'Tussen ons waren en zijn geen verrassingen'

Twee jaar na zijn beladen bruiloft wil prins Friso van Oranje, geen lid meer van het Koninklijk Huis en dus zonder inmenging van de Rijksvoorlichtingsdienst, praten over zijn leven en werk, zijn jeugd en zijn visie op Nederland.

En over 'de affaire' rond Mabel. 'Het was geen gemakkelijke tijd voor ons, en ook niet voor onze families.'

Het echtpaar woont en werkt in Londen. 'Hier voelen wij ons vrij.'

Het tij in de Theems zakt. De woonboten die langs de oever liggen, drogen op in de ochtendzon. De straatstenen zijn nog nat. In de kelder van het achttiende-eeuws huis verwijderen twee werkmannen de houten vloer die door het water is aangetast. Hun grote laarzen dreunen op de trap. De kinderoppas vlucht naar boven met Luana van een jaar op haar arm. Gekraai van opwinding. In de woonkamer voert Friso van Oranje in zijn hemdsmouwen een telefoongesprek met een industry expert van investeringsbank Goldman Sachs. Hij is rustig. Dit huis bij de rivier is zijn woning en kantoor. Het heeft geen zalen, maar kamers. Als hij niet op reis is, werkt hij thuis.

Prins Friso en prinses Mabel van Oranje wonen in West-Londen, in een oude wijk met natuurstenen huizen, pubs en verderop een blok sociale woningbouw. In 1998 kwam Friso in Notting Hill wonen toen hij als associate bij Goldman Sachs ging werken.

Op straat is hij een man met glanzende schoenen en een korte beige jas, die een eindje moet lopen naar de metro. Geen prins. De meeste industry experts, bankiers en business managers die hij spreekt, weten niet dat hij prins is. Friso Vanorange, zeggen ze. Alleen de brieven die hij uit Nederland ontvangt, beginnen met 'Koninklijke Hoogheid'.

Twee dagen in de week werkt hij als mede-directeur in deeltijd van TNO Space in Delft. Daar brengt hij technisch instrumentarium, ontwikkeld door TNO onder de aandacht van bedrijven die werken in opdracht van Nederlandse en Europese ruimtevaartprogramma's. Die instrumenten kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt als onderdeel van satellieten om het milieu, het klimaat en de ozonlaag vanuit de ruimte te observeren. 'Een makelaarsfunctie', zegt zijn mede-directeur Gerard Blaauw. 'Met zijn achtergrond als ingenieur in de ruimtevaartwetenschappen maakt Friso scherpe inhoudelijke analyses. Als econoom kent hij de markt. Met zijn sociale vaardigheden brengt hij gemakkelijk mensen met elkaar in contact. En ja, als prins opent hij deuren die anders gesloten blijven.'

Mabel werkt als directeur Europese Zaken in het Londense filiaal van het Open Society Institute (de door filantroop George Soros opgerichte stichting die democratie en mensenrechten bevordert), gevestigd in de wijk Hammersmith. Ze is zwanger, eind juni is ze uitgerekend. Luana staat inmiddels ingeschreven bij een basisschool in de buurt, voor het geval ze in Londen blijven wonen. 'Professioneel zijn er voor ons meer mogelijkheden in Londen dan in Nederland en het is een fantastische stad om te wonen', zegt Friso. 'We worden hier bijna niet herkend. Alleen door Nederlandse toeristen in Harrods en in musea. We voelen ons vrij.' Londen is geen zelfgekozen ballingsoord, verzekert hij. 'Niet in de eerste plaats', zegt Friso's vriendin Barbara Martens (36), die hij leerde kennen bij zijn eerste Nederlandse werkgever, het adviesbureau McKinsey. 'Maar die affaire met Balkenende heeft niet geholpen ze in Nederland te houden.'

Over zijn leven en werk, zijn jeugd, en zijn visie op Nederland wil Friso twee jaar na zijn huwelijk graag spreken. Dat hij dat één keer zou moeten doen, was een idee dat zijn vader tien jaar geleden al opperde. 'Zodat mensen beter weten wie jij bent', zei prins Claus. 'Ze kennen je niet.'

Zwaar hoofd

In de kast naast de schouw in de woonkamer in Londen staat een bronzen beeld van een peuter die zijn hoofd op de grond heeft gelegd. Het beeld stelt Friso voor toen hij een jaar oud was. Zijn moeder vertelde hem later dat zijn hoofd hem vaak te zwaar was. Daarom had hij de gewoonte het op de grond te leggen. Zijn moeder maakte het beeld.

Aan de andere kant van de schouw staat nog een bronzen beeld, van een grote vrouw met een rechte rug en een uitwaaierende jas aan. Het stelt koningin Beatrix voor, gemaakt door haar beeldhouwlerares. Boven het bureau van Friso in zijn kleine werkkamer hangt een ets van het gezicht van prins Claus, gemaakt door Marthe Röling. Boven bij de trap staat een foto van prins Claus met zijn zoons in een motorbootje. De jongens dragen zwemvesten.

Reverse engineering is een begrip uit de techniek dat Friso graag toepast op de werking van zijn eigen geheugen. Het betekent het reconstrueren, verbeteren en vervolgens nabouwen van een uitvinding of apparaat, zoals dat in China en Japan vaak gebeurt. Als Friso terug- denkt aan zijn jeugd, is hij beducht voor reverse engineering. Neem zijn eerste twaalf jaren op kasteel Drakesteyn. 'Het was fantastisch daar, zo in die bossen, het familieleven, de vrolijkheid. Maar ik ben op mijn hoede. Was het zo mooi of idealiseer ik het? Als je opgroeit weet je niet beter dan dat het je huis is. Vind ik het mooi, omdat ik terugdenk aan een gelukkige jeugd of omdat het mooi wás?'

Het is nog iets ingewikkelder. Het was ook een ongewone jeugd. Op filmpjes uit het begin van de jaren zeventig zien we langharige jongens in ribbroeken met hun vader ravotten op het gazon. De moeder loopt er lachend, behoedzaam omheen. Maar zij is de kroonprinses en de jongens zijn de prinsjes. 'Mijn ouders hebben hun best gedaan om ons een normale jeugd te geven. We zaten gewoon op de basisschool in Lage Vuursche. Ik speelde golf, Alexander hockey en Constantijn voetbal. We speelden met andere kinderen, we vochten op het schoolplein en mijn moeder organiseerde kinderpartijtjes op Drakesteyn. Die werden niet ge-outsourced. Ze sneed zelf de taart. Op zondagen wandelden we vaak naar mijn grootouders op Soestdijk. Het was daar leuk, al had mijn grootvader niet heel veel geduld met kleine kinderen.

'Ik zag mezelf niet als anders. Volgens mij namen we geen vrij buiten de schoolvakanties, terwijl sommige andere kinderen dat wel deden. Misschien waren we wel roomser dan de paus. We keken geen televisie, ik haalde mijn schaakdiploma's bij de Baarnse schaakclub. Daar speelde ik competitie. En pas na de middelbare school ging ik voor het eerst mee op een officieel bezoek, naar de Antillen.

'We hadden kindermeisjes, maar mijn ouders deden hun best om er te zijn en ze waren er vaak. We aten vaak samen. Ze werkten thuis als het kon. Ze waren natuurlijk ook buiten de deur, linten knippen en bezoeken afleggen doe je niet thuis. Ze maakten reizen. Maar als het kon, waren ze er voor ons. Het was warm thuis. Er waren natuurlijk regeltjes. Niet met je ellebogen op tafel zitten. Vandaag zou onze opvoeding misschien streng worden genoemd.'

Een paar dingen waren anders. 'Er liep permanent een beveiliger van de Veiligheidsdienst Koninklijk Huis met ons mee. Dat was altijd zo geweest, dus wist ik niet beter. Ik had er geen last van. We werden met een Volvo naar school gebracht en we bleven niet over.

'Ik kan me niet veel officiële evenementen herinneren. We gingen wel eens mee met de Groene Draeck naar een vlootschouw. Op de verjaardag van Alexander kwam er een regiment langs om een verjaardagsgroet te brengen. Dat vonden we indrukwekkend. En we moesten op Koninginnedag naar Soestdijk. Het beeld van onze familie op het bordes blijft jaren in het hoofd van een heleboel mensen hangen, terwijl het voor mij een klein element was in mijn totale leven. De perceptie van je leven wordt niet gedicteerd door enkele evenementen per jaar.

'Een normale basisschool, een normale middelbare school, een normale universiteit. De visie van mijn ouders was: met uitzondering van het oudste kind moet de rest later een normaal leven kunnen leiden. Dan moeten we nu niet allerlei uitzonderingen maken.'

Een schoolvriend van Willem-Alexander van het Vrijzinnig Christelijk Lyceum in Den Haag herinnert zich een stoeipartij op Huis ten Bosch in Den Haag, begin jaren tachtig, toen het gezin daar net woonde. Friso, toen 13 jaar, keek toe. 'Doe je voorzichtig met hem', riep hij, toen Willem-Alexander onder kwam te liggen. 'Je mag hem slaan, maar hij mag niet dood!'

'Vanaf mijn tiende ongeveer was ik mij ervan bewust dat Alexander koning zou worden en niet ik', zegt Friso nu. 'Ik heb nooit gedacht: ik zou die baan van hem wel willen hebben. Het was duidelijk wat hij zou gaan doen, dat was een gegeven. Ik denk dat hij zich altijd goed bewust is geweest van de taak die hem te wachten stond. Daar heeft hij zich goed op voorbereid. Ook zijn jeugd was volgens mij redelijk normaal.'

Zijn relatie tot zijn broers omschrijft Friso nu als 'onafhankelijk' en 'goed'. 'In gezinnen met drie jonge kinderen dicht bij elkaar zie je volgens mij vaak dat twee zich tegen één keren. Bij ons waren dat nooit dezelfde twee en nooit dezelfde ene. Dat wisselde. We deden veel met elkaar, maar we hadden ook onze eigen vrienden en onze eigen levens.'

Friso had astma, net als zijn vader dat in zijn jeugd had gehad. Hij liep met ventolien en lomudal inhalers op zak voor als hij een aanval van benauwdheid kreeg. Nu heeft hij er bijna geen last meer van. 'Ik kon niet op voetbal of hockey, omdat het idee leefde dat hardlopen niet goed was voor astmapatiënten. Dat vond ik wel jammer. Ik was de enige in ons gezin die geen teamsport deed, maar daardoor had ik veel tijd voor golfen, timmeren en schaken.'

Beatrix is een perfectionist

In 1980 verhuisde het gezin van Lage Vuursche naar Huis ten Bosch in Den Haag. 'Vanaf mijn tiende ongeveer heb ik het koningschap en de verhuizing zien aankomen. En toen had mijn moeder plotseling een nieuwe zware baan. Mijn ouders kregen meer verplichtingen, maar ze deden er nog steeds alles aan om er voor ons te zijn.

'De manier waarop mijn moeder haar taak heeft ingevuld, heeft invloed gehad op mijn eigen leven. Ze werkt hard, heeft oog voor detail en is een perfectionist. Daarin is ze zeker een voorbeeld voor mij. Tot in detail bereidt ze haar werkzaamheden en bezoeken voor, ook vandaag nog. ” Je hoeft het niet beter te weten dan je gastheer”, zeg ik wel eens. Ze wil nooit een domme vraag stellen. ” Stel ook eens een vraag die mensen de mogelijkheid geeft om intelligent over te komen”, zeg ik. ” Mensen waarderen het als ze eens iets aan de koningin uit kunnen leggen.”

'Mijn moeder bezocht eens vliegtuigfabriek Fokker. Toen ik daar korte tijd later was, vertelde de man die haar had rondgeleid dat zij zo'n moeilijke vraag had gesteld dat ze echt even over het antwoord hadden moeten nadenken. Ze heeft een scherp geheugen. Ze kent altijd alle namen van degenen die ze gaat ontmoeten, en herinnert zich die jaren later nog.' Sinds hij bij TNO werkt, logeert Friso gemiddeld een nacht in de week bij zijn moeder op Huis ten Bosch. 'We eten dan samen, drinken een glas wijn, en praten over de dingen die zich voordoen: de gezondheidszorg, de economie of over haar kleinkinderen.'

Met zijn vader golfde hij. Huub Oosterhuis, vriend van Beatrix en Claus, kwam sinds het geboortejaar van Friso, 1968, regelmatig bij de kroonprinses en haar gezin aan huis. Hij maakte een dooplied voor Friso: 'Wie leeft die maakt zijn eigen lied en wie niet leeft, verstaat het niet'. Pas na de dood van Claus in 2003 leerde Oosterhuis Friso beter kennen. 'Ik was erg geïnteresseerd in Friso', zegt Oosterhuis nu, 'omdat Claus vaak over hem sprak. Claus was geïntrigeerd door hem, omdat Friso zichzelf een bepaalde vrijheid gunde die hem aansprak. Hij had een eigen leven, hij was er vaak ook niet. Ik denk dat de positie die Friso koos, de positie was die Claus had willen kiezen: onafhankelijk en kritisch.'

'Mijn vader was zeker een voorbeeld voor mij, en ik denk dat ik veel van hem heb geleerd', zegt Friso nu. 'Ik bewonderde hem om de manier waarop hij met mensen omging.

Hij leerde ons kritisch na te denken. Samen met mijn moeder gaf hij ons de ruimte om onszelf te ontdekken en onze eigen keuzes te maken. Hij vond het erg leuk dat ik naar Delft ging, waarschijnlijk omdat hij zelf graag werktuigbouwkunde had gestudeerd.

'We waren volledig vrij in onze studiekeuze, de kunstacademie was ook goed geweest. Dat had mijn vader misschien leuker gevonden, maar daar heeft hij nooit iets van laten merken. Toen ik in 1998 bij Goldman Sachs ging werken, wisten mijn ouders, zoals veel mensen, amper wat een investment bank was. Pas eind jaren negentig, toen internet- en technologiebedrijven een beurshausse veroorzaakten, kwamen investment banks in de belangstelling. Mijn vader was commissaris bij KPN Hij heeft nog rondgevraagd wat voor bedrijf Goldman was.'

In september 1982 liet prins Claus zich in het Nijmeegse Radboudziekenhuis onderzoeken op depressieve klachten. Hij werd korte tijd later opgenomen in een kliniek in Basel. 'Het was voor mij moeilijk om te begrijpen waardoor die klachten werden veroorzaakt', zegt Friso over de manische depressiviteit van zijn vader. 'Ik heb het altijd gezien als een ziekte, niet als een reactie op zijn levensloop. Hij sprak er niet veel over met mij. Ik sprak er wel eens met anderen over, maar niet met hem.

Je spreekt met een zieke niet steeds over zijn ziekte. Ik probeerde hem eerder af te leiden.'

In 1985 deed Friso eindexamen vwo - met een negen voor wiskunde en een acht voor natuurkunde. Latijn had hij als achtste vak laten vallen. 'Ik ben niet zo goed in talen. De logica van Latijn vond ik mooi, meer dan de literatuur. Ik zag het als een puzzel om de naamvallen goed te krijgen.' Hij verliet Huis ten Bosch om twee jaar mechanical engineering in Berkeley in Californië te studeren. 'Er waren zoveel nieuwe dingen in mijn leven dat ik niet veel tijd had voor heimwee. Twee keer per jaar ging ik naar huis terug. Elke week belde ik naar huis, collect. Het was een fantastische tijd, waaraan ik veel vrienden heb overgehouden. Het was fascinerend om in Amerika te wonen en te ervaren hoeveel verschillen er zijn tussen de Amerikanen en Europeanen.'

Nadat hij uit Berkeley was teruggekeerd, begon Friso de studie lucht- en ruimtevaartwetenschappen aan de Technische Universiteit in Delft. Twee jaar later ging hij ook bedrijfskunde studeren in Rotterdam. 'De twee studies en het studentenleven kostten veel tijd, maar elke zondag ging ik thuis eten met mijn ouders en broers. Dat was altijd erg gezellig omdat we allemaal veel meemaakten.'

In 1994 woonde Friso een jaar in Long Beach. Hij schreef zijn afstudeerscriptie bij vliegtuigbouwer McDonnell Douglas, voor het eerst zonder 24 uur een lijfwacht aan zijn zijde. 'Dat was een nieuwe ervaring. Je leven is anders als er voortdurend iemand om je heen loopt, die meeluistert - zelfs al wil hij het niet. Als je met een meisje aan tafel zit, zit hij ernaast. Je wordt juist eerder herkend. Zit er iemand naast je De Telegraaf te lezen met een Spa Rood in zijn hand.

'In Long Beach kreeg ik de vrijheid om zomaar even koffie te gaan drinken. Ik hoefde niet langer alles van tevoren te plannen. Ik ging hierdoor meer ontspannen leven.'

Fitnessruimte

Toen Friso in 1995 als fellow-consultant bij adviesbureau McKinsey begon, werkte hij vaak tot middernacht op locatie bij een klant. In Nederland, in Duitsland, in België. Barbara Martens, die in die tijd met hem samenwerkte in België: 'Overdag verzamelden we met een team data, hielden we interviews. 's Avonds als iedereen naar huis was, analyseerden we de informatie op onze laptops en dan kwam de ontlading. We doken de fitnessruimte in. We discussieerden en we lachten tot in de nacht in het enige restaurant dat nog open was. 's Morgens om acht uur waren we paraat om ons strategisch plan in te leveren. Work hard, play hard, noemden we dat.'

Nadat hij in 1997 een mba haalde op de business-school insead in Fontainebleau, ging Friso bij Goldman Sachs in Londen werken. Hier adviseerde hij telecom-, media- en technologiebedrijven bij financieringsvraagstukken, fusies en overnames. Hij begeleidde beursgangen van bedrijven. 'Hij werkte nog harder dan daarvoor', zegt Martens. 'Je denkt dat je naar bed kunt, maar dan komt er een telefoontje en je moet weer aan de slag. Als je jezelf niet in acht kunt nemen, ga je er onderdoor.' In 2001 werd hij vice-president. In 2003 nam hij ontslag.

Als Europeaan maakt Friso zich zorgen over de toekomst van het continent. 'Hoge werkloosheid, vrijwel geen economische groei en een duur sociaal stelsel. We innoveren niet genoeg, niet in Europa en niet in Nederland. Dat zal grote gevolgen hebben voor onze welvaart en die van onze kinderen,' zegt hij. 'Volgens de Lissabon-doelstellingen zou Europa in 2013 de snelst groeiende en meest innovatieve economie van de wereld moeten hebben, maar dat is een illusie. Hoe kun je dat bereiken als je onvoldoende investeert in onderwijs, wetenschap, onderzoek en ontwikkeling? De landen van de Europese Unie zouden daar jaarlijks waarschijnlijk 200 miljard euro extra in moeten steken om op gelijke hoogte te komen met de Verenigde Staten. Dat betekent voor Nederland vijf tot tien miljard euro meer per jaar. Dat bedrag moet worden geïnvesteerd in onderwijssystemen, in topinstituten en door het bedrijfsleven in onderzoek en ontwikkeling. In Nederland moeten we keuzes maken. Dat is moei! lijk, want we houden van consensus. Bovendien wil iedereen een graantje meepikken, waardoor budgetten worden versnipperd en minder effectief worden besteed.

'We kunnen misschien leren van de Europese landen waar het beter gaat: Finland, Zweden, Engeland, Ierland en Spanje. Zij hebben een flexibele arbeidsmarkt, dat is een van de verklaringen voor hun succes, denk ik. Misschien is het toeval, maar dit zijn ook de landen die hun grenzen hebben opengesteld voor werknemers uit de nieuwe lidstaten.

'Het openen van de grenzen is op de lange termijn waarschijnlijk beter. Veel mensen zijn bezorgd dat dat ten koste zal gaan van arbeidsplaatsen, dat de Polen onze loodgieters zullen verdrijven. Toelating Polen leidt tot werkloosheid, schrijft een groot landelijk ochtendblad. Dat is niet noodzakelijkerwijs waar, en het leidt tot onnodige angst en onzekerheid. Ik denk dat open grenzen en een flexibelere arbeidsmarkt goed zullen zijn voor Nederland.

'Arbeidsflexibiliteit kan bijvoorbeeld helpen om meer vrouwen aan het werk te krijgen. Om de integratie te bevorderen. Om jongeren aan het werk te helpen. De keerzijde is dat het gemakkelijker wordt om mensen te ontslaan, om differentiatie aan te brengen in de beloning, en om bedrijven te kunnen sluiten. Dit blijft moeilijk in Nederland, omdat het kan leiden tot onzekerheid voor de werknemer. Dat is natuurlijk niet leuk, maar geen reden om noodzakelijke veranderingen tegen te houden. Voor de echte slachtoffers van de arbeidsflexibiliteit en open grenzen moet er een goed sociaal vangnet zijn.

'In Amerika zijn de laatste vijftien jaar 80 miljoen banen gecreëerd en 60 miljoen banen verdwenen. In Europa zijn er 15 miljoen gecreëerd en 10 miljoen verdwenen. In Amerika zijn er dus 15 miljoen banen meer bij gekomen dan in Europa, dat meer inwoners telt. Dat heeft niet alleen te maken met arbeidsflexibiliteit, maar ook met ondernemerschap. Afgestudeerde technici en economen kiezen in Nederland voor de grote bedrijven, zoals Philips, Shell en Unilever.

'In Amerika richten veel studenten hun eigen bedrijven op of ze gaan bij kleine, jonge ondernemingen werken. Ze willen eigen producten ontwikkelen en accepteren de risico's. In Nederland hebben we te weinig succesvolle startende ondernemingen. We hebben zoveel zekerheden geschapen dat mensen hun carrière niet snel zullen opgeven om een eigen bedrijf op te richten of bij een jonge onderneming te gaan werken. Als ze merken dat ze hun pensioen of andere secundaire arbeidsvoorwaarden kunnen verliezen, haken ze af.'

Friso's hart ligt in Nederland. Samen met zijn broer prins Constantijn is hij na zijn vaders dood erevoorzitter geworden van het Prins Claus Fonds, dat zich inzet voor cultuur en ontwikkeling. Hij is zijn vader opgevolgd als beschermheer van Vereniging de Hollandsche Molen. In discussies met zijn Nederlandse vrienden wordt Friso wel eens 'een pessimist' genoemd. Ook door zijn familie? 'Ze vinden mij soms wat kort door de bocht. We discussiëren veel. Gezien onze verschillende achtergronden en interesses, zijn onze gesprekken boeiend en veelzijdig. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om met Máxima te praten over microkrediet en sociaal ondernemersschap. Vragen die dan aan de orde komen zijn: Is microkrediet een bedrijfsactiviteit of liefdadigheid? Moet een bedrijf hier geld van de aandeelhouders voor gebruiken? Schept dit geen valse concurrentie? Máxima heeft veel gedaan om microkrediet duidelijk op de radar te zetten.'

Samen met een radioloog en een studiegenoot richtte Friso in 1998 het mri Centrum op, een commercieel bedrijf dat gespecialiseerd is in het maken van mri-scans. Hij kwam op het idee omdat er lange wachtlijsten ontstonden voor mri-scans. 'Hij wil op zijn manier iets voor de wereld betekenen', zegt vriendin Barbara Martens.

Annemiek Rutters, tot voor kort business manager van het centrum: 'Friso zei: ” Marktdenken is goed voor de organisatie van deze sector. Je verbetert de gezondheidszorg en tegelijkertijd is het in je eigen belang”. Hij is superrationeel. Hij keek naar de cijfers en zei: ” Het is leuk dat we groeien, maar zijn we een gezond bedrijf? Een kwart patiënten meer betekent ook meer kosten. Is dit bedrijf met winst te verkopen?”'

'Mijn vader vond het leuk om met mij te praten over het mri Centrum en de zorg in het algemeen', zegt Friso nu. 'Op een gegeven moment moest hij een mri-scan laten maken. Toen is hij langs geweest. Hij vond het prachtig. De uitslag heb ik niet kunnen achterhalen. Ik heb er de arts naar gevraagd, maar die verschool zich achter het medisch geheim. Mijn vader heb ik er niet meer naar gevraagd.'

'Hij wil van niets iets maken', zegt Barbara Martens over Friso als ondernemer. Drie jaar was hij als aandeelhouder betrokken bij de oprichting van de Pools-Hongaarse low-cost-luchtvaartmaatschappij Wizz Air. 'Als hij een te groot bedrijf leidt, komt hij te veel op de voorgrond. Hij zoekt niet naar status, zijn drijfveer is inhoudelijk.' 'Hij heeft niet de hele dag bevestiging nodig', zegt Rutters. 'Hij krijgt geen kick van anderen. Hij denkt tevreden: zo, heb ik dat even mooi gedaan.'

Jan Jansen

Op een regenachtige middag in Londen brengt Friso achter elkaar enkele korte zakelijke bezoeken om investeringsmogelijkheden te bespreken. Hij is sinds 2005 partner in een investeringsmaatschappij, die risicodragend vermogen investeert in onder meer technologiebedrijven. De meeste van zijn gastheren weten niet dat hij prins is. Zo wil hij het ook.

'Een klant bij Goldman Sachs kan het niet schelen of ik prins Friso ben of Jan Jansen', zegt Friso. 'Hij wil een goed advies. En als prins Friso niet presteert, wordt hij vervangen. Zo is het nog steeds. Zodra er winstoogmerk is, vervallen eventuele voordelen van het prins-zijn. Je ingang is misschien eenvoudiger, maar je vliegt er net zo makkelijk uit. Dat vind ik prettig. Ik zoek de omgeving op waarvan ik weet dat mijn achtergrond zo min mogelijk meetelt. Dat geeft me het gevoel dat ik eerlijker word behandeld. Ik houd niet van het grijze gebied. Ik wil me liever niet in een situatie begeven waarin ik niet kan worden afgerekend op mijn eigen handelen.

'Dát is precies wat mijn ouders vroeger hebben gestimuleerd. Mijn carrière brengt verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich mee. Dat betekent dat ik ook wel eens niet aanwezig kan zijn op Koninginnedag. Ik moet kiezen: werk of Koninginnedag. Dat vindt mijn moeder volgens mij jammer, maar ze accepteert het. Als ik er wel ben, vindt ze dat leuk. Ze wil het liefst iedereen om zich heen hebben die dag.'

In de vijfde klas van het vwo vertegenwoordigde Friso met vier klasgenoten de staat Oman in het internationale Jeugd Verenigde Naties-spel waaraan de school meedeed. Pieter Duisenberg, zoon van de overleden Wim Duisenberg, was delegatieleider. 'We hadden ons verkleed als oliesjeiks', zegt Duisenberg nu. 'Maar we waren supergeconcentreerd. We lobbyden actief, we kenden onze dossiers. Het ging erom dat jouw resolutie zou worden gesteund. Niemand wist dat we een prins in onze delegatie hadden.'

De jongens van het Vrijzinnig Christelijk Lyceum wonnen de prijs voor best delegation en werden uitgenodigd door de regering van Oman. Duisenberg: 'Ineens werd Friso aangewezen als delegatieleider, maar dat accepteerde hij niet. Ik moest de leiding houden. En toen hem tijdens de barbecue op de Nederlandse ambassade werd gevraagd ook wat te zeggen, hield hij de boot af.'

De affaire

Ging Friso ook gebukt onder zijn prins-zijn bij het vinden van vriendinnen? Met een lachkuiltje in zijn rechterwang: 'Misschien heeft het in sommige gevallen geholpen, maar ongetwijfeld heeft het ook wel eens tot onoprechte belangstelling geleid.' In het voorjaar van 1991 was Friso met zijn moeder, zijn broers en drie vrienden op skivakantie in Oostenrijk. Privé publiceerde een foto van Friso met één van de vrienden en suggereerde dat de jongen 'zijn vriend' zou zijn. In de jaren daarna schreven Story, Weekend, Het Parool en Trouw over Friso's vermeende homoseksualiteit.

Op 9 februari 2001 schreef HP/De Tijd over Friso: 'Er doen al jaren geruchten de ronde dat de prins de herenliefde is toegedaan.' Een week later liet Eef Brouwers, hoofddirecteur van de RVD, aan De Telegraaf weten dat Friso 'de speculaties dat hij homoseksueel geaard zou zijn meer dan beu' is. 'Laat ik het namens hem maar eens duidelijk stellen: prins Friso is niet homoseksueel maar heteroseksueel.'

'Toen de serieuze media die onzin overnamen in hun analyses, zei ik: Het wordt nu echt tijd iets te doen. Ik schrijf een ingezonden brief', zegt Friso nu. 'De RVD adviseerde om dat niet te doen, maar het gerucht te ontkennen.

Mijn vader had allang voorgesteld een rechtszaak tegen de roddelbladen aan te spannen, maar dat werd afgeraden. Nu zou dat advies waarschijnlijk anders zijn geweest. Het ongelukkige was dat er in de RVD-ontkenning helemaal geen link werd gelegd naar de publicaties in de serieuze media. Daardoor werd het bericht door sommigen als kwetsend opgevat. Dat vond en vind ik nog steeds heel vervelend. Het is nooit de bedoeling geweest.

'In mijn studententijd ben ik volgens mij maar één keer met een meisje gefotografeerd, waarschijnlijk omdat journalisten niet de moeite namen. Ik had af en toe een vriendin, meestal niet erg lang. Dat was geen bindingsangst, ik was er waarschijnlijk nog niet aan toe. Ik denk niet dat iemand mij in die tijd zou kwalificeren als romantisch. Op een schaal van een tot tien zal ik als romanticus nooit hoger dan een zes of zeven scoren. Ik schrijf geen lange gedichten over de ware liefde, maar ik geloof er wel in. Als die langskomt, moet je je kans niet voorbij laten gaan.'

Begin januari 2000 ontmoette Friso Mabel bij zijn schoonzus Laurentien thuis in Brussel. Toen Mabel in april van dat jaar in Londen moest zijn, zocht ze hem op. 'Ik voelde dat zij het zou kúnnen zijn', zegt hij nu. 'En in augustus wist ik zeker dat zij het was. Er was resonantie tussen ons, het paste. We hebben een grote gemeenschappelijke belangstelling en we zijn elkaar op het juiste moment in onze levens tegengekomen. Misschien was het anders gelopen als we elkaar tien jaar eerder hadden ontmoet. Mijn vader maakte de introductie bij mijn familie eenvoudig. Die twee konden het goed vinden.'

Op 10 oktober 2003 besloot het kabinet geen toestemmingswet bij de Tweede Kamer in te dienen voor het huwelijk van Friso en Mabel Wisse Smit. Aanleiding daarvoor waren de contacten die Mabel eind jaren tachtig had met drugscrimineel Klaas Bruinsma. Daar- over zou het paar volgens minister-president Balkenende 'niet volledige en niet juiste informatie' hebben verstrekt. Het vertrouwen was geschaad.

Friso en Mabel hadden in een brief aan Balkenende geschreven dat er geen liefdesrelatie was geweest tussen Mabel en Bruinsma en dat zij niet betrokken was geweest bij diens criminele activiteiten. 'Uw beslissing was mede gebaseerd op het onvolledige beeld dat wij van Mabels contacten met de heer Bruisma opgeroepen hadden', schreven zij.

Laat één ding duidelijk zijn: zelf begint Friso nooit over de affaire, maar als een ander het punt aansnijdt, krijgt hij antwoord. 'Wij vonden', zegt Friso nu, 'dat we tijdens de gesprekken die we met Balkenende voerden, voldoende hadden gezegd over deze contacten. We beperkten ons tot wat wij nodig en relevant achtten. De rest was privé. Daardoor is er bij sommige mensen een verkeerd beeld ontstaan. Voor die vertekening voelden we ons medeverantwoordelijk.

'Tussen ons waren en zijn geen verrassingen', zegt Friso. 'Mabel had mij tijdens een wandeling in augustus 2000 verteld over haar vriendschap met Bruinsma. ” Je moet iets weten”, zei ze, ” als wij ooit verder gaan.” Zij wist dat hij in de softdrugs zat, zei ze, maar niet wat daar allemaal achter zat. ” Denk je dat dat een probleem is”, vroeg ze. We hebben er veel over gepraat. Ik heb met een goede vriendin van haar van vroeger over die contacten gesproken. Mabel was 21 jaar en realiseerde zich pas later wie Bruinsma was. Het beeld is gewekt dat wij hebben gelogen en dat is niet juist. Het was geen gemakkelijke tijd voor ons, precies een jaar na mijn vaders dood. Niet alleen voor ons, maar ook voor onze families.'

'Friso heeft zijn vader erg gemist in die crisistijd', zegt Huub Oosterhuis, vriend en dichter, nu. 'Ze hebben het samen gedragen, Mabel en hij. ” Ik heb het verkeerd ingeschat”, zei Friso.

Ze wilden wél toestemming vragen voor het huwelijk.'

'Toen we moesten besluiten de regering te vragen om een toestemmingswet in te dienen voor ons huwelijk, heb ik Mabel daarvan moeten overtuigen', zegt Friso over hun overwegingen toen er van een rel nog geen sprake was. 'Ik vond het vooral vervelend voor haar. Je vraagt toestemming tenzij je een goede reden hebt om het niet te doen. De enige reden die we toen konden bedenken was dat Mabels werk misschien belemmerd zou kunnen worden door de ministeriële verantwoordelijkheid. Ik zei tegen haar dat het onwaarschijnlijk was dat de Nederlandse minister-president problemen zou hebben met de activiteiten van het Open Society Institute. Dat de ministeriële verantwoordelijkheid geen beperking zou vormen voor haar carrière. Nu denk ik dat ze als lid van het Koninklijk Huis sommige dingen waarschijnlijk niet in het openbaar had kunnen zeggen. Ze had bijvoorbeeld geen vraagtekens kunnen zetten bij het aids-beleid van sommige landen, zoals ze dat in haar speech in dece! mber vorig jaar deed.'

Tijdens het déjeuner op de huwelijksdag, 24 april 2004, bedankte Friso volgens een van de aanwezigen in zijn tafelrede de regering voor 'de subtiele wijze waarop ons werd verteld dat we beter geen toestemming konden vragen voor ons huwelijk'.

Eind maart op zijn werkkamer bij TNO Space in Delft wijst Friso uit het raam naar de twee kerken van de stad. De spitse Oude Kerk links noemt hij de trouwkerk. Zijn trouwkerk.

De stompe toren rechts is van de Nieuwe kerk, die hij de rouwkerk noemt. Daar is zijn vader bijgezet. 'Het had allemaal anders kunnen lopen', zegt Friso terugkijkend op de affaire. 'Maar het heeft ons geluk niet in de weg gestaan.'

Vorig jaar maart werd Luana geboren. Op de bank in de woonkamer ligt een dik schrift waarin haar ontwikkeling nauwkeurig wordt opgetekend. 'Misschien groeit ze op in Londen', zegt Friso, 'maar ze is Nederlandse en net als ikzelf zal ze hopelijk een zo normaal mogelijke jeugd hebben. Ze moet vrij zijn om fouten te maken en daarvan te leren.'

'Iedereen zegt altijd: je leert jezelf beter kennen en dat is ook zo', zegt Mabel. 'Maar door samen een kind te hebben, leer je ook je man nog beter kennen. Friso kan zo gepassioneerd met Luana bezig zijn. Bij het voorlezen van Nijntje, hij is nou eenmaal een zorgvuldig analyticus, komt hij mt allerlei interpretaties van het verhaaltje.'

In december vorig jaar doopte Huub Oosterhuis Luana op Huis ten Bosch. Hij herschreef Friso's dooplied 'Wie leeft die maakt zijn eigen lied en wie niet leeft, verstaat het niet' voor Luana. 'Het is hun geuzenlied geworden', zegt Oosterhuis nu. 'Het werd uit volle borst gezongen.' Hij gaf de dopeling bij die gelegenheid een speeldoosje. Met het deuntje van de Internationale.

Jutta Chorus is journalist. Zij werkt regelmatig voor NRC Handelsblad.

Vincent Mentzel is fotograaf van NRC Handelsblad.

    • Jutta Chorus