Altijd maar de oorlog

Begin mei worden elk jaar tientallen uren tv besteed aan de Tweede Wereldoorlog.

Omroepen vinden dat belangrijk, ook zestig jaar na dato.

Ruim 80 procent van de Nederlanders denkt dat de jodenvervolging de oorzaak was van de Tweede Wereldoorlog, zo bleek vorige week uit een onderzoek van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Gelukkig programmeren de diverse omroepen in de eerste week van mei zoals altijd weer tientallen uren films en documentaires over de oorlog - voor degenen die hun kennis willen bijspijkeren.

Ook nieuwkomer Talpa, dat dit jaar zijn eerste Dodenherdenking en Bevrijdingsdag meemaakt, doet mee aan deze traditie, zegt woordvoerder Maarten van Rooijen. 'De dagen 4 en 5 mei zijn in onze geschiedenis dermate belangrijk dat het voor ons vanzelfsprekend is dat we aandacht besteden aan de Tweede Wereldoorlog. Ook als blijkt dat er weinig mensen naar onze films hebben gekeken, zullen we volgend jaar gewoon weer iets rondom dit onderwerp uitzenden.'

De eerste week van mei kent zo zijn klassiekers: Soldaat van Oranje en Schindler's List staan bijvoorbeeld ieder jaar op het menu. In 2005 trok de eerste film op 5 mei 491.000 kijkers van zes jaar en ouder, meldt de Stichting Kijkonderzoek. De film van Steven Spielberg haalde een dag eerder 544.000 kijkers. Ter vergelijking: de populairste programma's waren op die dagen de verslagen van de voetbalwedstrijden AZ-Sporting Lissabon en PSV-AC Milan, met beide ruim meer dan drie miljoen kijkers.

Voetbal wordt er dit jaar niet uitgezonden, maar toch is het ook deze week onwaarschijnlijk dat de films en documentaires over de Tweede Wereldoorlog enorme kijkcijfers halen. Al was het maar omdat er zo veel van worden uitgezonden dat de kijkers die in het onderwerp geïnteresseerd zijn over alle netten verspreid raken.

De commerciële omroepen programmeren over het algemeen bekende films, terwijl de publieken kiezen voor een meer educatieve aanpak. De Evangelische Omroep zendt zelfs niets anders uit dan documentaires. Vorige week al werd een film vertoond waarin Duitse en Nederlandse SS'ers - sommigen met spijt, anderen vol trots - vertelden over hun belevenissen tijdens de oorlog. De keuze voor non-fictie ligt voor de EO voor de hand, zegt woordvoerder Martin van Oosten. 'We hebben veel expertise opgebouwd op het gebied van oorlogsdocumentaires. Daarbij willen we de oorlogsgeschiedenis 'omzetten' in persoonlijke verhalen. We vinden het belangrijk dat het niet alleen om de feiten gaat, maar vooral om de motieven van mensen die de oorlog hebben meegemaakt.'

Meer dan zestig jaar na dato laat de tijd zijn sporen na: de ooggetuigen worden schaars. Van Oosten: 'Nu is er nog de mogelijkheid om de laatste generatie die de oorlog bewust heeft meegemaakt te spreken en hun verhalen op te tekenen.'

Een lijst van alle programma's over de oorlog die worden uitgezonden staat op www.nrc.nl/media