“Alles is hier in een perfecte staat'

Zonder rijksgeld zag het Oorlogmuseum in Overloon de toekomst somber in. Een samen-werking met het Marshall-museum biedt nu uitkomst. Morgen opent NAVO-leider Jaap de Hoop Scheffer een nieuwe hal.

Een Russische T55 tank en een Oost-Duitse Mig 21 straaljager uit de jaren zestig. Foto Merlin Daleman Nationaal Oorlogs-en Verzet & Marshall Museum. Liberty Park, Overloon, 27-04-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Overloon, 2 mei. - “George C. Marshall, Soldier and Statesman.' Het staat in grote letters op een bord dat boven een commandowagen hangt. In de originele stafauto met chauffeur staat een levensgrote Marshall-pop, fier rechtop.

We zijn bij de entree van het Marshallmuseum, dat van Zwijndrecht naar het Brabantse Overloon is gegaan. Daar huist het nu onder één dak met het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum waarmee het een samenwerking aanging. Morgen opent secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer van de NAVO het vernieuwde complex in het Libertypark.

“Om de collectie van het Marshallmuseum onder te brengen hebben wij een hal van tienduizend vierkante meter laten bouwen“, zegt voorzitter Bram Stemerdink van de Stichting Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum. Kosten, inclusief een nieuwe entree, een restaurant, een verbindingshal en een aula: vijf miljoen euro. De oud-minister van Defensie is trots op de verzameling, die zijn museum in bruikleen heeft van zakenman Jaap de Groot (83). “Je weet niet wat je ziet. Alles is in perfecte staat.“

Uit dankbaarheid voor het Amerikaanse Marshallplan - het gaf een doorslaggevende impuls aan zijn constructiebedrijf Grootint - stichtte De Groot in 1997 het Marshallmuseum voor oude legervoertuigen. De hal in Zwijndrecht werd te klein voor de driehonderd stuks, vandaar de verhuizing. Bovendien wilde De Groot zijn nalatenschap veilig stellen.

Stemerdink vertelt dat zijn museum “rond 1990“ al eens met De Groot sprak om de handen ineen te slaan. Zonder succes. Toen de jaarlijkse overheidssubsidie voor “Overloon' in 1998 eindigde met een eenmalige afkoopsom van vijf miljoen gulden, moesten we nieuwe wegen bewandelen, zegt Stemerdink. “Ons aantal bezoekers, 90.000 per jaar, was hoog, maar niet genoeg om zonder een rijksbijdrage te overleven. We zouden interen op ons vermogen. Het was nodig onze collectie uit te breiden. Dat is nu gelukt.“

Wie het Libertypark binnen gaat, ontdekt meteen een grote verandering. Het kassahuisje is verlaten, maar de poort staat open. Het park - voorheen een belangrijk onderdeel van het Oorlogs- en Verzetsmuseum - is gratis te betreden. Daar zijn onder meer nog anti-tankgeschut van de Duitsers en bunkers te bewonderen. En de gedenksteen met de tekst van Harry van Daal, de stichter van het in 1946 geopende museum:“Sta een ogenblik stil bezoeker en bedenkt dat de grond waarop gij nu vertoeft eens een van de felst omstreden sectoren was van het slagveld Overloon. Bitter is hier gevochten in man-tegen-man-gevechten. Vele jonge levens, aan de slagvelden van Nettuno en Normandië ontkomen, vonden onder deze bomen hun einde.“

Een toegangskaartje (9,50 euro) voor het vergrote museum koopt de bezoeker bij de receptie, niet ver van het documentatiecentrum dat, verduidelijkt Stemerdink, “in de toekomst“ geheel wordt vernieuwd. Dit gedeelte moet de relatie tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog helder maken. Stemerdink: “Het is belangrijk de Tweede Wereldoorlog te laten zien, maar ook waarom die begon en de gevolgen daarvan. Veruit de meeste Nederlanders denken, bijvoorbeeld, dat de Holocaust de belangrijkste oorzaak was van de Tweede Wereldoorlog, zo bleek kort geleden uit een onderzoek.“

Bij de rondleiding door het complex staat Stemerdink even stil in “het tussenstuk“ dat het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum en het Marshallmuseum met elkaar verbindt. Hier herinneren alle geconserveerde voertuigen aan de Slag bij Overloon. Van een Amerikaanse tank met het opschrift After Hitler is de koepel “omhoog en omlaag gestuiterd door een granaatinslag“, zegt hij. “Alle inzittenden waren dood.“

In het Marshallmuseum is het “smullen“ voor liefhebbers van oorlogsvoertuigen. Indrukwekkend is een Barc 33, een 23,5 ton wegend amfibisch landingsvaartuig, dat pendelde tussen zeeschepen en het strand om tanks en vrachtwagens aan land te zetten. Eigenaar De Groot kocht het in Engeland, waar het voer voor de baggerindustrie. Hij heeft het gered van de sloop. Het is perfect gerestaureerd en op eigen kracht het museum binnengereden.

Deze collectie is “echt uniek“, zegt medewerker Stef Heiltjes van het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum als we een B-25 Mitchell passeren - een tweemotorig vliegtuig dat bombardementen uitvoerde boven Nazi-Duitsland “Dit is een van onze topstukken. En wat denkt u hiervan?“ Hij wijst op een glimmende gepantserde auto van De Nederlandsche Bank, waarin Bernhard, Beatrix en Irene op 12 mei 1940 van paleis Noordeinde naar IJmuiden vluchtten.

Inl. www.oorlogsmuseum-overloon.nl, dagelijks geopend, 10-17 uur.