede daarom gedwongen om papaver te blijven verbouwen. Ruim eenderde van het totale bruto nationaal product (illegaal en legaal) is te herleiden tot de papaverteelt en de productie van opium.

Deze economische realiteit maakt het lastig om met kortetermijninstrumenten de papaverteelt te reduceren. Alleen via het aanbieden van compensatie of alternatieve inkomstenbronnen is het mogelijk de papaverboeren op andere gedachten te brengen. Echter, beloofde compensatie, zoals in de door de Britten geleide provincie Helmand, is niet van de grond gekomen. Dit heeft geleid tot hevige sociale protesten onder de arme boerenbevolking. Alternatieve ontwikkeling - bijvoorbeeld de verbouw van andere gewassen, zoals dadels - heeft alleen op de lange termijn effect. Maar Afghanistan heeft niet tien tot vijftien jaar de tijd om een alternatieve land- of tuinbouw op te bouwen.

Bovendien valt drugsbestrijding niet direct onder het mandaat van de ISAF-troepen. Drugsbeleid blijft de verantwoordelijkheid van de Afghaanse regering, maar de internationale troepenmacht kan in principe wel indirect de Afghaanse autoriteiten ondersteunen bij de opsporing van illegale drugsproductie en -laboratoria. Het is niet duidelijk waar de grenzen precies liggen, aangezien de situatie verschilt van provincie tot provincie, en elk Provincial Reconstruction Team (PRT) op eigen wijze opereert.

Nederland zou lering moeten trekken uit de slechte ervaringen van de Canadese missie in de zuidelijke provincie Kandahar. De Canadese militairen worden door de Afghaanse bevolking over één kam geschoren met de nationale troepen die, gesteund door private militaire organisaties zoals het Amerikaanse DynCorp, de papavervelden kapotslaan en verbranden. Deze vernietigingscampagnes leiden onherroepelijk tot sociale protesten en geweld, waarbij de buitenlandse militairen uiteindelijk als zondebok gaan fungeren. Deze geweldspiraal heeft in Kandahar en andere zuidelijke provincies al veel dodelijke slachtoffers geëist, zowel onder soldaten als onder de plaatselijke bevolking. De Canadese militairen proberen weliswaar op de grond de Afghaanse boerenbevolking voor zich te winnen, maar dit is onmogelijk gezien het feit dat de Britten en Amerikanen het huidige vernietigende drugsbeleid van de Afghaanse regering dicteren en aanmoedigen.

Talibaanstrijders maken dankbaar gebruik van het sociale protest onder boeren en van de verslechterende relatie tussen de plattelandsbevolking en de overheid. We moeten niet vergeten dat de Talibaan onder gelijksoortige omstandigheden aan de macht kwamen in de jaren negentig: structurele armoede en ontevredenheid onder de Afghaanse bevolking. Het is daarom verontrustend dat juist de Talibaan nu met een indrukwekkende opmars bezig zijn, vooral in de oostelijke en zuidelijke provincies waar het aantal aanslagen sinds 2002 enorm is gestegen.

Op korte termijn moet de Nederlandse commandant in Uruzgan duidelijke afspraken maken met de Britten en Amerikanen over het te voeren drugsbeleid. Daarbij moet zwaar wegen dat het niet mogelijk is stabiliteit te creëren en te bewaken onder een ISAF-mandaat als tegelijkertijd de papaverteelt vernietigd wordt zonder de plaatselijke bevolking direct praktische alternatieven te bieden. Het is zaak eerst te kijken of er alternatieven voorhanden zijn voor de huidige, kortzichtige aanpak van de papaverteelt. De meest haalbare oplossing ligt nu bij de promotie van medicinale papaverteelt, met pilot projecten die uitwijzen dat Afghanistan inderdaad opium zou kunnen produceren voor de productie van essentiële medicijnen zoals morfine en codeïne. Bij dergelijke gevaarlijke missies hoort een goede relatie met de plaatselijke bevolking voorop te staan.

Peter van Ham is werkzaam bij het Instituut Clingendael. Jorrit Kamminga is hoofd onderzoek en beleid bij de Senlis Council in Afghanistan.

    • Peter van Ham
    • Jorrit Kamminga