Hoe maak je een verstandige beslissing als er een tekort aan kennis is?

Vice-president H. Tjeenk Willink van de Raad van State concludeert, in het jaarverslag van de raad, dat het ambtelijk apparaat gebukt gaat onder een gebrekkig collectief geheugen, waarbinnen noodzakelijke kennis van zaken tekort- schiet. Dit zegt meer over de politici dan over de ambtenaren die de politieke instructies moeten volgen.

Politici zijn immers de mensen die in Europees verband in Lissabon hebben afgesproken om de Europese Unie een kenniseconomie te bezorgen. Maar als zij al niet in staat zijn om dat binnen hun eigen apparaat te realiseren, hoe denken zij dan bedrijven voor een kenniseconomie te kunnen motiveren?

Hoe kunnen politici verstandige beslissingen nemen over privatiseren, als Tjeenk Willink privatiseren als één van de oorzaken van het tekort aan kennis onder ambtenaren aanwijst? Weten die politici dan niet uit eigen ervaring dat je organisaties niet straffeloos in stukken kunt opdelen, als je niet bijzondere maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat alle betrokkenen hun kennis voldoende met elkaar kunnen blijven delen?

Een reactie op deze vragen kan zijn dat de politici tot dusverre nog niet zo'n betekenis aan het begrip 'kenniseconomie' hebben gegeven. Zij bedoelen hiermee alleen maar dat we meer kennisintensieve producten en -diensten moeten genereren om ongestraft ons veel te hoge loonniveau te kunnen handhaven.

Door zo'n éénzijdige opvatting van het begrip kenniseconomie zien politici niet in dat iedereen die zich met het oplossen van uiterst complexe problemen uit de werkelijkheid bezighoudt en die het belang van kennis daarbij werkelijk inziet, zichzelf altijd de vraag moet stellen of hij wel over genoeg kennis beschikt om zo'n complex probleem op te lossen. Doet hij dat niet dan bestaat het gevaar dat hij een oplossing aandraagt vanuit zijn eigen specialisatie waarmee hij al eerder goede resultaten heeft bereikt. Daarmee maakt zo iemand, die zich nog niet bewust is van de betekenis van het woord kenniseconomie, zich schuldig aan hokjesgeest, tunnelvisie, het jumping to conclusions en het not invented here-syndroom en al die andere voorbeelden van fout gedrag waaraan vooral invloedrijke groepen met gemeenschappelijke belangen zich onbewust zo gemakkelijk schuldig kunnen maken. Met de soms uiterst kostbare fouten die hier uit voortvloeien.

Arnold Fellendans is adviseur.