Leens - Baflo

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in het noorden van Groningen

Een meneer duikt op uit het niets, hij oogt met die grijze ringel-krullen strak om zijn slapen als een bejaarde Romein. Hij opent de kerkdeur, laat ons binnen en schiet de houten trap op. Hij komt zo, eerst 'even de klok weer aanzetten!' Het ding liep voor, de wijzers terugdraaien gaat niet, en nu is de juiste tijd daar, zodoende. Eenmaal weer beneden vertelt hij over de kerk van Leens, een middeleeuwse schat met een roodbruine blos, en nog meer over het weergaloze orgel. Mooi? Ha! 's Zomers, als hij in de heel vroege ochtend de deuren open zet om te voorkomen dat het temperatuurverschil tussen binnen en buiten de vier graden overstijgt, 'dan rust hier gouden licht.' Dát is pas mooi. Ja, hij is hier vaak. Er is ook zo veel te doen. Nu komt de Orgeldag Noord-Nederland er weer aan. 'Zet je bed maar in de kerk', zei zijn vrouw. Maar dat was een grapje.

We verruilen Leens voor akkers en grasland met hier en daar een zware hoeve, en nog zo wat vormen van verste verten. Er staat wat wind. Meeuwen zwermen achter een eggende tractor aan, een kauwtje trekt plukken wol uit de onderbuik van een schaap. Het schaap is een ruimhartig schaap. Ze blijft rustig liggen. In haar vorige leven was ze ook een kauwtje en dus kent ze het belang van behoorlijk nestmateriaal.

Paden van schelp en verweerd asfalt onderbouwen vandaag het gewandel. In de lucht breekt verlegen blauw de gris-de-gris-wolken op. Vaarten kunnen hun roer niet recht houden, ze slingeren onder houten brugjes met een hoge rug. Motormuizen scheuren in glimmend leer de einders langs.

Het ruikt naar lente, beetje zoet, beetje blad, beetje beest. De insecten zijn terug van weg en winter. Een hommel dwaalt tussen de ribesbloemetjes, mugachtigen vormen erehagen. Man stelt vast: 'Mijn oren zijn vliegenvallen.'

Duiven koeren botergeil in de eiken. Ze bewonen hier een duivenborch, dit is geen til meer.

Na een Singer naaimachine op een erf en vóór de holle boom die zich angstig tegen een muur aandrukt omdat rollen zwart rubber hem treiteren, is het kanaal banaal normaal. Maar de wallekanten zitten vol gele bloemetjes onder het beginnersgroen van wilgen en lindes. Ertussen priemt het kriebelschrift van kale struiken die met hun dikke knoppen grote beloftes doen. En voor de feestelijkheid heeft een zwarte els honderden roze kattenstaartjes over het pad uitgestrooid. 15 km. Kaarten 5, 11, 12 uit Wad- en wierdenpad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2003. Begin- en eindpunt zijn via station Winssum met elkaar verbonden:in Baflo rijdt daar een trein naartoe, in Leens de bussen 163 en 165. Inl. tel 0900 9292, of www.9292ov.nl

    • Joyce Roodnat