Vrijlating Gitmo uitgesteld

De repatriëring van terreurverdachten die vastzitten op Guantánamo Bay loopt vertraging op, omdat de Verenigde Staten vrezen dat de gevangenen bij thuiskomst gemarteld zullen worden. Dit meldde The New York Times gisteren.

Het Pentagon meldde eerder dat het rond februari meer dan 150 gevangenen wilde vrijlaten - zodra het met de ontvangende landen passende regelingen had getroffen. De onderhandelingen hierover verlopen echter veel moeizamer dan verwacht, aldus ambtenaren van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat de gesprekken leidt.

Vooral voor het lot van gevangenen afkomstig uit Saoedi-Arabië en Jemen wordt gevreesd. Bijna de helft van de ongeveer 490 personen die vastzitten op de Amerikaanse marinebasis in Cuba komt uit een van deze twee landen: Guantánamo telt 128 Saoedische en 105 Jemenitische gevangenen. Daarnaast bestaan er zorgen over eventuele repatriëring naar Oezbekistan, Algerije en Egypte.

In maart stelde het ministerie van Buitenlandse Zaken in zijn jaarlijkse mensenrechtenrapport nog dat gevangenen in Saoedi-Arabië en Jemen mishandeld worden. In de onderhandelingen eist het daarom dat de teruggestuurde gevangenen niet zullen worden gemarteld en een behandeling krijgen overeenkomstig het internationaal humanitair recht. Bovendien willen de VS gemaakte afspraken kunnen controleren.

Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties concludeerde in februari echter dat de gevangenen op Guantánamo blootstaan aan een behandeling, die 'neerkomt op marteling'. En vorige week concludeerde een onderzoekscommissie van het Europees Parlement dat de Amerikaanse inlichtingendienst CIA er een systeem van 'rendition' op na houdt. Daarbinnen zou het op grote schaal terreurverdachten verplaatsen om ze te kunnen verhoren in geheime gevangenissen in Oost-Europa en in landen waar ze gemakkelijk zouden kunnen worden gemarteld.