Mourinho: topcoach in de contramine

De Portugese trainer van de Engelse kampioen Chelsea, José Mourinho, valt niet alleen op door zijn prestaties. Hij is anders dan anderen. Provoceert graag, want voelt zich miskend.

Een beetje zuur kijkend stond José Mourinho zaterdagmiddag de journalisten van de BBC te woord. Zijn team Chelsea had net met gemak Manchester United met 3-0 verslagen, goed voor een tweede Engelse titel op rij. Toch oogde hij niet helemaal happy. 'Ik heb er inderdaad niet ten volle van genoten. Ik zou blijer moeten zijn', bekende hij.

Wat hem dan dwars zit? Dat hij en zijn team onvoldoende erkenning krijgen. Niet één keer dit seizoen werd hij Coach van de Maand, klaagde Mourinho, en daarom dacht hij zelfs aan opstappen. 'Terwijl we toch een fantastisch seizoen hebben neergezet. Met een schitterend resultaat.'

Even daarvoor had hij zowel zijn jasje als twee medailles in de tribunes van Stamford Bridge gegooid, als beloning voor de trouwe aanhang. Want die medaille zag er net zo uit als die van vorig seizoen, dus daar had hij niet écht veel aan.

Het was José Mourinho ten voeten uit. Altijd een beetje de contramine opzoekend. Melancholie na het behalen van zijn vierde landstitel op rij, twee met FC Porto, twee met Chelsea. Een felbegeerde trofee het publiek inslingeren. Bewust de confrontatie zoekend met collega's. Zoals hij ook euforisch kan zijn over het spel van zijn team na een wat fletse prestatie. Of zomaar antwoord geeft op een vraag die nooit is gesteld.

De hele Britse pers roemt Chelsea als een terechte kampioen. Op de titel valt niets af te dingen, zei Match of the Day-analist Alan Hansen, normaal nogal spaarzaam met complimenten. 'Dit is een groots team met een grote trainer.' Ja, erkende Hansen, uiteraard is het handig dat de Russische miljardair en clubeigenaar Roman Abramovitsj overal ter wereld de beste spelers kan wegplukken. 'Maar je moet er wel een team van maken.'

En dat heeft hij gedaan, daar zijn vriend en vijand het over eens. Chelsea is geen losse verzameling vedetten, zoals Real Madrid, maar een hecht blok, leunend op een stevige defensie, counterend als het kan, dominerend als het moet. Die prestatie is des te opmerkelijker, omdat Mourinho amper zes jaar hoofdtrainer is.

Toch was hij al van jongs af aan bezeten van voetbal. Zijn vader was doelman Félix Mourinho, dus voetbal was thuis hét gespreksonderwerp, maar José had te weinig talent voor een carrière als prof. Hij bleef steken bij de amateurs.

Toen zijn vader coach werd, hield de kleine José oefenschema's, wedstrijdverslagen van tegenstanders en dossiers bij in allerlei boekjes. In zijn vorig jaar verschenen biografie beschrijft hij het kerstdiner dat de familie nuttigde toen hij negen was. Zijn vader kreeg tijdens dat diner een telefoontje van de voorzitter: hij was ontslagen wegens slechte resultaten. De kleine José zwoer toen en daar dat hij ooit wél een toptrainer zou worden.

Dat pad liep via kleine clubjes, zoals Estrela da Amadora en Vitória de Setúbal, zonder al te groot succes. Dat kwam er pas toen de leraar lichamelijke opvoeding verhuisde naar Sporting Portugal. Niet eens als trainer of hulptrainer, wel als vertaler voor Sir Bobby Robson, die hij ook volgde naar FC Barcelona. Ook Louis van Gaal zou hij in Catalonië bijstaan als tolk. Daar zou Mourinho de eeuwige bijnaam El Traductor aan overhouden, een typering waar hij een hartgrondige hekel aan heeft. Hij wil niet als vertaler door het leven gaan, maar als topcoach.

Zelfs in zijn rol als vertaler had Mourinho allerminst gebrek aan zelfvertrouwen. En aan werkkracht en leergierigheid. Hij stal met zijn ogen, zoog de wijsheden van Robson en Van Gaal in zich op en kreeg het Barcelona-bestuur zover dat hij het B-elftal mocht leiden. In 2000 kreeg hij eindelijk zijn grote kans, bij Benfica. Maar na negen speelrondes zat Mourinho's eerste baan als hoofdcoach er alweer op, een bestuurswissel werd hem fataal.

Bij het bescheiden União de Leiria mocht hij het ongelijk van Benfica bewijzen. Mourinho stuwde de grijze muis naar de vierde plek in de competitie, genoeg om de aandacht van FC Porto te trekken. In januari 2002 nam hij een gedesillusioneerd team over, al vroeg uitgeschakeld in de titelrace. Twee en een half jaar later verliet hij Porto met twee titels, een beker, een SuperCup, een UEFA Cup en, wat niemand voor mogelijk had gehouden, een eindzege in de Champions League. Mourinho had met het kleine Porto onderweg teams uit grote voetballanden uitgeschakeld, zoals Olympique Lyon, Manchester United, Deportivo La Coruña en Monaco. Hij verloor alleen een wedstrijd tegen Real Madrid.

De topclubs stonden in de rij, maar de centen van Chelsea gaven de doorslag. Al op zijn eerste persconferentie bevestigde Mourinho zijn reputatie door zichzelf te omschrijven als 'the special one'. Maar hij hield wel woord: Chelsea won in zijn debuutseizoen na vijftig jaar eindelijk weer een titel. De club verloor onder hem thuis nog geen enkele competitiewedstrijd.

Mourinho botste onderweg verbaal met collega's als Rafael Benitez van Liverpool, Arsène Wenger van Arsenal en Frank Rijkaard van Barcelona. Hij kreeg boetes van de UEFA omdat hij scheidsrechter Anders Frisk beledigde, en een boete van de Engelse bond omdat hij Arsenal-speler Ashley Cole probeerde los te weken. Maar zijn spelers dragen hem op handen, roemen hem om zijn vakmanschap en zijn kwaliteit om potentiële conflicten snel weg te werken.

Met een jaarsalaris van 7,7 miljoen euro en een vermogen van ruim 30 miljoen euro is hij ondertussen de rijkste coach in Groot-Brittannië. Maar dat is voor de ijdele Portugees onvoldoende. Hij wil dat dit het decennium van Chelsea wordt, het Engelse én Europese voetbal domineren en opnieuw de Champions League winnen. Dat is de opdracht die Abramovitsj en algemeen directeur Peter Kenyon hem hebben opgedragen. Liever volgend jaar dan in 2008. En het liefst meerdere keren.

Daarom baalde Mourinho zaterdag. Omdat zijn team dit jaar niet de Champions League wint, na de uitschakeling in de achtste finales door Barcelona. Want alleen als Chelsea de belangrijkste Europese clubtrofee wint, kan er echt sprake zijn van een 'blauw tijdperk'. En zal de vertaler zich met trots een topcoach kunnen noemen.

    • Dirk Vandenberghe