Weblogs van de doden

death1.jpgMartijn Agteres merkt op dat de veelzijdige, maar dode kastelein Rien van Drunen volgens zijn website nog altijd valt te boeken: ‘Het repertoire van Rien bestaat uit gezellige Nederlands en Engelstalige muziek zo als Frans Bauer, Andre Hazes, Wolter Kroes en vele anderen maar ook voor een rustiger repertoire is hij natuurlijk in zetbaar.’

Rien concentreert zich tegenwoordig op het rustiger repertoire, inderdaad, maar zoiets brengt me op gedachten. Toevallig las ik onlangs dit stuk van de New York Times (met registratie) De auteur wijst erop dat alleen MySpace nu al 74 miljoen gebruikers telt. 

‘Inevitably, some of these young people have died and, as a result, many of their personal Web pages have suddenly morphed from lighthearted daily dairies about bands or last night’s parties into online shrines where grief is shared in real time.’

Maar wat gebeurt er daarna met die weblogs en websites? Ik denk dat veel, zo niet de meeste nabestaanden ze graag willen conserveren, al dan niet met digitale grafsteen of condoleanceregister.  Deze site verzamelt al websites van doden. Cybergrafschenders zijn een probleem.

Persoonlijk voel ik respect voor digitale doden. Neem de site de Tevreden Roker van Theo van Gogh, die ik graag las. Laatste post: ‘De bittere tranen van Maria Goos’. Daarna stilte. Iets weerhoudt mij ervan deze dode website uit mijn lijst favorieten te schrappen. Soms klik ik hem nog eens aan,  een soort kerkhofbezoek. Hoeveel andere mensen doen dat? Death is not the end.

Punt: als dode weblogs voortleven, zal de blogsfeer op een dag  meer doden dan levenden tellen. Dan winnen de zombies, dat komt de levendigheid van het debat niet ten goede. Is het niet tijd voor een wereldwijde virtuele dodenakker? Met keurige rijen dode sites en blogs, op te zoeken op naam, nationaliteit, geboorte- en sterfdata, plaats, beroepsgroep, persoonlijke voorkeuren? Met uitvaartdeskundigen die dode weblogs met cybergrafstenen bekronen? En, bij extra betaling, een fraaie plaats vlak naast de ingang?

 Of bestaat zoiets al, los van eulogiesites en condoleanceregisters? Zo niet, dan claim ik hierbij het intellectuele eigendom van de virtuele dodenakker. Sue me.

(Zie nu dat Marie-José het NYT-stuk ook las.)

    • Coen van Zwol