Nieuwe aanwijzing vroege datering Minoïsche cultuur

De grote uitbarsting van de vulkaan, die nu het Griekse Cycladeneiland Thera in de Egeïsche Zee vormt, heeft eind 17e eeuw vóór Christus plaats gevonden. Door deze datering kan een langdurig dispuut over de chronologie van de Late Bronstijd in het Egeïsch gebied eindelijk afgerond worden. Dat schrijft de Australische archeoloog Sturt Manning in het laatste nummer van Science (28 april).

Minoïsch fresco uit Akrotiri, het stadje op Thera (Santorini) dat bedolven werd door de vulkaanuitbarsting die het middendeel van het eiland wegsloeg. Foto science Science

Archeologen hebben de uitbarsting en de bedolven cultuur op het eiland lang rond 1520 vóór Christus gedateerd. Dat deden ze op basis van archeologische vondsten die te maken hadden met andere bloeiende beschavingen in het tweede millennium vóór Christus. Op het Griekse vasteland bloeide de zogeheten Schachtgravencultuur, op Kreta was het de tijd van de Nieuwe Paleiscultuur en op Cyprus was er een bloeiende beschaving langs de kust. De dateringen van deze beschavingen waren weer gebaseerd op vergelijkingen met vondsten in het Nabije Oosten en op de Egyptische chronologie.

Manning, onlangs aan Cornell University benoemd als hoogleraar en als directeur van het dendro-laboratorium dat jaarringreeksen voor het Middellandse Zeegebied en het Nabije Oosten opstelt, beweert al sinds begin jaren negentig dat de uitbarsting in de 17e eeuw voor Christus was en dat de culturen dus ouder zijn. Hij doet dat op basis van 14C-dateringen van door de uitbarsting verkoolde zaden. Tot nu toe moest hij echter zijn critici gelijk geven dat er problemen waren met de calibratie van de 14C-dateringen en dat er dus ruimte was voor een andere interpretatie.

Manning hoopt nu met nieuwe gegevens een einde te maken aan het debat. Ten eerste heeft een team van aardwetenschappers en vulkanologen van de universiteit van het Deense Aarhus in de vulkanische aslagen op Thera een 'levende' olijfboom gevonden. Ze dateren de boom en dus de uitbarsting tussen 1627 en 1600 voor Christus.

Manning zelf heeft, omdat de laatste jaren de dateringsmethoden verfijnd zijn, nog eens 100 monsters van zaden genomen en die door drie verschillende 14C-laboratoria in Oxford, Wenen en Heidelberg laten dateren.

Alle drie komen ze tot dateringen tussen 1683 en 1611 voor Christus. De datering van de jongste monsters valt dus samen met die van de olijfboom.

Als gevolg hiervan moet volgens Manning de chronologie van het Egeïsche gebied worden aangepast. De cultuur van Thera, de Nieuwe Paleiscultuur, de cultuur op Cyprus en de Schachtcultuur beginnen allemaal honderd jaar eerder. Dat betekent dat ze niet meer samen vallen met het vroege Nieuwe Koninkrijk in Egypte maar met de Tweede Tussenperiode, een periode waarin de zogeheten Hyksos over Egypte heersten.

Theo Toebosch

    • Theo Toebosch