Mark Boog ontvangt VSB Poëzieprijs

De VSB Poëzieprijs voor de beste dichtbundel van het afgelopen jaar is toegekend aan De encyclopedie van de grote woorden, geschreven door Mark Boog.

De bekroonde dichter Mark Boog draagt voor bij de uitreiking van de VSB Poëzieprijs Foto Bram Budel Dichter Mark Boog winnaar van de VSB po‘zie prijs draagt voor. De winnar werd bekend gemaakt in de Rode Hoed. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Uiterlijk onaangedaan ontving Boog de prijs gisteren uit handen van juryvoorzitter Lut Missinne. Boog is geen lachebekje, niet in zijn werk en niet als hij de belangrijkste poëzieprijs voor een bundel in ontvangst neemt. Zijn gezicht blijft altijd in ontspannen toestand, de blik onderzoekend, op de rand van spot. Zelfs als aan die prijs 25.000,- vastzit.

Nu speelde mee dat Boog van tevoren over zijn huldiging was ingelicht. Dat gaf hem wel de kans de avond in de Rode Hoed naar zijn hand te zetten en te laten zien dat hij een kind van zijn tijd is. Hij kondigde de opening aan van een speciale 'encyclopedie'-website, waarop bezoekers een tocht langs zijn grote woorden kunnen maken. En hij had zijn band bij zich.

Zijn twee slaggitaristen en een drumster met brushes gaven wat rumoer aan de plechtigheid. Tijdens een puntig optreden kon de zaal de muzische kwaliteiten van Boogs poëzie ontdekken.

Die poëzie was al op vele manieren geroemd. In haar rapport noemde de jury de genomineerden werken 'vijf op hun eigen manier avontuurlijke bundels'. Uit die vijf koos de jury voor Boog, 'de dichter met de grootste greep'. Over de laureaat uit Utrecht oordeelde de jury dat hij 'in heldere bijna klassieke gedichten illusieloosheid met compassie en beschouwelijkheid met temperament combineert'.

In zijn 'encyclopedie', zijn vierde bundel, behandelt Boog alfabetisch de grote noties van het leven, zoals Haat, Eenzaamheid, Rechtvaardigheid, Ik, Eeuwigheid, Niets. Volgens de jury om ze 'vervolgens ironisch onderuit te halen'. In haar laudatio zei jurylid en collega Maria Barnas dat 'de visie die aan deze gedichten ten grondslag ligt is: het is niets in de wereld en het zal nooit iets worden'. Wel is er 'iets als troost te vinden in bijzondere ogenblikken en schoonheid in onverwachte vormen'. Barnas zag in de bundel ook een reddingsplan voor in ongenade gevallen woorden. Dat getuigde 'niet alleen van liefde voor de taal, maar ook van een onderzoekende en moedige geest'.

In zijn dankwoord vertelde Boog over de nachtmerries die hij had nadat iemand vroeg of hij 'de wereld' wel in zijn keuze had opgenomen. Niet dus. Hij voorzag boze e-mails: 'Ik wil officieel protest aantekenen tegen uw selectie' en: 'Uw woorden zijn niet groot'. Als primeur had hij een eerste appendix: het gedicht Wereld, de.