Een topcoach in de contramine

El Traductor, werd de Portugees José Mourinho genoemd bij FC Barcelona.

Nu wil hij met Chelsea na twee landstitels ook de Champions League winnen.

Chelsea's manager Jose Mourinho throws his jacket into the crowd after winning the English Premier League and their soccer match against Manchester United at Stamford Bridge in London, April 29, 2006. NO ONLINE/INTERNET USE WITHOUT A LICENCE FROM THE FOOTBALL DATA CO LTD. FOR LICENCES ENQUIRIES PLEASE TELEPHONE +44 207 298 1656. REUTERS/Eddie Keogh REUTERS

Een beetje zuur kijkend stond José Mourinho zaterdagmiddag de journalisten van de BBC te woord. Zijn team Chelsea had net met gemak Manchester United met 3-0 verslagen, goed voor een tweede Engelse landstitel op rij. Maar toch oogde de Portugese voetbalcoach niet helemaal happy. 'Ik heb er inderdaad niet ten volle van genoten. Ik zou blijer moeten zijn', bekende Mourinho. Wat hem dan dwars zit? Dat hij en zijn team onvoldoende erkenning krijgen voor de geleverde prestaties. Niet één keer dit seizoen werd hij Coach van de Maand, klaagde Mourinho achteraf, en daarom dacht hij zelfs aan opstappen. 'Terwijl we toch een fantastisch seizoen hebben neergezet. Met een schitterend resultaat.'

Even daarvoor had hij zowel zijn jasje als twee medailles in de tribunes van Stamford Bridge gegooid, als beloning voor de trouwe aanhang. Want die medaille zag er net zo uit als die van vorig seizoen, dus daar had hij niet écht veel aan.

Het was José Mourinho ten voeten uit. Altijd een beetje de contramine opzoekend. Melancholie na het behalen van zijn vierde landstitel op rij, twee met FC Porto, twee met Chelsea. Een felbegeerde trofee het publiek inkeilen. Bewust de confrontatie zoekend met collega's. Zoals hij ook euforisch kan zijn over het spel van zijn team na een wat fletse prestatie. Of zomaar antwoord geeft op een vraag die nooit is gesteld.

De hele Britse pers roemt Chelsea als een terechte kampioen. Op de titel valt niets af te dingen, zei Match of the Day-analist Alan Hansen, normaal nogal spaarzaam met complimenten. 'Dit is een groots team met een grote trainer.' Ja, erkende Hansen in het BBC-programma, uiteraard is het handig dat de Russische miljardair en clubeigenaar Roman Abramovitsj de beste spelers ter wereld overal kan wegplukken. 'Maar je moet er wel een team van maken.'

En dat heeft Mourinho gedaan, daar zijn vriend en vijand het over eens. Chelsea is geen losse verzameling vedetten, zoals Real Madrid, maar een hecht blok, leunend op een stevige defensie, counterend als het kan, dominerend als het moet. Die prestatie is des te opmerkelijker, omdat de 43-jarige Portugees amper zes jaar hoofdtrainer is.

Toch was hij al van jongs af aan bezeten van voetbal. Zijn vader was doelman Félix Mourinho, dus voetbal was thuis hét gespreksonderwerp, maar José had te weinig talent voor een carrière als prof. Hij raakte niet verder dan amateurvoetbal.

Toen zijn vader coach werd, hield de kleine José al de oefenschema's, wedstrijdverslagen van tegenstanders en dossiers bij in allerlei boekjes. In zijn vorig jaar verschenen biografie beschrijft hij het kerstdiner dat de familie at toen hij negen was. Zijn vader kreeg tijdens dat diner een telefoontje van de voorzitter: hij was ontslagen wegens slechte resultaten. De kleine José zwoer toen en daar dat hij ooit wél een toptrainer zou worden.

Dat pad liep via kleine clubjes, zoals Estrela da Amadora en Vitória de Setúbal, zonder al te groot succes. Dat kwam er pas toen de leraar lichamelijke opvoeding verhuisde naar Sporting Portugal. Niet eens als trainer of hulptrainer, wel als vertaler voor Sir Bobby Robson, die hij ook volgde naar FC Barcelona. Ook Louis van Gaal zou hij in Catalonië bijstaan als tolk. Daar zou Mourinho de eeuwige bijnaam El Traductor aan overhouden, een typering waar hij een hartgrondige hekel aan heeft. Mourinho wil niet als vertaler door het leven gaan, wel als topcoach.

Want zelfs in zijn rol als vertaler had Mourinho allerminst gebrek aan zelfvertrouwen. En aan werkkracht en leergierigheid. Hij stal met zijn ogen, zoog de wijsheden van Robson en Van Gaal in zich op en kreeg het Barcelona-bestuur zover dat hij het B-elftal mocht leiden. In 2000 kreeg hij eindelijk zijn grote kans, bij Benfica Lissabon. Maar na negen speelrondes zat Mourinho's eerste baan als hoofdcoach er alweer op, een bestuurswissel werd hem fataal.

Bij het bescheiden União de Leiria mocht hij het ongelijk van Benfica bewijzen. Mourinho stuwde de grijze muis naar de vierde plek in de competitie, genoeg om de aandacht van FC Porto te trekken. In januari 2002 nam hij een gedesillusioneerd team over, al vroeg uitgeschakeld in de titelrace. Twee en een half jaar later verliet hij Porto met twee titels, een beker, een SuperCup, een UEFA Cup en, wat niemand voor mogelijk had gehouden bij zijn aantreden, een eindzege in de Champions League, na 3-0 winst tegen Monaco. Mourinho had met het kleine Porto onderweg teams uit grote voetballanden uitgeschakeld, zoals Olympique Lyon, Manchester United en Deportivo La Coruña. Slechts één wedstrijd in de campagne ging verloren, tegen Real Madrid.

De topclubs stonden in de rij voor de welbespraakte Portugees, de centen van Chelsea gaven de doorslag. Al meteen op zijn eerste persconferentie bevestigde Mourinho zijn reputatie door zichzelf te omschrijven als 'the special one'. Maar de speciale hield wel woord: Chelsea won in zijn debuutseizoen na vijftig jaar eindelijk weer een titel, en knoopte er dit seizoen een derde aan vast. Chelsea verloor onder Mourinho thuis nog geen enkele competitiewedstrijd.

Mourinho botste onderweg verbaal met collega's als Rafael Benitez van Liverpool, Arsène Wenger van Arsenal en Frank Rijkaard van Barcelona. Hij kreeg boetes van de UEFA omdat hij scheidsrechter Anders Frisk beledigde, en een boete van de Engelse bond omdat hij Arsenal-speler Ashley Cole probeerde los te weken. Maar zijn spelers dragen hem op handen, roemen hem om zijn vakmanschap en zijn kwaliteit om potentiële conflicten snel weg te werken.

Met een jaarsalaris van 7,7 miljoen euro en een vermogen van ruim 30 miljoen euro is hij ondertussen de rijkste en bestbetaalde coach in Groot-Brittannië. Maar dat is voor de ijdele Portugees onvoldoende. Hij wil dat dit het decennium van Chelsea wordt, het Engelse én Europese voetbal domineren en opnieuw de Champions League winnen. Dat is de opdracht die Abramovitsj en algemeen directeur Peter Kenyon hem hebben opgedragen. Liever volgend jaar dan in 2008. En het liefst meerdere keren.

En daarom baalde Mourinho zaterdag. Omdat zijn team straks niet de Champions League zal winnen, na de uitschakeling in de achtste finales door Barcelona. Want alleen als Chelsea de belangrijkste Europese clubtrofee wint, kan er echt sprake zijn van een 'blauw tijdperk'. En zal de vertaler zich met trots een topcoach kunnen noemen.

    • Dirk Vandenberghe