'Voor ons eindigde de oorlog in de jaren negentig'

Sandra Kalniete, geboren in een Siberisch verbanningsoord, was voorbestemd tot een leven van dwangarbeid. Nu wordt ze misschien presidente van Letland. Deze week is de Nederlandse vertaling van haar familiegeschiedenis verschenen. Een gesprek over de overeenkomst tussen de holocaust en het communisme.

De Letse politica Sandra Kalniete met naast haar het speelgoedbeertje dat haar moeder in Siberië maakte Foto Stéphane Alonso Alonso, Stéphane

Sandra Kalniete had in Riga geboren kunnen zijn. Hier had ze als klein meisje kunnen rondrennen, op de pleinen van de Letse hoofdstad, tussen de imposante kerken en Jugendstilhuizen door, wild zwaaiend naar trolleybussen.

Maar het werd het verbanningsoord Togoer, ruim tweeduizend kilometer verderop, een door God vergeten gehucht in Siberië. Met modderige straten, één houten stoep en hutjes van koeiendrek en mos. Daar reden geen trolleybussen - er reed helemaal niets - en daar werd ze geboren, op 22 december 1952.

Dat Sandra Kalniete ambassadeur en minister zou worden, was voor haar ouders, Ligita en Aivars Kalniete, destijds ondenkbaar. In 1952 bestond Letland niet meer. Het land aan de Oostzee was verpletterd door de sovjetlaars. Twee keer zelfs: in 1940 en, na een Duits intermezzo, in 1944 opnieuw. Ligita en Aivars waren veroordeeld tot levenslange verbanning. Ze zaten vast achter bergen en rivieren. Hun dochter was voorbestemd om slaaf te worden. Toen ze werd geboren zei de sovjet-commandant tegen haar vader: 'Aivars Aleksandrovitsj, voortaan moet je je op de 15e en 30e van de maand samen met je dochter melden. Zodat we er zeker van kunnen zijn dat ze haar verbanningsoord niet heeft verlaten'.

Dit is een van de vele bizarre anekdotes uit Op dansschoenen in de Siberische sneeuw, het boek dat Kalniete in 2001 schreef over de ontberingen van haar ouders in de Goelag, een bestseller die in zeven talen is vertaald en waarvan deze week de Nederlandse vertaling is verschenen. Die dansschoenen waren van haar moeder. In die muiltjes, bedoeld voor haar eerste schoolbal, werd Ligita gedeporteerd, in 1941. Het zou lang haar enige schoeisel zijn.

Kalniete schreef het boek in Frankrijk, waar ze tussen 1997 en 2002 ambassadeur was. 'Ik was helemaal gefrustreerd', zegt ze tijdens een gesprek in haar appartement in Riga. 'Ik besefte dat Letland niet meer bestond op de mentale kaart van de Fransen en, meer in het algemeen, van de Europeanen. Ik wilde niet alleen de geschiedenis van mijn familie vertellen, maar ook die van Letland en in feite die van Oost-Europa.'

De kennis over de Letse geschiedenis beperkt zich doorgaans tot twee gebeurtenissen: de Letse rol in de holocaust en de toetreding van duizenden Letten tot het Duitse leger. En juist deze twee gebeurtenissen zijn zeer gekleurd door propaganda. Hitler wilde iedereen graag doen geloven dat de Letten zich hadden overgegeven aan spontane jodenhaat. Stalin bestempelde de Letten als fascisten, die geen genade verdienden. En geen genade kregen, ook later niet in West-Europa.

Kalnietes grootvader Aleksandrs wist net als duizenden andere Letten in 1944, toen de sovjettroepen naar Berlijn oprukten, niet te ontkomen aan de gedwongen mobilisatie door het Duitse leger. De 'fascist' en zijn gezin waren daarna een makkelijke prooi voor de Goelag-wolven. Kalnietes andere grootvader behoorde tot de middenklasse en was daarom een 'volksvijand'. Beide grootvaders stierven in Siberië, evenals een grootmoeder.

De ouders van Sandra Kalniete, Ligita en Aivars, waren minderjarige kinderen toen ze op de trein werden gezet. Haar moeder zou zestien jaar in ballingschap leven, haar vader acht. In 1957, vier jaar na de dood van Stalin, kreeg het gezin toestemming om terug te keren naar Letland. Sandra Kalniete was toen bijna vijf jaar oud.

De Nederlandse uitgave van haar boek heeft voor Kalniete een extra emotionele lading. Het is de eerste editie die haar moeder Ligita niet levend meemaakt. 'Ze is op 4 maart overleden', zegt Kalniete, terwijl in haar ogen tranen opwellen. 'In deze editie staat voor het eerst een sterfjaar achter haar naam.' Met haar vader, haar belangrijkste adviseur, belt ze elke dag. 'Hij weet hoe belangrijk hij voor mij is. Dat geeft hem kracht.'

Kalniete maakt zich sterk voor een evenwichtige Europese geschiedschrijving, met meer aandacht voor het leed dat het communisme Oost-Europa heeft aangedaan. Dat dit een hachelijke onderneming is bleek in 2004 toen ze tijdens de Buchmesse in Leipzig een vergelijking trok tussen het nazisme en het communisme. Ze kreeg een stortvloed van kritiek over zich heen. Kalniete werd in de Duitse media uitgemaakt voor een Letse nationalist, die de holocaust op één lijn durfde te zetten met Stalins massadeportaties en daarmee de massamoord op de joden en de Letse rol daarin relativeerde.

Die rel heeft mogelijk ook een rol gespeeld bij haar zeer kortstondige carrière als eurocommissaris, van mei tot november 2004. Kalniete, die daarvoor minister van Buitenlandse Zaken was, vermoedt dat ook vanuit Rusland tegen de verlenging van haar commissariaat is gelobbyd. Haar boek heeft kwaad bloed gezet in het Kremlin, waar men nog steeds niet zit te wachten op zielige verhalen uit de Goelag.

Kalniete is nu - na haar diplomatieke carrière als ambassadeur en minister van buitenlandse zaken - terug op het nationale politieke toneel, waar ze campagne voert voor de parlementsverkiezingen in oktober, namens de rechts-conservatieve partij Nieuw Tijdperk. Ze wordt geregeld getipt als de volgende president van Letland. Zelf houdt ze zich daarover op de vlakte.

U schrijft in uw boek dat we te weinig weten over Oost-Europa. Hebt u het gevoel dat dit verandert?

'Ja. Nu we lid zijn van de Europese Unie is het makkelijker geworden om onze stem te verheffen over onze geschiedenis. In Europa heeft sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog altijd maar één kwaad bestaan: het nazisme. Dat heeft zich vastgezet in het publieke bewustzijn. En het is nu heel moeilijk om uit leggen dat er nog een ander kwaad was: het communisme. Het gaat niet om een wedstrijdje wie erger was. Maar er kan alleen maar sprake zijn van een echte hereniging van Europa als er meer begrip komt voor het historische lot van Oost-Europa, inclusief de Baltische landen. Dat is iets waar hard aan gewerkt moet worden. Het is erg verleidelijk om Letten af te doen als fascisten en Polen als antisemieten. Dat is weliswaar duidelijk, maar het doet onrecht aan de waarheid.'

U was ambassadeur in Frankrijk en juist daar is in linkse kringen altijd grote bewondering geweest voor de Sovjet-Unie. Was dat niet moeilijk?

'Toen ik ambassadeur was, was dit aan het veranderen. En dat terwijl de socialisten een meerderheid in de nationale assemblee hadden. Maar inderdaad, het idee om mijn boek te schrijven werd in Frankrijk geboren. Ik heb het ook helemaal daar geschreven. Op 23 augustus 2001 was het af. Die datum staat onderaan het manuscript. Later besefte ik dat dit ook de datum is van het Molotov-Ribbentrop pact tussen Hitler en Stalin uit 1939 waarin Oost-Europa werd verdeeld. Maar daar moet geen geheime boodschap achter worden gezocht. Het was geheel toevallig.'

Heel erg toevallig

'Ja, ik weet het, het klinkt ongelooflijk.'

Denkt u écht dat de belangstelling voor Oost-Europa groeit? De Europeanen lijken eerder hun buik vol te hebben van Oost-Europeanen.

'In het algemeen is het zo dat de mens vooral met zichzelf bezig is. Ik zie dat niet als iets nieuws. Zo was het ook voor de oorlog. De mensen waren zozeer met zichzelf bezig dat ze het fascisme niet of te laat zagen aankomen.

'Europa heeft lessen geleerd. Maar de mensen die deze lessen hebben geleerd zijn verdwenen of staan op het punt om te verdwijnen. Het probleem is dat West- en Oost-Europa een hele verschillende kijk op de geschiedenis hebben. Voor West-Europa eindigde de oorlog in 1945. Voor ons pas in de jaren negentig, met de verdwijning van het IJzeren Gordijn en de hernieuwde aansluiting bij de rest van Europa. In Oost-Europa hebben we instinctief nog steeds een gevoel van gevaar: we zijn ons bewust van het wezenlijke belang van veiligheid. Veiligheid gaat boven alles, boven geld of banen. Het in stand houden van veiligheid vereist waakzaamheid, ook als er al lang geen gevaar meer dreigt.'

Was u teleurgesteld na de afwijzing van de Europese Grondwet in Frankrijk en Nederland?

'Nee. Ik begrijp die afwijzing heel goed. De volle verantwoordelijkheid voor dat debacle ligt bij de politieke elite. Zij gebruiken Europa als een zwarte piet voor alles wat niet goed gaat. Dat gebeurt niet alleen in Frankrijk en Nederland, maar ook in Letland. Politieke leiders hebben de plicht om Europa serieus te nemen. Wie dat niet doet is onverantwoordelijk.'

U heeft in Leipzig de Goelag met de holocaust vergeleken. Kunt u dat wel maken?

'Ik heb het woord holocaust tijdens die beruchte rede nooit genoemd. Ik heb twee dingen gezegd: dat zowel het nazisme als het communisme crimineel van karakter waren en dat we de ware geschiedenis van Oost-Europa moeten schrijven. De reactie op mijn rede was volstrekt overtrokken. Er werd niet geluisterd naar wat ik echt zei. Men hoorde wat men wilde horen.'

Heeft West-Europa een holocaust-fixatie?

'De holocaust was een vreselijke misdaad en we moeten er zoveel mogelijk over praten. Maar we moeten ook praten over die zaken die onbekend zijn voor veel Europeanen. Ik begrijp het heel goed. Wat achter het IJzeren Gordijn is gebeurd is ver weg en lang geleden. En nu komen wij plotseling, met een grote vertraging, met onze claim dat het een vreselijke misdaad was. Als er al een compleet moreel plaatje bestaat, is het moeilijk om daarin nieuwe elementen op te nemen.'

Doet Letland veel onderzoek naar zijn eigen verleden?

'Ja, heel veel. We worden er vaak van beschuldigd dat we ons alleen maar richten op de misdaden van het communisme, maar dat is onterecht. We kijken ook naar de Duitse bezetting. En we gaan de vraag van de persoonlijke verantwoordelijkheid, de moeilijkste vraag, niet uit de weg.'

De bijeenkomsten van Letse oud-strijders van de Wehrmacht halen elk jaar weer de internationale pers. Is het niet beter om daaraan een einde te maken?

'De Wehrmacht heeft in verschillende landen meer dan één miljoen mannen gerekruteerd, ook in Nederland. Deze oude mannen komen bij elkaar om hun kameraden die zijn omgekomen te herdenken. In Letland was dit tot 1996 geen enkel probleem. Niemand besteedde er aandacht aan. Maar toen maakte Rusland er een kwestie van, om politieke redenen. En dat is voor het imago van Letland heel schadelijk geweest.'

Zijn die Wehrmacht-soldaten fascisten of niet?

'Het zijn slachtoffers. Mijn grootvader werd ook ingelijfd, zoals ik beschrijf in mijn boek. Hij had geen keuze. En al die meer dan 100.000 mensen die werden ingelijfd hadden praktisch geen keuze. Vandaag de dag hebben we in Letland een volledig overzicht van de mensen die echt verantwoordelijkheid dragen. De grote mobilisatie van 1944 was lang na de massamoord op de joden in Letland. Het is waar dat de Letten die direct medeverantwoordelijk waren voor die massamoord aan het Letse legioen van de Wehrmacht zijn toegevoegd. Maar daarom is niet iedereen in dat legioen een massamoordenaar. De geschiedenis is nooit zwart wit. Dat de Franse president Jacques Chirac een paar jaar geleden bloemen legde bij de graven van Duitse soldaten vond ik een groots gebaar.'

Waarover heeft u zich het meest verbaasd toen u in de geschiedenis van uw familie dook?

'Over de grote ijver waarmee de sovjets, anders dan de nazi's, al hun daden en beslissingen voortdurend wilden rechtvaardigen, desnoods met volstrekt verzonnen feiten. Dat was een ontdekking.'

Waarom deden ze dat?

'Ik heb daar geen antwoord op. Mogelijk is dat de logica van het bedrog en is het de enige manier om deel uit maken van een systeem waarin alles nep is. Wat me ook heeft verbaasd is dat moordenaars eigenlijk beter werden behandeld dan bannelingen. Elke crimineel in de Sovjet-Unie had een eigen dossier, maar bannelingen behoorden tot een amorfe massa die er niet toe deed. Zo pervers was het systeem.'

U eindigt uw boek vrij positief, met het weerzien van Riga. Wat is er daarna met uw ouders gebeurd?

'De terugkeer was eigenlijk heel moeilijk. Veel mensen waren bang voor de bannelingen uit Siberië. Er was maar heel weinig nodig om zelf te worden beschuldigd dus contact met de gedeporteerden werd gemeden. Het waren onaanraakbaren. Dat heeft mijn moeder heel diep gekwetst.

'Mijn ouders hebben altijd een heel bescheiden leven geleid. Zij wilden zich niet compromitteren aan het systeem.'

Heeft u nog veel last gehad van dat verleden als banneling?

'Natuurlijk. Ik behoorde tot het groepje mensen dat nooit, maar dan ook nooit toestemming kreeg om naar het buitenland te reizen. Ik stond te boek als niet-loyaal en dat stond een wetenschappelijke carrière in de weg. Daarom besloot ik ook om kunstcriticus te worden. Ik had het gevoel dat ik in die richting mijn waardigheid niet zou kwijtraken. Kunst is rekbaar. Veel Letten volgden deze strategie.

'Mijn ouders voerden nooit ideologische discussies. Ze wilden geen dualiteit in mij creëren. Ik geloofde lang alles wat ik op school leerde, bijvoorbeeld over de vrijwillige toetreding van Letland tot de Sovjet-Unie, en mijn ouders spraken dat niet tegen. Ik ben pas later gaan nadenken over de geschiedenis en het lot van Letland. Toen de onafhankelijkheidsbeweging in de jaren tachtig opkwam, heb ik me meteen aangesloten. Dat was een natuurlijke reactie.'

    • Stéphane Alonso