Koninginnedag

In mijn directe omgeving werd dit jaar met ongewone spanning naar Koninginnedag uitgekeken.

Bij een van de buren was Zorro weggelopen, een zwart katertje. Hij was al drie dagen verdwenen zoals alleen een kat kan verdwijnen - zonder een briefje achter te laten of enige andere vorm van afscheid. Jarenlang heb je voor zo'n beest gezorgd en hij zegt nog niet eens 'doei' . En wij maar van katten houden.

Als Zorro niet vóór Koninginnedag terug zou zijn, zag het er slecht uit. In een buurt die overspoeld werd door geraas en gebrul, zou hij al snel het spoor helemaal bijster zijn. Zelf ben ik al na één uur André Hazes, onafgebroken 'bloed, zweet en tranen' galmend vanuit het naburige café, geneigd tot zo'n vorm van afgrijselijke doodslag waarvoor Bram Moszkowicz je dolgraag wil verdedigen.

Maar gelukkig, een dag tevoren vond een verre buurvrouw Zorro onder haar bed. Ze was drie dagen weggeweest en toen ze thuiskwam rook het zo vreemd naar kattenpis. Toen ik het verhaal hoorde, was mijn eerste gedachte: fijn dat die mevrouw niet drie weken op vakantie was gegaan.

Rover en Rocco, de buurjongetjes van beneden, hadden weer heel andere zorgen. Ze wilden 'op de brug' graag zoveel mogelijk aan ons verdienen met hun spulletjes. Zou dat wel lukken? Er was veel concurrentie.

Op het einde van de dag zochten ze ons voldaan op om de afrekening te laten zien. Rover had alles zorgvuldig gespecificeerd en opgeteld, het is nu al een jongen die werkt aan zijn toekomst. Het resultaat was, moesten ook wij beamen, boven verwachting: 110 euro en 10 cent. Dit gevoegd bij de 33 euro aan spaargeld die hij nog had, was er geen enkel beletsel meer om 'dat kasteel van Playmobiel' te kopen.

Iedereen tevreden - nu ik nog.

Op Koninginnedag begeef ik me naar buiten als iemand die twee jaar lang met tuberculose aan een open raam bij een doodstille Alpenwei heeft gelegen en nu voor het eerst naar de grote stad terugkeert. Al op de eerste straathoek dreigt een bloedspuwing. Ik haal de volgende hoek nog - maar wil dan eigenlijk alweer naar huis.

Maar dit keer had het Opperwezen, of misschien wel de koningin zelf - wat is trouwens het verschil - een list bedacht om me bij de les te houden. Aan de overkant van de gracht zag ik een soort loods waar je 'voor een goed doel' boeken voor één euro per stuk kon kopen. Boeken zijn als zuurstof voor mijn longen.

Binnen kocht ik vijf heerlijke boeken waarmee ik de rest van de dag moeiteloos kon doorkomen. Het gelukkigst was ik met de dichtbundel Het rijmt, dat scheelt uit 1987 van mijn collega Nico Scheepmaker, die drie jaar voor zijn schandelijk vroege dood het gedicht 'Loterij' publiceerde:

Het leven is een loterij,je wordt geboren, hoort erbij,en dan opeens, je hebt niets misdaan,word je gedwongen weer te gaan.Zo ga je halverwege dood,je bent zo klein, je houdt je groot,waarom jij wel, die ander niet?,dat is de vraag die God verbiedt:een kansspel is het aards bestaan,daar helpt geen lieve moeder aan!

    • Frits Abrahams