Een jihadistische video is geen jihad

Recente islamitische terreuraanslagen laten zien dat regie en samenhang ontbreken, betoogt Fareed Zakaria. De steun is kleiner dan gedacht.

Stel je voor dat een paar maanden na 9/11 iemand tegen je had gezegd: 'Over vijf jaar zal binnen één week Osama bin Laden een nieuwe oproep doen tot een wereldwijde jihad, zal het hoofd van Al-Qaeda in Irak dreigen met een meedogenloze, eindeloze oorlog, en zullen in Egypte twee terreuraanslagen plaatsvinden.' Je was je waarschijnlijk doodgeschrokken. Maar het opvallendste aan het nieuws van de afgelopen week was de reactie erop - die vrijwel uitbleef.

De radicale islamitische terroristen hebben op grootscheepse, gewelddadige en angstaanjagende wijze van zich laten horen, en het antwoord van de wereld - te oordelen naar de berichtgeving in de media, de beurskoersen en de internationale reacties - was een geeuw.

Het hoofdkwartier van Al-Qaeda - daarmee bedoel ik het slinkende groepje makkers aan de Afghaans-Pakistaanse grens - lijkt een communicatiebedrijf te zijn geworden. Het weet af en toe een jihadistische video te produceren, maar geen echte jihad. Ik weet hoe riskant het is om dit te zeggen, want misschien werken de leiders van Al-Qaeda in stilte aan een briljante, reusachtige aanslag. Maar dat zij nu al vijf jaar lang niet één van hun typerende grote aanslagen hebben kunnen uitvoeren, zegt veel.

Daar komt bij dat Bin Ladens jongste oproepen een heel ander karakter hebben gekregen. Vroeger waren zijn boodschappen lyrisch, scherp en heel slim. Ze bewogen zich op een hoog niveau en onthulden zelden iets over de operaties van Al-Qaeda. De inlichtingendiensten moesten speuren naar kleine aanwijzingen die konden onthullen waar Al-Qaeda de volgende keer zou toeslaan. Bin Ladens jongste oproep - een allegaartje van argumentatie en details - doet nogal onsamenhangend aan. Hij heeft zijn gescheld op de 'zionistische kruisvaarders' uitgebreid naar de Verenigde Naties en China. Dat laatste land veroordeelt hij omdat het 'de boeddhisten en heidenen van de wereld vertegenwoordigt'.

Net als Hitler, die na Pearl Harbor de oorlog verklaarde aan de Verenigde Staten, vergroot Bin Laden hiermee zijn toch al geduchte menigte vijanden; China was de enige grote mogendheid van de wereld die zich nog niet druk maakte over hem. (En van zijn omschrijving van de Verenigde Naties als een 'werktuig van de zionistische kruisvaarders' zullen de meeste Israëliërs wel opkijken.) Daarnaast doet Bin Laden een paar klaaglijke oproepen tot de moslims om in opstand te komen en de 'kruisvaarders' in westelijk Soedan aan te vallen. Dit is een teken van radeloosheid, want er zijn geen 'kruisvaarders' in Soedan; de troepen daar zijn vredeshandhavers van de Afrikaanse Unie. Interessanter nog is dat de slachtoffers in Darfur moslims zijn. Het lijkt erop dat Bin Ladens eigenlijke doel is de Soedanese regering - die hem ooit onderdak heeft geboden - te steunen in haar meedogenloze uitroeiing van de stammen die zich tegen haar keren. Wat heeft dat met de islam te maken? Het meest onthullend is wel dat Bin Laden zich tot zijn parochie richt met een verzoek om hulp uit het buitenland aan de aanhangers van Al-Qaeda in Waziristan die door de aanvallen van het Pakistaanse leger dakloos zijn geworden. Dat is een aanwijzing dat hij en zijn vrienden het moeilijk hebben. Als je de gebruikelijke gebakken lucht wegdenkt, is deze boodschap van Bin Laden een teken van een ernstig verzwakte figuur.

Men is het er thans algemeen over eens dat het hoofdkwartier van Al-Qaeda niet veel meer te maken heeft met de terroristische aanslagen - zelfs de bloedigste, in Madrid, de Sinaï en Londen - van de afgelopen drie jaar. Deze lijken het werk van kleinere, lokale groepen, die zich veelal wel door Al-Qaeda laten inspireren, maar er niet door worden geleid. Het gevolg van deze decentralisatie is wel dat het de aanslagen ontbreekt aan coherentie en strategische zin. Het hoofdkwartier van Al-Qaeda zou grote symbolische doelen - zoals het World Trade Center - of overheidsdoelen - ambassades, schepen - aanvallen, maar kleinere groepen doen wat ze kunnen; zij plegen aanslagen op cafés, hotels en stations, waarbij slachtoffers onder de plaatselijke burgerbevolking vallen, wat de woede van het publiek wekt. Na een tijdje doen de aanslagen ook minder catastrofaal aan. Men beseft dat het leven doorgaat. In Egypte trok de beurs zich van de aanslagen van vorige week niets aan; de hotels in de Sinaï - waar de bommen waren ontploft - meldden een klein aantal afzeggingen, en de verontwaardiging van het publiek over de terroristische groepen leek te groeien.

Het volgende product van de afdeling communicatie was het optreden van Abu Mussab al-Zarqawi, die voor het eerst zijn gezicht liet zien. Waarom Zarqawi dat deed is nog niet helemaal duidelijk, maar het was vrijwel zeker een poging om te laten zien dat hij nog meetelt. De toestand in Irak is bloedig en gevaarlijk, maar het zou kunnen dat hij zijn greep erop begint te verliezen. De shi'ieten, de sunnieten en de Koerden doen, zowel ter plaatse als aan de overlegtafel, hun best om een manier te vinden om samen te leven. Ongeacht de uitkomst van hun overleg over de deling van de macht lijken de jihad-oproepen van Zarqawi niet ter zake, en lijken ze nog maar een slinkende groep Irakezen aan te spreken.

Het wereldwijde islamitische terrorisme vormt een reëel gevaar, maar het is het werk van kleine, verspreide groepen die hun haat uitbraken. Het heeft in de islamitische wereld veel minder steun dan men denkt. Er is in die wereld veel dat ons grote zorgen moet baren - repressieve regimes, reactionaire maatschappelijke opvattingen, ondemocratische politieke partijen en stompzinnig en venijnig anti-Amerikanisme. Maar dat is allemaal niet hetzelfde als steun aan een jihad of een Talibaanachtige islamitische staat. En die laatste zaken - terreur en theocratie - zijn de fundamentele doelstellingen van Al-Qaeda. Alles wijst erop dat zij geen aanhangers winnen.

Het is in het Westen, en met name in de Verenigde Staten, gebruikelijk om de vijand tot bovenmenselijke proporties op te blazen, denk maar aan de Sovjet-Unie en Saddam Hussein. Maar in plaats van dat ook met Al-Qaeda te doen, kunnen wij beter bedenken dat Osama bin Laden vorige week op een bandje vol ruis heeft gevraagd om wat geld om een paar hutten te bouwen in Waziristan.

© Newsweek

Fareed Zakaria is columnist van Newsweek.

    • Fareed Zakaria