Religie is in het gunstigste geval surrogaatkunst

Marjoleine de Vos, dichter, redacteur en zingever schrijft (Opinie & Debat, 22 april) over de relatie tussen de waarheid van de literatuur en die van religie. Daarin haalt ze een tekst van Imme Dros aan die M. Februari citeert in haar boek God, een collage. Volgens De Vos lijkt die tekst op een miniverhaal van Nabokov over het toeval en herkent ze die ”als een mogelijke beschrijving van een religieus gevoel”.

Maar de tram in de tekst van Dros, `lijn zestien` en de jas verwijzen waarschijnlijk naar Raymond Queneaus Exercises de stile (1947) in de zeer ingenieuze Nederlandstalige bewerking van Rudy Kousbroek (1978). Negenennegentig maal vertelt Queneau hetzelfde verhaal over een man die een rare snuiter in de tram ziet. Kousbroek verplaatste zijn 99 stijloefeningen van Parijs naar Amsterdam, maar situeerde ze in de tijd waarin het origineel werd gepubliceerd. De `honderdste` van Imme Dros - die wellicht `Consequent omgekeerde logica` zou kunnen heten - is derhalve een bijzonder vrije. Buiten het menu van Queneau, maar wel in hetzelfde restaurant opgediend.

Dat `boek` van Februari is een thematische bloemlezing en verscheen in 1994. De interpretatie van De Vos lijkt binnen deze context onjuist. De bloemlezer heeft de tekst van Dros, die `Praten` blijkt te heten, ingedeeld in de categorie ongeloof: een feitelijke onmogelijkheid die echter binnen religieuze kaders wel bestaat. Iets als de tekeningen van M.C. Escher waarin mensen op tweedimensionale trapjes lopen en tegelijkertijd ook aan de onderkant van die trapjes voor wie de voorstelling driedimensionaal wil interpreteren. Onmogelijk.

Daarin lijkt religie op, inderdaad, kunst. Behalve in de weergave van onmogelijkheden - illusies - kan kunst ook ontroering, gemeenschapsgevoel en vervoering opwekken, maar zij biedt gelukkig geen leefregels. Liefhebbers van kunst voeren dan ook nooit oorlogen waarin doden en gewonden te betreuren vallen. Voor hen is de illusie van kunst een illusie. Kunst biedt geen hiernamaals. Daarom is religie in het gunstigste geval surrogaatkunst. Een simpele shortcut naar de verlossing die niet bestaat. Overigens zijn veel auteurs die Februari bloemleest in God, een collage notoir ongelovig of zelfs bestrijders van religie. Een greep: Multatuli, J.B. Charles, José Saramago, Nescio en Raoul Chapkis.

    • August Hans den Boef