Voorkom de komst van een gezondheidsmarkt

Bij artsen ligt financiële belangenverstrengeling op de loer. Daarom moet minister Hoogervorst nieuwe spelregels opstellen, menen Tijn Kool en Marlies Telgenkamp.

Huisartsen worden aandeelhouder van apotheken waar hun patiënten medicijnen halen. Onder de liberale minister Hoogervorst wordt de gezondheiszorg snel een gezondheidsmarkt. In de berichtgeving in deze krant komen slechts enkelen aan het woord die daarbij kanttekeningen plaatsen. De voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten is bang voor een kopie van het Engelse systeem waar goede en snelle zorg slechts voor de rijken is weggelegd. De minister zelf gaat een stapje verder. Hij vindt dat hij mogelijke financiële belangenverstrengeling van artsen moet beperken. Hij heeft er bijvoorbeeld moeite mee dat huisartsen in Boxmeer aandeelhouder zijn van een bv waarin zij samenwerken met apothekers. De artsen sturen hun patiënten naar hun 'eigen' apotheek. De rechtbank heeft de minister vooralsnog gelijk gegeven en de constructie verboden.

Maar als de minister consequent is, zal hij het nog druk krijgen. Financiële belangenverstrengeling ligt immers op de loer bij veel professionals op de gezondheidsmarkt. Specialisten zijn in toenemende mate mede-eigenaar van private initiatieven van en rondom het ziekenhuis. Bestuurders willen hun specialisten motiveren door hen te laten delen in eventuele winstpremies. Het lijken nuttige en onvermijdelijke bewegingen nu de zorg commerciëler wordt. Maar zo verandert wel de arts-patiëntrelatie. Onder de tucht van de markt gaan specialisten zich commercieel opstellen en laten zich meer leiden door financieel eigenbelang dan door het patiëntenbelang.

De praktijk in de Verenigde Staten heeft echter de afgelopen decennia aangetoond dat verandering van gedrag van artsen en andere hulpverleners realistisch is. Daar maken bijvoorbeeld fysiotherapeuten, in hun strijd om patiënten, afspraken met huisartsen over verwijzingen en proberen logopedisten het verwijsgedrag van KNO-artsen te beïnvloeden. Hier is eerst geprobeerd dit met zelfregulering op te lossen. Uiteindelijk verbood de federale regering het betalen voor verwijzingen van patiënten waarvan de zorg met overheidsgeld wordt betaald.

Zelfverwijzing zoals door de huisartsen in Boxmeer komt ook veel voor op de Amerikaanse gezondheidsmarkt. Behalve huisartsen hebben ook vaak medisch specialisten daar financiële belangen in instellingen waar zij hun patiënten naar verwijzen. Al in 1988 toonde een enquête van het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid aan dat maar liefst 12 procent van de artsen financiële belangen had als eigenaar.

Het is onvermijdelijk dat ook op de Nederlandse gezondheidsmarkt dergelijke financiële belangenverstrengelingen op grote schaal zal ontstaan. Waakzaamheid en onderkenning vóóraf zijn dus geboden. Ook de zorg is gevoelig voor financiële prikkels. Maar te veel prikkels belemmeren de keuzevrijheid van consumenten. Wanneer de overheid streeft naar eerlijke concurrentie, zijn machtsconcentraties ongewenst. Niet voor niets speelde de Amerikaanse mededingingsautoriteit een belangrijke rol in dit debat.

De hierboven genoemde interventie van de minister zou dus wel eens het begin van een reeks van interventies kunnen zijn op zijn zelf gecreëerde gezondheidsmarkt. Een commerciële opstelling van zorgprofessionals heeft voor- en nadelen. Daarom is het noodzakelijk mogelijke belangenverstrengelingen te onderkennen en te reguleren. Ook al komen dergelijke praktijken nu nog beperkt voor, de opmars van de gezondheidsmarkt vereist een aanpassing van de spelregels. Een gedragscode van de KNMG, Orde van Medisch Specialisten en andere beroepsgroepen kan medisch specialisten afhouden van het maken van onduidelijke afspraken over zelfverwijzing. Sancties kunnen mogelijk worden getroffen in de medisch-tuchtrechtelijke sfeer.

Maar de Amerikaanse praktijk heeft ook aangetoond dat een adequate mededingingsregeling nodig is om de nadelige effecten van dergelijke afspraken tegen te gaan. De nieuwe mededingingswetgeving lijkt hier niet toereikend, omdat deze niet gaat over afspraken op individueel niveau. De Zorgautoriteit in oprichting moet maar eens goed bestuderen hoe zij kan optreden tegen deze 'marktvervuiling'. Minister Hoogervorst toont zich een wijs man dat hij de belangenverstrengeling wil aanpakken. De commerciële initiatieven in de ziekenhuizen tonen aan dat het voorbeeld van de huisartsen en hun apotheek maar het topje van de ijsberg is. Actie is vereist om nieuwe spelregels op te stellen. Het is beter problemen te voorkomen dan te genezen.

Tijn Kool is arts en ethicus, Marlies Telgenkamp is manager. Zij werken bij Prismant StrategieGroep.

    • Tijn Kool Marlies Telgenkamp