Gastheer Joop opveldtocht Europa

Het theaterbedrijf van Van den Ende koopt gericht musicaltheaters in Europa op.

Wil hij in Amerika serieus worden genomen, dan moet hij hier een grote speler zijn.

Joop van den Ende Foto WFA WFA08:VAN DEN ENDE OPGENOMEN GEWEEST IN AMC:AMSTERDAM;27MRT2006 **ARCHIEFFOTO *** - Joop van den Ende heeft wegens hartproblemen afgelopen week onverwacht een dotterbehandeling in het Academisch Medisch Centrum Amsterdam ondergaan. De mediatycoon heeft korte tijd aan de hartbewaking gelegen en mag over enkele dagen naar huis. Dat heeft de familie zondagavond bekend gemaakt. WFA/mc/str. Michel Porro WFA WFA

Vrolijk komt Dmitry Bogachev uit de vergaderzaal. In het MDM Theater in Moskou, waarvan hij directeur is, wordt dezer dagen de voorstellingenreeks van de musical Cats afgesloten - na een jaar dat naar zijn zeggen zeer succesvol is verlopen. En nu staat definitief vast wat de volgende productie zal zijn: een Russische versie van het op Abba-hits gebaseerde Mamma Mia! 'Abba is in Rusland heel populair', zegt hij. 'Er zitten alleen een paar pikante grapjes in die het Russische publiek niet zal pikken. Maar dat is wel aan te passen, denk ik. Zo hebben we ook een treinscène in Cats een beetje moeten veranderen omdat ons publiek er anders niets van zou begrijpen. In plaats van de Europese treinen hebben wij, voor de lange afstanden, vooral nachttreinen met voorzieningen voor je handdoek, je zeep en je tandenborstel. Dat zijn dingen waar je rekening mee moet houden.'

Eén keer per maand vliegt Dmitry Bogachev naar Amsterdam, net als alle andere buitenlandse managers van Stage Entertainment, het internationale theaterbedrijf van Joop van den Ende. Bijna elke maand is de groep weer iets groter; de vraag hoe lang zoveel mensen nog maandelijks kunnen samenkomen, wordt steeds nijpender. Nu al omvat Stage Entertainment twintig theaters in vijf Europese landen, en dat worden er almaar meer. Tot de vergevorderde plannen behoren een extra theater in Madrid naast de drie die er nu al zijn, en nog twee andere in Parijs naast het Théâtre Mogador dat vorig jaar werd gekocht. Terwijl er bijvoorbeeld ook in Spanje en Italië nog wel wat theaters bij zouden kunnen.

Ruim zeven jaar geleden kocht Van den Ende zijn theaterbedrijf voor 169,5 miljoen euro terug uit de firma Endemol, die hij samen met John de Mol had opgericht. Van den Ende wilde terug naar het theatervak waarin hij in de jaren zestig zijn eerste schreden had gezet als aankomend producent - hij boekte schnabbels voor Ria Valk, Imca Marina, Anneke Grönloh en André van Duin - en dat hem nog steeds nader aan het hart lag dan de televisie die hem tot miljardair heeft gemaakt. Groot zou het nieuwe bedrijf niet worden, dacht hij. Maar dat liep anders. Hoewel de door hemzelf opgezette musical Cyrano op Broadway een verliespost was geweest, hield hij er wel allerlei nuttige Amerikaanse contacten aan over. Zo ontdekte hij dat het makkelijker zou worden over de opvoeringsrechten van internationale succesmusicals te onderhandelen naarmate zijn bedrijf meer te betekenen zou hebben op de Europese markt. En zo ontstond zijn nieuwe doelstelling: 'Ik wil op musicalgebied marktleider op het Europese vasteland worden.'

Zeven jaar later is die status in feite al bereikt. Maik Klokow, lid van de raad van bestuur: 'We passen ons altijd aan de lokale markt aan. In het buitenland worden we niet gezien als een Nederlands bedrijf. Het management is overal lokaal. Joop van den Ende is natuurlijk in Nederland een grote naam, maar daarbuiten treedt hij als persoon niet op de voorgrond.' Carmen Pavlovic, international executive producer van het Londense filiaal: 'Het is heel belangrijk overal een lokaal gezicht te hebben. De mensen in al die landen willen niet van ons te horen krijgen wat ze mooi moeten vinden. Lokale aanpassingen moeten altijd mogelijk zijn.' Ze noemt het voorbeeld van Dirty Dancing, een in Australië ontwikkelde theaterversie van de Amerikaanse dansfilm uit 1987, waarvan de eerste Europese productie sinds maart in Hamburg wordt gespeeld. 'Daarin komt een Amerikaans zomerkamp voor, waar spelletjes worden gedaan zoals een race in aardappelzakken. Zoiets kennen we hier niet, dus daar moesten we iets aan veranderen.'

Tot voor kort ging zoiets echter zomaar niet. Slechts als er een exacte kopie werd gemaakt, kon Stage zaken doen met de eigenaren van de rechten op musicals als Les Miserables en Phantom of the Opera. Alles, tot en met het logo en de vormgeving van affiches en programmaboekjes, werd voorgeschreven. En nog steeds moeten alle vertalingen worden terugvertaald in het Engels voordat ze mogen worden uitgevoerd. 'De licentiehouders van de grote internationale musicals eisen doorgaans dat er in alle landen een nauwgezet replica van de oorspronkelijke productie wordt gemaakt', bevestigt Pavolic. 'Maar tegenwoordig nemen we alleen nog maar een licentie op een nieuwe musical als we die kunnen aanpassen.'

Zonder de huidige machtspositie op de Europese markt zou het onmogelijk zijn zulke voorwaarden te stellen. Maar nog liever zou Stage Entertainment zelf de producent van nieuwe musicals zijn, om daarvan de wereldrechten te kunnen exploiteren. Op het bureautje van Ulrike Bürger-Bruijs, manager creative development international, staat een rijtje dvd's met de films die dit jaar met een Oscar werden bekroond. 'Huiswerk', zegt ze. 'Een idee voor een musical kan immers overal op gebaseerd zijn: een film, een boek, een persoon, een toneelstuk, een traditie, noem maar op.' Haar afdeling is een jaar geleden opgericht, 'zoals er ook in andere grote bedrijven een afdeling research & development bestaat'. Er zijn nu zo'n vijftien projecten in ontwikkeling, aldus Bürger-Bruijs, waaronder typisch lokale, zoals een musical op basis van de hits van Udo Jürgens voor de Duitse markt, en grotere, als een door het Abba-duo Björn Ulvaeus en Benny Andersson geschreven musical over Zweedse landverhuizers die nu in Amerika via workshops wordt ontwikkeld voor internationaal gebruik. Ook noemt ze een parodistisch idee ('een beetje Monty Python-achtige humor') dat in opdracht van Stage door een team jonge Duitsers wordt uitgewerkt. 'Joop zei: als we een groot succes kunnen boeken met Duitse humor, dan zijn we wel ver gekomen!'

Zelf is Van den Ende nauw bij haar activiteiten betrokken. Dezer dagen herstelt hij thuis van hartproblemen, maar al een jaar geleden verkondigde hij veel meer tijd te willen besteden aan de ontwikkeling van scripts voor nieuwe musicals - en veel minder aan de productionele details die hij tot dusver maar moeilijk kon loslaten. Of, zoals zijn voormalige rechterhand Robin de Levita, nu zelfstandig producent, het lachend formuleert: 'Joop kan tegenwoordig heel goed delegeren. Maar dan roept-ie na afloop wel dat-ie niet tevreden is.'

'Joop is de ziel van het bedrijf', vult Maik Klokow aan. 'Ik heb trouwens dezelfde attitude als hij: in het theater ben jij de gastheer. Ik ga óók altijd kijken hoe de toiletten erbij staan.'

Intussen maakt Bart van Schriek, vice-voorzitter van de raad van bestuur, graag korte metten met de mythe dat het bedrijf zijn expansie vooral te danken zou hebben aan het feit dat de oprichter-eigenaar een vrijgevige miljardair is. 'Stage Entertainment heeft vanaf het begin winst gemaakt', verklaart hij. 'En die winst blijft in het bedrijf, daarmee financieren we de expansie.'

Hij wil nog iets rechtzetten: 'Voor een buitenstaander lijkt het misschien alsof we in het wilde weg bezig zijn theaters te verwerven, maar we hebben niet zomaar een blinde drive om te groeien. Die groei is structureel gerelateerd aan de witte plekken die we op de Europese kaart zien. We kijken natuurlijk ook naar de ontwikkelingen in het Verre Oosten, maar Europa is onze eerste prioriteit. Eerst willen we hier marktleider worden en daarna zien we wel verder.'

    • Henk van Gelder