Verteller van de Indonesische vrijheidsstrijd Zijn leven lang dwarsligger

Zijn laatste verzetsdaad was amper een maand oud: een groot interview in het eerste en waarschijnlijk laatste nummer van de Indonesische Playboy. Daarmee trok Pramoedya Ananta Toer een lange neus tegen alle islamitische zedenpredikers van zijn land, die de verschijning van dit blad trachtten te verhinderen. Het slot heeft hij niet meer meegemaakt, want hij lag al in een coma toen de Playboy-uitgever na talrijke bedreigingen en intimidaties na één editie de vlag streek.

Pramoedya Ananta Toer in maart 2004 (Foto AP) ** FILE ** Indonesian author and former dissident Pramoedya Ananta Toer, pauses to think during an interview, in Depok, Indonesia, in this March 16, 2004, file photo. Renowned Indonesian author Pramoedya Ananta Toer, who suffered from heart trouble and diabetes, died Sunday, a family member said. He was 81. Pramoedya died at home, his daughter Tatiana Ananta said. (AP Photo/Suzanne Plunkett, FILE) Associated Press

Pramoedya overleed gisteren op 81-jarige leeftijd in zijn woning bij Jakarta. Hij leed al geruime tijd aan een hartkwaal en suikerziekte en was vorige week in het ziekenhuis in coma geraakt. Toen hij zaterdag ontwaakte had hij te kennen gegeven naar huis te willen gaan. Daar overleed hij te midden van familie en vrienden. Hij werd gistermiddag meteen begraven. De Indonesische regering stuurde bloemen naar zijn huis.

Met het overlijden van Pramoedya Ananta Toer verdwijnt de belangrijkste persoonlijkheid uit het literaire leven van de twintigste eeuw van Indonesië. Zijn eerste roman De Vluchteling schreef hij eind jaren veertig in Nederlandse gevangenschap, zijn laatste grote vierluik goeddeels in Indonesische gevangenschap. Pramoedya gaf in zijn oeuvre een gezicht aan de maatschappelijke werkelijkheid van zijn land. Dat betekende bijna steeds ook een impliciete aanklacht tegen de machthebbers - of dat nu de Nederlandse kolonisatoren waren of later het regime van president Suharto.

Pramoedya werd geboren in Blora op Java in 1925 in een gezin waar nationalistische sentimenten tegen de Nederlanders bestonden. Zelf werd hij journalist, werkte tijdens de Japanse bezetting als stenograaf met aanvankelijk een voorkeur voor de Japanners boven de Nederlanders als de minste van twee kwaden. Hij nam meteen na de Japanse capitulatie de wapens op tegen de Nederlanders. Dat leidde tot zijn eerste gevangenschap, van 1947 tot 1949.

Tien jaar lang was hij vrij, schreef politieke opstellen en werkte aan zijn literaire oeuvre. Hij speelde in die eerste onafhankelijkheidsjaren ook een omstreden rol in aanklachten tegen Sukarno onwelgevallige schrijvers en intellectuelen. Maar een vlammend betoog over de discriminatie van de Chinezen kwam hem te staan op een gevangenschap van een jaar. Hij noemde zichzelf graag communist, sympathiseerde met rebellerende studenten en na de machtsgreep van Suharto moest hij deze sympathieën betalen met een gevangenschap op het Molukse eiland Buru van 1965 tot 1980. Daar stelden andere gevangenen hem in staat zijn schrijverschap verder te ontplooien; ze werkten voor hem op het rijstveld.

Pramoedya's werken zijn doordrenkt van strijd tegen onderdrukking en vrijheidsdrang. Maar hij is bovenal een geniale verteller, geïnspireerd door de grote naturalisten maar met de vaardigheid ook het wapen van de ironie tot het zijne te maken.

Al in De Vluchteling biedt Pramoedya Ananta Toer een mengsel van Javaanse mystiek en analyse van de vrijheidsstrijd in de setting van een dag uit het leven van een verzetsstrijder in de laatste uren van de Japanse bezettting. Zijn beroemde vierluik (het Buru Quartet) behandelt het leven van Minke, een Javaanse edelman opgevoed door Nederlandse onderwijzers en later gegrepen door het nationalisme. Minke zoekt naar de moderne tijd en struikelt telkens over het door hem verafschuwde Javaanse feodalisme.

De boeken van Pramoedya overleefden in de tijd van Suharto de censuur niet. De openbare aanklager in Jakarta destijds over Het Glazen Huis: 'Met zijn schrijverstalent heeft Pramoedya opmerkingen, dialogen en verklaringen gecomponeerd die opruiend en propagandistisch van aard zijn, vergezeld van communistische ideologie met lessen in versluierde en geraffineerde maar desalniettemin fundamentele vorm.' Dit oordeel van de macht was kenmerkend: het werd hem lastig gemaakt, maar iedereen - ook de macht - bewonderde zijn talent.

In de jaren negentig kwam er niet veel meer uit zijn pen. Maar voor de prachtige documentaire De Groote Postweg van de cineast Bernie IJddis schreef hij nog wel het onderliggende essay. Het was Pramoedya op zijn best. De Groote Postweg handelt over een duizend kilometer lange weg die tweehonderd jaar geleden op Nederlands bevel werd aangelegd. Tienduizenden kwamen bij de aanleg om het leven en Pramoedya kon zich uit zijn jeugd nog vele verhalen herinneren. Door de geschiedenis heen weeft hij waarnemingen uit het heden, die tot de slotsom leiden - het was nog in de tijd van het autoritaire Suharto-bewind - dat Indonesië geen stap vooruit is gekomen. Na de val van de het regime bleef de oude schrijver de dwarsligger die hij was. Hij bleef pleiten voor wat hij noemde een 'volksdemocratie'.

Zijn levensloop en de eeuw waarin hij leefde hebben Pramoedya grote faam bezorgd als politiek dissident. Maar zijn unieke betekenis schuilt in de wijze waarop hij (Nederlands) kolonialisme, dekolonisatie, verloederde onafhankelijkheid en het getob van de kleine man daarin met literaire middelen een gezicht gaf. De fictie is daarbij doortrokken van autobiografische elementen. Aarde der mensen begint bijvoorbeeld met de jonge Javaanse hoofdfiguur die zich de middelbare school herinnert, met leraren van Nederlandse komaf: 'De wetenschap en kennis die ik op school heb verworven en waarvan ik zelf de verschijningsvormen in het leven heb waargenomen, hebben mijn persoonlijkheid gevormd. [...] Of mijn persoonlijkheid in overeenstemming is met mijn uiterlijk als Javaan, weet ik zelf niet.'

In Indonesië werd nooit meer over Pramoedya geschreven zonder de toevoeging 'eeuwige kandidaat voor de Nobelprijs'. Zelf was hij laconiek: 'Geef mij maar een goed glas rode wijn.' Maar in de Indonesische literaire wereld bleef het ontbreken van die prijs hangen als kwestie van nationale miskenning. Zeker is dat men er misschien niet zozeer de schrijver zelf als wel de vrijzinnige krachten in de huidige strijd tussen pluralisme en islamisering een enorm plezier mee zou hebben gedaan.