Wolfgang Unzicker, 1925-2006

Hans Ree gedenkt de man die lange tijd de beste schaker van Duitsland was

Tijdens de Olympiade van 1954 in Amsterdam gebeurde er iets onvoorstelbaars. Botwinnik, de wereldkampioen die er de wind zo onder had dat tegenstanders soms al de moed opgaven als hij in zijn bijna kalligrafisch handschrift zijn eerste zet noteerde, deze Michail de Geweldige stond al na 20 zetten glad verloren tegen de Duitse kampioen Wolfgang Unzicker.

Volgens het ooggetuigeverslag van mr. E. Straat vormden de toeschouwers bij de wedstrijd tussen de Bondsrepubliek en de Sovjet-Unie een piramide van elkaar steunende lichamen. Heel Duitsland liet zich ieder kwartier via de telex schaaktechnisch op de hoogte houden. Unzicker miste een paar keer de snelste weg naar de winst, maar bij het afbreken had hij nog steeds een gewonnen toreneindspel.

Desnoods zou hij de hele nacht analyseren om de winst veilig te stellen, zei Unzicker. De volgende dag bleek de nachtelijke analyse van Botwinnik toch beter te zijn geweest. Na Unzickers verkeerde 61ste zet ontspande Botwinnik zich, voor het eerst stond hij op en glimlachend liep hij in de richting van de Russische secondanten Flohr en Bondarevski. Unzicker zou twee pionnen voor komen, maar Botwinnik wist al dat het remise moest worden.

Het was de meest dramatische partij van de Amsterdamse Olympiade en voor Unzicker was het de grootste teleurstelling van zijn schaakloopbaan. Zeven jaar later zou hij overigens wel een partij van Botwinnik winnen.

Unzicker was lange tijd, tot de opkomst van Robert Hübner, de sterkste Duitse schaker. De wereldkampioen van de amateurs is hij wel eens genoemd. Er waren niet veel amateurs in het topschaak. Een statisticus heeft uitgerekend dat Unzicker in zijn beste tijd nummer 14 van de wereld was.

Als beroepsschaker was hij hoger gekomen, maar hij taalde er niet naar om zijn baan als rechter in Beieren op te geven. Bovendien dacht hij dat hij toch nooit het niveau van de wereldkampioenen zou bereiken.

Wereldkampioenen verslaan deed hij wel, tot Fischer toe, al kwam het in het laatste geval doordat Fischer achteloos een pion in zijn hand had genomen waarmee hij helemaal niet had willen spelen. Unzicker was vol lof over de sportiviteit van Fischer, die zonder morren de pionzet deed die zijn stelling fataal verzwakte: 'Als hij met een ander stuk had gespeeld was het niet bij me opgekomen om te protesteren.' Unzicker zelf was ook altijd van onberispelijk gedrag.

Zijn beste toernooioverwinning was in Sotsji in 1965, samen met Boris Spasski, en een bijzonder resultaat behaalde hij ook in het tweede Piatigorsky toernooi van Santa Monica 1966, waar hij achter Spasski, Fischer en Larsen vierde werd, samen met Portisch, maar boven mensen als Petrosian, Reshevsky en Najdorf.

Hij was een aimabel mens en een rijke bron van anekdotes, als het moest in vlekkeloos Russisch. Tachtig jaar oud speelde hij nog steeds met volle inzet in de Duitse competitie aan het eerste bord van zijn club Tarrasch München en hij leek nog vele vitale jaren voor zich te hebben, maar op 20 april stierf Unzicker tijdens een vakantie in Portugal door een hartstilstand.

Unzicker - Keres, Aljechin Memorial, Moskou 1956

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0-0 Le7 6. Te1 b5 7. Lb3 d6 8. c3 0-0 9. h3 Pa5 10. Lc2 c5 11. d4 Dc7 12. Pbd2 Deze stelling heeft Unzicker als witspeler misschien wel honderd keer op het bord gehad en hij was dan ook zeer bedreven in de klassieke Spaanse marteling. 12...cxd4 13. cxd4 Pc6 14. Pb3 Lb7 15. Lg5 h6 16. Lh4 Pb4 17. Lb1 Tac8 18. Te2 Ph5 19. a3 Pc6 20. d5 Pb8 21. Tc2 Dd8 22. Pa5 Wit schept complicaties en Keres reageert niet geheel adequaat. 22...Txc2 De beste verdediging was 22...Lxh4 23. Pxb7 Lxf2+ 24. Txf2 Db6 25. Pxd6 Dxd6, waarna wit slechts weinig beter zou staan. 23. Pxb7 Dc7 24. Dxc2 Dxb7 25. Lxe7 Tc8 Na meteen 25...Dxe7 zou wit de c-lijn in handen houden en zwart zou het daardoor zeer zwaar krijgen.

Als wit nu met zijn dame wijkt zijn zwarts zorgen voorbij, maar wit heeft veel sterker. 26. Lxd6 Txc2 27. Lxc2 f6 Materieel staat het na wits dameoffer ongeveer gelijk, maar zijn vrije d-pion is een troef waar zwart op den duur geen verweer tegen heeft. 28. Lb3 Pf4 29. Td1 Pd7 30. Td2 Pb6 31. Lc7 Pc4 32. d6 Pe6 33. La5 Pc5 34. Lb4 Pd7 Na 34...Pxb3 wint wit met 35. d7 35. Tc2 a5 Ook na 35...Dxe4 36. Pd2 of 35...Kh7 36. Lxc4 bxc4 37. Pd2 zou wit beslissend voordeel hebben. 36. Lxa5 Dxe4 37. Pd2 Dd3 Dit is een blunder die een stuk kost, maar ook met andere zetten zou zwart het op den duur niet redden. 38. Txc4 Kh7 39. Lc2 Zwart gaf op.

    • Hans Ree