Twijfelachtige conclusies in `Zegen voor condooms`

In het hoofdredactioneel commentaar `Zegen voor condooms` (NRC Handelsblad, 25 april) wordt op verschillende momenten wel heel kort door de bocht geschreven over de relatie tussen aids en de kerk: `Seks is er (...) voor creatie (...) en niet voor recreatie`, `door die dogmatische nadruk op voortplanting is het aantal katholieken sterk gegroeid`, `aan de groei (...) is in veel landen een eind gekomen`, `de religieuze kruistocht (...) heeft al veel schade aangericht` en `de paus heeft zelfs een goed woord over voor de eros`.

Ik krijg bij een dergelijk commentaar het gevoel dat de schrijvers al tijden niet meer op de hoogte zijn van hoe zaken binnen de kerk verlopen, dat zij de geschiedenis te eenvoudig naar hun eigen hand schrijven en binnen het korte bestek van twee kolommen twijfelachtige conclusies trekken.

Het is nog al wat om de verspreiding van aids toe te schrijven aan de morele opvattingen van de kerk. Los daarvan is er binnen het huwelijk alle ruimte voor eros, is de hélft van de encycliek gewijd aan eros (en niet slechts één goed woord), heeft de groei van het katholicisme ook met bekering en vrije keuze te maken, heeft het door u geconstateerde stoppen van die groei ook te maken met gewetensvrijheid en vrije keuze en valt de westerse opvatting van aidsbestrijding, waarin vaak alleen nadruk op condooms, evenzo te bezien als een religieuze kruistocht.

Dat u hier en daar een regeltje toevoegt waarin de paus en de geciteerde kardinaal een schouderklopje krijgen, komt op mij dan over als slechts een cynisch zoeken naar evenwicht.