President-commissaris van het land

De aubades worden weer gezongen. Almere en Zeewolde zetten hun beste beentje voor, in het hele land worden vrijmarkten en dorps- of wijkfeesten gehouden, overal hangen de vlaggen, en vooral is er heel veel oranje. Op geen enkele andere dag in het jaar staat de koningin zo nadrukkelijk en zichtbaar midden tussen de mensen.

Zo'n koninklijk bezoek doet een beetje denken aan de president-commissaris van een groot concern, die contact wil houden met wat er op de werkvloer gebeurt.

Hij laat zich naar de vestiging van een assemblage- of productiebedrijf brengen, of naar een gebouw met callcentermedewerkers. Natuurlijk zijn alle ramen gelapt en de gangen geveegd, want iedereen wist dat hij zou komen. De vestigingsmanager en zijn team staan klaar met een flitsende presentatie over de voortreffelijke daden die al zijn verricht en nog te verwachten zijn.

Dan volgt er een rondgang door het bedrijf. Die is in detail voorbereid want verrassingen zijn de bedoeling niet, en als het allemaal achter de rug is haalt iedereen opgelucht adem. Maar er is niets gebeurd. Niets onverwachts, maar ook geen contact tussen de top van het bedrijf en gewone mensen die elke dag hun werk doen. Dat is jammer en een gemiste kans. Voor de medewerkers, maar zeker voor de president-commissaris.

President-commissaris en staatshoofd, het zijn eenzame jobs. Je probeert de richting van een organisatie of een land te beïnvloeden, maar tegelijkertijd moet je van alle hendels en knoppen afblijven. Die zijn in handen van de bestuurlijke tussenlagen. Daar spreek je natuurlijk mee, maar dat gebeurt altijd aan mahoniehouten bestuurstafels en aan de hand van beleidsnota's en vergaderstukken. Die tussenlagen zijn nuttig en nodig. Ze verbinden hoog en laag, maar ze zijn ook een isolatiedeken met zijn eigen belangen en doelstellingen.

Dat maakt het lastig om de visie en het perspectief dat je aan de top van de organisatie nastreeft, over te dragen aan de mensen die het uitvoerende werk doen. Voor de hoogste man of vrouw is het essentieel dat dat wel ge-beurt. Zin, energie en visie zijn de enige middelen waarmee je vanaf de top kunt sturen, en die zijn pas wat waard als zij daadwerkelijk landen in de uitvoering. Visie zonder uitvoering is luchtfietserij. Uitvoering zonder visie is op de cruise control de afgrond inrijden.

Als president-commissaris van het land probeert koningin Beatrix het, binnen de grenzen van haar speelruimte, te hebben over zin, energie en visie. In haar traditionele kersttoespraak bijvoorbeeld, waarin zij vorig jaar sprak over het belang van dank betuigen en dank aanvaarden. Maar het blijft, hoe goed bedoeld ook, in toon en stijl wel een boodschap van achter de bestuurstafel. Het uitvoerende niveau bereikt ze er niet mee.

Bij de elite van het land is de monarchie niet echt populair, concludeert de Volkskrant als zelfgemaakt nieuwsfeit uit een eigen onderzoek. Er is niets nieuws onder de zon. In 1672 werd met de bestuurselite van de gebroeders De Witt grof afgerekend door ruwbesnaarde oranjeklanten, en ruim een eeuw later stond het prinsgezinde oranjevolk opnieuw tegenover patriottische regenten. De elite, die bijna per definitie bestaat uit sociale klimmers en hun nazaten, zit in de tussenlaag.

Vanuit hun gezichtspunt is het Koninkrijk der Nederlanden vergelijkbaar met een groot familiebedrijf, als C&A of zo, waarin je kunt klimmen wat je wilt, maar tot een bepaald punt. De top van de piramide, de positie van de directeur-grootaandeelhouder zogezegd, is niet bereikbaar. Die is alleen voor de familie. Wie op klimmen is ingesteld, houdt niet van afgesloten bovenetages.

Door de eeuwen heen ligt de natuurlijke achterban van de Oranjes niet bij de elite maar in de breedte van het volk, bij de mensen die klimmen niet zo belangrijk vinden. Mensen vaak die afkerig zijn van erkende of zelfbenoemde elites. Mensen ook die meer gericht zijn op de buurt of de omgeving dan op maatschappelijk alpinisme, en die je terugvindt in besturen van voetbalverenigingen, amateurkoren, en oranjevere-nigingen.

Zij vormen de basis van het land, het uitvoerende niveau van de samenleving, de mensen van praktisch aanpakken en handen laten wapperen. Als een visie op samenleven in de praktijk moet landen, gebeurt dat bij hen. Beleid over saamhorigheid en onderlinge verbondenheid is gemakkelijk opgeschreven en uitgesproken; het wordt pas wat als praktische mensen er in het dagelijkse leven de handen voor uit de mouwen steken.

De koningin spreekt van hoge idealen, maar haar handen zijn gebonden. Intussen is er een brede basis van mensen die de monarchie en waar zij voor staat een warm hart toedragen. Lezers van een tijdschrift als Vorsten bijvoorbeeld, en de leden en besturen van ruim 400 oranjeverenigingen in het land.

De elite kijkt op Koninginnedag en bij andere koninklijke bezoeken in het land geamuseerd toe bij het zaklopen, het ringsteken en de oude ambachten. Maar geamuseerd dédain past niet. Vandaag hebben die oranjebesturen weer 400 volksfeestjes georganiseerd, allemaal als vrijwilliger, en met geen andere reden dan burgerfatsoen en gemeenschapszin. In Almere kwam het aanvankelijk niet zo goed van de grond met de voorbereiding van het koninklijk bezoek, begrijp ik. Ze hebben daar geen oranjevereniging.

Dank betuigen en aanvaarden is belangrijk. Als president-commissaris van het koninkrijk heeft Hare Majesteit misschien beperkte macht, maar veel invloed. Dank betuigen is een van haar middelen. Sommige mensen krijgen officiële koninklijke onderscheidingen.

Het zou ook veel laagdrempeliger kunnen - niet in plaats van de onderscheidingen maar ernaast. Zo zie ik in gedachten ooit een enorme tent op het gras van Huis ten Bosch staan, waar al die oranjebesturen op een goede dag zelf op een feestje worden getrakteerd.

Als dank voor hun inzet, als erkenning dat zij aan de basis tot stand brengen waar de koningin aan de top over spreekt, en als ondersteunend signaal. Als top en basis elkaar zo weten te vinden, gaat het middle management van het land vanzelf mee. En komt er ook in Almere binnenkort wel een oranjevereniging.