'Want het leven is niets'

Als kind hield schrijver Mark Boog (1970) alleen van lezen en voetballen. Op de middelbare school kwam daar geen verandering in, vertelde hij eerder deze week. Van school was hem weinig bijgebleven, met één uitzondering, de regel: 'De bus rijdt als een kamer door de nacht.'

Sinds het lezen van die regel - het begin van het gedicht Afsluitdijk van Vasalis - had hij een vermoeden wat poëzie kon zijn, en keek hij met andere ogen naar bussen. 'Zeker naar bussen in de nacht.' Hij werd er geen Vasalis-aanhanger van. Pas later kwam er een dichter die hem 'overrompelde'. Op vakantie in Portugal hoorde hij van de nationale dichter Pessoa. Terug in Nederland deed hij maanden niets anders dan diens werk lezen. In het gedicht Niets uit zijn gisteren onderscheiden De encyclopedie van de grote woorden citeert hij een Pessoa-regel: 'Geef mij nog wat wijn, want het leven is niets.'

Uit die zin spreekt een laconieke afgrondelijkheid. Wat hem in Vasalis en Pessoa aansprak, vertelde Boog niet, maar wat hem drijft valt op te maken uit zijn werk dat vier dichtbundels en drie romans omvat. In zijn debuutroman De vuistslag (2001) redeneert het slachtoffer van die slag, gelegen in een ziekenhuisbed, zich steeds meer in de positie van dader en geweldenaar. Boog durft te experimenteren, maar laat de lezer niet verdwalen. Hij schrijft met een combinatie van onthechting en toewijding, en een precies gevoel voor lenige zinnen, ook in poëzie.

Op het podium oogt hij, met zijn rugby-postuur, als een verdwaalde goede lobbes, maar hij heeft wel zijn eigen poëzieshow opgezet, met band, danseressen en video. Die show zal tegengif zijn voor de weinig vrolijke wereld waar Boog zich in beweegt. 'De dag beweegt zich ten einde, om mij te verlossen', dichtte hij in zijn tweede bundel. In een interview met deze krant zei hij: 'Bij Pessoa zie je personen die uit alle macht proberen de wereld onder controle te houden, gedichten die bedoeld zijn als een bezwering van de paniek, een poging om het eronder te houden. Een dergelijk effect zocht ik ook. (...) Ik herken er ook wel iets in. Van een grote, drukke winkel kan ik heel onrustig worden.'